Back to Top
Donderdag 12 Dec
86390 users - nu online: 1143 people
86390 users - nu online: 1143 people login
VAN ONZE EDITORS
Share:





Columns & Opinie

Afgelopen maand, om precies te zijn op 29 oktober, is het vijfenzeventig jaar geleden dat mijn geboortestad Breda werd bevrijd. Mijn beide ouders hadden heel bewust de Tweede Wereldoorlog en de Duitse bezetting meegemaakt en mijn moeder heeft als zevenjarig kind, samen met alle Bredanaars, deelgenomen aan “De Vlucht”: omstreeks vijftigduizend inwoners kregen op Eerste Pinksterdag 12 mei 1940 het bevel de stad te verlaten.

door Rick van der Made - 17 november 2019

lengte: 7 min. Printervriendelijke Pagina  
Bevrijd


This article is also available in English
lengte: 7 minuten


Poolse bevrijders Breda dreigde namelijk tussen de frontlinies terecht te komen van de Duitsers en de oprukkende Fransen. “Volgens mij lopen we het gevaar juist tegemoet,” had mijn oma uitgeroepen terwijl ze haar vier dochters in een bolderkar zette om richting Vlaanderen te vertrekken. Dat was waar: de gevechtsvliegtuigen en bommenwerpers kwamen met grote regelmaat over en dan duwde opa zijn vrouw en zijn vier dochters in een greppel, ging bovenop ze liggen en riep: “Bidden!,” waarna heel de familie aan een schier eindeloze litanie van weesgegroetjes begon.

Nadat Breda gevallen was, kon de familie ongedeerd terug naar huis. Bijna vierenhalf jaar later werd de stad door Canadese en Poolse divisies onder leiding van generaal Maczek bevrijd. In Breda is er nog altijd de Generaal Maczekstraat en ik moest als kind het Poolse volkslied uit mijn hoofd leren. Dat wordt nog steeds elk jaar tijdens de dodenherdenking bij het Poolse monument in Breda gezongen.

Mijn vader was vijf toen de oorlog uitbrak. Mijn oma was een kranige en doortastende vrouw. Ook in de oorlog. Met zes kinderen en een zieke, astmatische man woonde zij in het Brabantse Made, waar tegen het einde van de oorlog zwaar werd gevochten. Aan de linkerkant van de Godfried Schalkenstraat, waar de familie woonde, stonden de Duitsers, aan de rechterkant de Polen.

In de lange, zelfgegraven en door zware boomstammen afgedekte schuilkelder van de klompenmaker van het dorp kon heel de straat schuilen. In de donkere gang werd, naarmate de opmars van de geallieerden vorderde, steeds vaker stil geluisterd naar het gefluit van de verraderlijke Duitse V1-raketten die overvlogen. Als het fluiten plotseling ophield - teken dat de explosieve raket naar beneden kwam en weldra ergens zou inslaan - riep mijn oma: “Bidden!” en ging ook daar in de schuilkelder iedereen aan de gang met ontelbare weesgegroetjes.

Pools monument te Breda
Toen de schuilkelder aan de andere kant van de plek waar oma met haar familie zat werd geraakt, rende iedereen de schuilkelder uit. Aan de overkant van de straat woonde oma’s schoonzus met haar familie die eveneens een schuilkelder had. Daar zouden zij gaan schuilen. Met haar jongste kind op de arm, met de rest van haar kroost en wat dorpsgenoten in haar kielzog en haar langzame, zieke man ondersteunend moest oma de brede straat oversteken. De straat waarin zo hard gevochten werd. Links de Duitsers. Rechts de Polen.

Met baby Cees op de rechterarm liep oma plotseling de Godfried Schalkenstraat op. Op het midden van de weg bleef ze staan. Ze hief haar linkervuist eerst naar de Duitse kant, toen naar de Poolse kant. “As gullie durven te schieten!” schreeuwde ze in het Nederlands met onvervalst Brabants accent naar de vechtende partijen.

Rick met zjin nichtje voor het huis van zijn grootouders
Als bij wonder hield het schieten meteen op. De familie stak zonder problemen de Godfried Schalkenstraat over. Zodra mijn opa de overkant had bereikt, barstte het vuur weer los. Mijn toen zesjarige oom Ton werd vol in het gezicht geraakt door een losgeraakte dakpan. Oudtante Dien - die in haar schuilkelder zat - hoorde het gekrijs en riep meteen: “Verrek, da’s ons Toontje!” en rende de kelder uit om de familie en haar kleine neefje te helpen. Oma, opa en de zes kinderen hebben allen de oorlog en de bevrijding zonder al te veel verdere kleerscheuren overleefd.  

Rick's vader (l) en drie broersNa de gevechten en de bevrijding keerde de familie terug naar het ouderlijk huis. Het achterste gedeelte van de woning - de grote aanbouw met het platte dak - was door een bom weggevaagd. Omdat na de bezetting de Duitsers alle fietsen confisqueerden, had oma aangeboden de meeste fietsen van het dorp op het platte dak van de aanbouw te leggen. Van de vele fietsen op het dak was niets meer over. Na de bevrijding was Made voor langere tijd grotendeels fietsloos geworden.

Mijn astmatische opa was flink sjaggerijnig. Zijn oudste zoons hadden in de tuin een gat voor hem gegraven waarin hij wat gepekeld vlees, zijn zondagse pak en zijn nieuwe zondagse schoenen had gestopt. Ook dat schuilkeldertje was door een voltreffer geraakt en opa bleef maar sikkeneurig over het verlies van zijn mooie schoenen. “Ach Willem,” zei oma tegen haar man toen ze zijn gemekker zat begon te worden, “Wees blij dat oewe poten d’r nie in zaten.”

Na de oorlog begon mijn vader aan zijn opleiding voor timmerman. Mijn moeder besloot non te worden en trad in 1949 in het klooster van de Franciscanessen in Dongen. Twee jaar later trad zij weer uit. Mijn ouders trouwden in 1963.

Ik ben de zoon van een uitgetreden Dongense non en een Madese bakkerszoon. Zij kregen vier kinderen. Ik ben hun derde kind.

Rick (r) met broer en zussen
Ik ben homoseksueel. Dat zal u niet verbazen. Ik heb ook een homoseksuele broer en een lesbisch zusje. Mijn oudste zus - het enige heteroseksuele kind - trouwde met een Koerdische vluchteling. Zij kregen vier kinderen die een mooie Koerdisch-Turkse achternaam dragen.

Mijn broer, zussen en ik groeiden op in vrijheid en - ondanks de streng-katholieke komaf van mijn ouders - in alle liefde. Mijn ouders hielden onvoorwaardelijk van hun kinderen, van hun schoonkinderen en van hun kleinkinderen. Daar hoefden zij niet zo heel veel voor te doen. Zij stelden enkel hun hart open.

Thuis spraken we vaak over de oorlog en over de vlucht. We spraken vaak over het geloof, over de kerk, over de acceptatie van homoseksualiteit en van andere culturen dan de Nederlandse. Die gesprekken gingen altijd gepaard met respect voor de verschillende waarden van de verschillende gezinsleden.

“Als je in een greppel ligt met bommenwerpers die over je hoofd vliegen, weer je dat vrijheid nooit vanzelfsprekend is,” leerde moeder ons.
Rick's moeder (r) met haar drie zussen
“Je oma eiste het recht op een ongeschonden doortocht,” vertelde vader: “Maar voor vrijheid geldt dat het beter is deze te geven dan op te eisen.”

“Er bestaat geen éénrichtingsvrijheid, alleen wederkerigheidsvrijheid,” zei moeder.

“Wat betekent ‘in alle vrijheid’ als de vrijheid van de één de vrijheid van de ander wil inperken?,” vroeg vader zich hardop af.

Toen ik mijn moeder op haar sterfbed vroeg of ze bang was om dood te gaan, zei ze hoogstverbaasd: “Welnee. Ik ga naar Hetty en ik ga naar God.” Misschien dat de liefde voor haar inmiddels overleden tweelingzus Hetty net wat groter was dan de liefde voor Onze Lieve Heer.

Mijn moeder’s uitvaart werd een prachtige katholieke mis waarbij pastor Kortmann op waardige en warme wijze de aanwezige katholieken, protestanten, ongelovigen, twijfelaars, moslims, hetero-, bi-, en homoseksuelen afscheid liet nemen van mijn moeder.

Mijn moeder, die zowel haar eigen kinderen als de kinderen die ze les had gegeven zoveel liefde, kennis, eigenheid en vrijheid had meegegeven. Zij zou haar vrijheid nooit of te nimmer hebben misbruikt om welk kind dan ook aan te leren dat mensen “fout” kunnen zijn. “Ik heb als kind niet voor niets in een Vlaamse greppel liggen bidden,” zei ze dan.
Zij koos altijd voor het goede.

“Mijn liefde voor jullie, mijn kinderen, heeft alles overwonnen,” zei moeder op haar sterfbed tegen mij. “Twijfel, onkunde en angst verdwenen zodra ik een van jullie hoorde lachen, zodra jullie mij een zoen gaven, zodra ik zag dat jullie gelukkig waren.” “Je hebt niet voor niets als kind in een Vlaamse greppel liggen bidden,” zei ik. “Ach, zoon, weet je,” zei moeder, “je bent pas vrij als je de vreemde naast je alle geluk van de wereld kunt toewensen.” “Amen,” zei ik en gaf moeder een zoen op haar voorhoofd.

Ik ben de zoon van liefhebbende en trotse ouders en de kleinzoon van doortastende, godvrezende en vrijheidslievende grootouders die allemaal wisten hoe het was om niet vrij te zijn.

Elk jaar op 29 oktober denk ik aan hen. En ik denk aan de jonge, heldhaftige, Poolse soldaat die geen opa bij zich had die hem in een greppel duwde toen het echt gevaarlijk werd. De soldaat die geen oma bij zich had die haar vuist tegen de Duitse vijand hief om hem ongehinderd te laten passeren.

De ongekende moed van de soldaat. De moed en de liefde van de grootouders. De onvoorwaardelijke liefde van de ouders.

Mensen door wie ik vandaag in alle vrijheid en in alle liefde mag bestaan.













GERELATEERDMEER VAN RICK VAN DER MADEMEEST GELEZEN VAN RICK VAN DER MADE

Bevrijd

Rick van der Made, in Columns & Opinie op 17 november 2019
Reageren? Jouw reactie:

Je naam:
Email (wordt niet getoond):
min. 15 karakters, geen links of html svp







In het nieuwste nummer, Gay News 340, december 2019





















bottom image




Entire © & ® 1995/2019 Gay International Press & Stichting G Media, Amsterdam. All rights reserved.
Gay News ® is een geregistreerde merknaam. © artikelen Gay News; duplicatie niet toegestaan. Opname uitsluitend na schriftelijke toestemming van uitgever, met verplichte bronvermelding gaynews.nl. Door derden overgenomen artikelen worden in rekening gebracht, en zo nodig geincasseerd. Gay News ISSN: 2214-7640, ISBN 8717953072009. Gay News op Wikipedia.
Volg Gay News:
Twitter Issuu
RSS RSS Editors
zelfstandige Escortboys

CMI
Neem contact op
Abonneren
Adverteren






© 1995/2019 Gay News ®, GIP/ St. G Media