Back to Top
Maandag 18 Nov
86374 users - nu online: 1163 people
86374 users - nu online: 1163 people login
VAN ONZE EDITORS
Share:







lengte: 18 min. Printervriendelijke Pagina  
Book review: Mates & Lovers


door Hans Hafkamp in Films & boeken , 13 november 2008

This article is also available in English
lengte: 18 minuten


Imposante geschiedenis van twee eeuwen mannenliefde in Nieuw-Zeeland

Twee jaar geleden verscheen in een internationale co-productie een “wereldgeschiedenis van de homoseksualiteit,” waarvan de Nederlandse editie de titel Van alle tijden, in alle culturen draagt. Dit moge zo zijn, maar dat wil niet zeggen dat over alle tijden en alle culturen evenveel bekend is, zelfs niet als we het over “westerse” landen hebben. Voor Nederland beschikken we over twee (historische) overzichtswerken.


In 1982 promoveerde Rob Tielman op Homoseksualiteit in Nederland: Studie van een emancipatiebeweging, dat in vogelvlucht mede de geschiedenis van de gelijkgeslachtelijke voorkeur in ons land behandelt, maar toch vooral, zoals de ondertitel aangeeft, de emancipatie van de moderne homo in de twintigste eeuw beschrijft. Dit kon toen ook niet anders, want Tielman’s boek verscheen eigenlijk te vroeg, namelijk toen het onderzoek naar heel veel aspecten van “homoseksualiteit” in Nederland pas net was aangevangen. Ook daarom kon Gert Hekma in 2004 zijn Homoseksualiteit in Nederland van 1730 tot de moderne tijd laten verschijnen, dat niet alleen een andere wetenschappelijke invalshoek heeft en dus een geheel ander licht op een kleine drie eeuwen laat schijnen, maar bovendien kon steunen op een aanzienlijk arsenaal aan moderne, soms zeer uitvoerige deelstudies. Hoewel de titels misschien anders zouden doen vermoeden, vormt Hekma’s studie dan ook ten gene dele een overlapping met Tielman’s boek.

Wie in de boekwinkel of via internet op zoek gaat naar studies over Engelstalige landen, zal ontdekken dat over Engeland en meer nog over de Verenigde Staten een overvloed bestaat aan deelstudies (over steden, tijdvakken, wetgeving, subgroepen binnen de “homo”-populatie, emancipatieclubs en wat dies meer zij) en overzichtswerken. Heel anders ligt dat echter voor de Engelstalige langen op het zuidelijk halfrond. Ondanks de omstandigheid dat het voor Nederlanders moeilijker is om zicht te krijgen op wat er in Australië en Nieuw-Zeeland aan homostudies verschijnt, lijkt hier veel minder te worden gepubliceerd over de homogeschiedenis van het eigen land, in ieder geval wat iets veelomvattender werken betreft. Australiërs kunnen in ieder geval terecht bij de verschillende delen van Gay and Lesbian Australia: Studies in Australian Culture, samengesteld door Robert Aldrich (de redacteur van bovengenoemde wereldgeschiedenis) en Garry Wotherspoon. Laatstgenoemde publiceerde ook een studie over gay Sydney vanaf de jaren 1920, City of the Plain: History of a Gay Sub-Culture (Sydney 1991). Tien jaar hierna verscheen Sunshine and Rainbows: The Development of Gay and Lesbian Culture in Queensland (St Lucia 2001), dat de geschiedenis oppakt in het begin van de negentiende eeuw en waarvan de auteur, Clive Moore, beargumenteert dat de ontwikkelingen in Queensland typerend zijn voor die in heel Australië.


Bovendien besteedt Robert Hughes in zijn magistrale The Fatal Shore: The Epic of Australia’s Founding (New York 1987) ampel aandacht aan het gelijkgeslachtelijke wedervaren van de mensen die vanaf het einde van de achttiende eeuw tot circa 1900 naar Australië trokken dan wel, wat meestal het geval was, als strafmaatregel werden getransporteerd.

Aangezien Australië met zo’n twintig miljoen inwoners een grotere populatie heeft dan Nederland, is het niet zo verwonderlijk dat de geschiedenis van de mannenmin aldaar - in ieder geval voor wat betreft de uit Europa stammende inwoners (over de aboriginals weet ik niets) - redelijk in kaart is gebracht.

Heel anders lag dat voor Nieuw-Zeeland, dat met zo’n vier miljoen inwoners ook veel “kleiner” is dan Nederland. Tot dit jaar in ieder geval, want met het onlangs verschenen prachtboek Mates & Lovers: A History of Gay New Zealand door Chris Brickell is deze lacune met één klap zeer overtuigend opgevuld.

[bijschrift foto]
Fanatiek amateurfotograag Robert Gant (links) met een onbekende partner in Masterton, circa 1889




Intense mannenvriendschappen

De titel van de Nederlandse versie van de wereldgeschiedenis, Van alle tijden, in alle culturen, is juist als je die heel algemeen opvat, namelijk dat er altijd en overal mannen zijn geweest die sterke emotionele banden met andere mannen hadden en daar soms lichamelijk uiting aan gaven. Het getuigt echter niet van veel historisch inzicht daar onbekommerd het moderne etiket “homoseksueel” op te plakken. Brickell begint zijn inleiding met de tekst van een briefkaart die omstreeks 1907 geschreven werd en die sindsdien in fotokopie van hand tot hand is overgeleverd:
“Beste George
Nadat jij en Bert zijn weggegaan is de boel tamelijk rustig. Ik zou willen dat jullie elke zondag konden overkomen - wat zouden we plezier hebben. Stuur een whisky langs ik ga bijna dood van de kou George. Doe de groeten aan lieverd Bert. Hoe ik van hem hou zonder dat hij het weet. Wat denk jij van hem als bedmaat. Hoop dat het goed met je gaat,
Van Fred”
Als een dergelijk briefje anno 2007 als e-mail was verstuurd, zou de interpretatie niet zo veel problemen opleveren: Fred is heimelijk verliefd op Bert en vraagt zich af hoe het zou zijn met hem in bed te belanden (en niet om te slapen), maar zelfs in dit geval zou niet duidelijk zijn wat precies de relatie is tussen George en Bert, want als die een koppel zouden zijn dan is het onwaarschijnlijk dat je aan de een schrijft dat je de ander graag zou willen platleggen. Maar zo’n eenduidige interpretatie is, zoals Brickell omstandig uiteenzet, voor een tekst van een eeuw geleden helemaal niet vanzelfsprekend. Hij noemt deze kaart dan ook “zijn eigen puzzel,” die “een sinds lang verdwenen wereld van mannelijke intimiteit en verlangen, van vriendschap en, misschien, van seksuele begeerte” oproept, maar vooral veel vragen opwerpt, waarop hij in zijn studie een antwoord hoopt te geven.
Als koloniale maatschappij in ontwikkeling, heerste er in Nieuw-Zeeland gedurende de negentiende eeuw, en in sommige streken tot ver in de twintigste, een mannenoverschot. Hoewel op sommige plaatsen vrouwelijke hoeren de seksuele verlangens van de mannen bevredigden, waren die lang niet overal beschikbaar, “en de pioniers maakten het beste van wat er geboden werd. Veel boerenknechten, gomplantage-arbeiders, houtzagers en mijnwerkers hadden seks met andere mannen, zelfs als dat niet hun eerste keuze was.” Koloniale bestuurders klaagden dan ook over de wijdverspreide seksuele “ontucht” en dat sodomie in sommige landelijke gebieden de overhand had. De politicus Alfred Saunders meende dat een toename van vrouwelijke immigranten het gedrag van de mannen zou “zuiveren” en de kolonie zou bevrijden van de “tonelen van welhaast onmenselijke zedeloosheid en verdorvenheid.”

Schandalen en strafzaken

Afgezien van deze “noodhomoseksualiteit” kent de geschiedenis van Nieuw-Zeeland ook mannen die duidelijk een voorkeur hadden voor de eigen kunne. Het eerste geval dat Brickell belicht dateert uit de jaren twintig en dertig van de negentiende eeuw en betreft de missionaris William Yate, die een meer dan pedagogische belangstelling had voor zijn Maori-pupillen. Aanvankelijk werden de geruchten niet ernstig genomen, maar toen Yate in 1836 terugkeerde van een tweejarig verblijf in Engeland en het aan boord van de Prince Regent aanlegde met de derde officier Edwin Denison, werd er een onderzoek ingesteld. Eén Maori-jongen, Pehi, verklaarde onder andere dat Yate hem bij gelegenheid voorstelde: “‘Knoop je broek open.’ Ik zei tegen hem ‘Voor welk doel zou ik hem openknopen?’ Hij zei tegen mij ‘kia titoitoi taua’ [de betekenis van deze uitdrukking is een daad flagrante obsceniteit door de een bij de ander gepleegd, waarbij elk de penis van de ander in zijn hand heeft]. [...] toen we gingen baden [...] deed hij zijn broek uit. Hij riep naar me ‘Kom ook in het water, ik zal je hoofd met mijn penis breken.’” (De opmerking tussen haken is door de transcribeerder toegevoegd.)


Ook andere Maori-jongens gaven toe Yate regelmatig bezocht te hebben om elkaar te masturberen en dat ze in ruil daarvoor tabak of ringen ontvingen. Hoewel er verklaringen van vier jongens zijn overgeleverd, meende Yate’s collega William Williams dat hij met tussen de vijftig en honderd jongens intiem was geweest. Yate’s werkgever was ontsteld en meende dat de vastgestelde feiten “het boven elke waarschijnlijkheid van twijfel plaatsen dat Mr Yate zich tijdens zijn woonachtigheid in dit land uit gewoonte in een verschrikkelijke mate schuldig maakte aan de misdaad waarop gezinspeeld wordt in Rom. I:27.” (Dit Bijbel-vers veroordeelt mannen die “het natuurlijke gebruik van vrouwen verlaten, brandend van hun lust voor elkaar.”)

Ondanks deze uitlating dat Yate zonder twijfel schuldig was, werd de missionaris niet juridisch vervolgd, omdat zijn misdaad een misdaad tegen de natuur was, maar niet in de zin van de wet. Juridisch gezien bestonden orale seks en masturbatie niet; alleen sodomie en gedwongen seks waren strafbaar gesteld. Aangezien juridische archivalia overal ter wereld een belangrijke bron vormen voor de geschiedenis van mannen die seks met mannen hadden, zorgt deze wetgeving voor een eenzijdig licht op mannenseks, zeker omdat de politie in Nieuw-Zeeland in dit opzicht geen actief beleid voerde. Over seks die mannen in de beslotenheid van een huis en met wederzijdse instemming met elkaar hadden is dus weinig overgeleverd. Mede omdat het in deze mannenmaatschappij niet ongewoon was dat mannen samenwoonden of bij gelegenheid een bed met elkaar deelden.

[bijschrift foto]
De heren Calley en Powell, in 1889 gefotografeerd door William Harding in Wanganui



In 1862 boekte Alfred Smith een dubbelbed voor hemzelf en Terence Eggleton. Na een paar minuten, zo verklaarde Eggleton later tegenover de rechtbank in Dunedin, “begon Smith mijn geslachtsdeel te betasten.” Eggleton liet zich dit aanleunen, maar toen Smith hem even later op z’n buik draaide en “zijn geslachtsdeel tegen mijn rug plaatste, vond ik dat het tijd was te vertrekken.” Eggleton deed zijn beklag bij de hotelhouder en andere gasten, maar die overtuigden hem de zaak op z’n beloop te laten. Pas toen beiden enige dagen later weer een bed deelden, en Smith “Terence’s geslachtsdeel vastpakte en zei dat hij dat twaalf maanden lang kon zuigen,” schakelde Eggleton de politie in, waardoor Smith zich juridisch moest verantwoorden. Eggleton’s verklaring lijkt te impliceren dat hij binnen bepaalde grenzen geen bezwaar tegen Smith’s avances had.

De citaten die Brickell uit de rechtbankverslagen geeft, vormen soms zeer onderhoudende lectuur, zoals in het geval van de verklaring van detective Terence O’Brien over de veertig-jarige schoenmaker Joseph Fletcher en de twintig-jarige arbeider Jacob Crawford, die hij naar een park in Oamaru volgde omdat hij hen van landloperij verdacht. In het park tekende hij de volgende conversatie op: “Fletcher zei ‘heb je drank gehad? Oké jij jonge sodeflikker dan zullen we ook moeten neuken’. Crawford zei ‘Oké, stop ’m in mijn verdomde kont Joe’. Vervolgens, ‘je doet me pijn Joe, dat is niet m’n verdomde kont, je weet dat het dat niet is’. Fletcher zei ‘Wees stil jij jonge sodeflikker’.” Het gesprek ging voort, terwijl Fletcher ondertussen blijkbaar niet klaarspeelde wat van hem werd verwacht. De toon verandert dan: “Crawford zei opnieuw ‘Je doet me pijn Joe, waarom stop je hem niet in mijn verdomde kont’. Fletcher zei ‘Het lukt me niet, heb je wel eens eerder een stuk gehad jij jonge sodeflikker. I heb een maat van me geneukt, en hij heeft mij geneukt, het is een kut die je hebt jij jonge sodeflikker’.” Waarop Crawford beledigd reageert met: “Nee, het is een verdomde lul.” En Fletcher: “Je hebt een kleine lul maar je hebt ook een kut.” Hierna was het volgens de detective even stil, waarna Crawford op aloude mannelijke wijze de vrede probeerde te herstellen: “Je doet me pijn Joe, wil je me laten opstaan om iets te drinken?” Hierop kwam de detective in actie en arresteerde het paar vanwege aanstootgevende taal en Fletcher ook voor poging tot sodomie.

Mannenbanden verdacht

Naast deze seks om de seks, waarbij het geslacht van de partner (soms) van secundair belang lijkt te zijn, zoals blijkt uit de opmerking van Fletcher dat hij eerder met “een maat” heeft geneukt, waarbij het enkelvoud zou kunnen impliceren dat mannen niet primair zijn voorkeur hadden, floreerden in negentiende-eeuws Nieuw-Zeeland ook diep-romantische mannenvriendschappen, die in hooggestemde bewoordingen werden geuit. Hierbij werd vaak verwezen naar de klassieke oudheid, meer in het bijzonder de “Griekse liefde.” Daarnaast konden mannen die van mannen hielden teruggrijpen op modernere internationale werken, zoals Walt Whitman’s fameuze kameraadschapszangen in Leaves Of Grass, dat zeker vanaf de jaren 1880 in verschillende Nieuw-Zeelandse bibliotheken beschikbaar was. In 1907 importeerde de rijke Wellingtonse zakenman, bibliofiel en verstokte vrijgezel Alexander Turnbull voor een aanzienlijk bedrag een eerste editie van dit boek. Voor mannen van Turnbull’s klasse vormden reizen een manier om internationaal contacten te leggen. Na de opening van het Suez-kanaal in 1869 bood een reis naar Europa bovendien de bijkomende genoegens van het Midden-Oosten en de mediterrane wereld, die met beide handen werden aangegrepen. Kon uit de hand gelopen of te openbare seks gedurende de negentiende eeuw nog wel eens voor een rechtszaak zorgen, de romantische vriendschappen riepen weinig vragen op.


Dit veranderde toen in de jaren 1880 en 1890 verschillende Engelse schandalen, waaronder de geruchtmakende processen van Oscar Wilde in 1895, ook in Nieuw-Zeeland uitgebreid in de pers werden belicht. Hierdoor werden gepassioneerde liefdesverklaringen tussen mannen, die eerder binnen de kaders van een romantische vriendschap werden geaccepteerd, langzamerhand verdacht omdat ze - zoals in het geval van Wilde - een seksuele relatie zouden kunnen impliceren.

De toenemende zichtbaarheid van gelijkgeslachtelijke seksualiteit bleek een tweesnijdend zwaard. De tegenstanders van tegennatuurlijke ontucht kregen ammunitie en mogelijkheden om hun weerzin kenbaar te maken, maar mannenliefhebbers werden hierdoor voorzien van waardevolle informatie, wat nog werd versterkt door het beschikbaar komen van seksuologische en psychiatrische literatuur.

[bijschrift foto]
Vrolijke recreatie in Whangaparoa, begin jaren tachtig.


In de eerste decennia van de twintigste eeuw begint in Nieuw-Zeeland dan ook een “goed onderscheiden homo-subcultuur” te ontstaan, die overigens kan teruggrijpen op instituties die al langer bestaan.
De zichtbaarheid van homoseksualiteit had vooral betrekking op de opvallendere vormen daarvan. In de pers werd dan ook veelvuldig gewaarschuwd op te passen voor “verwekelijking” en “vervrouwelijking” van mannen. Maar ook organisaties waar mannen veel met elkaar optrokken raakten verdacht. Zo propageerde de YMCA voor haar leden sportiviteit en religiositeit, maar de schandaalkrant Truth zag niets in deze club voor jongemannen, die “niet bijdraagt er stoerheid en manhaftigheid in te stampen bij zijn jonge volgelingen maar in plaats daarvan verwijfde en verwaande slapjanussen tot ontwikkeling brengt, die totaal alle kwaliteiten ontberen die een robuuste manlijkheid uitmaken.” Truth stelde dan ook ironisch voor dat de initialen beter konden staan voor “Young Men’s Cuddling Association.”

Maar ook mannenorganisaties waarbij mannen zich niet vrijwillig aansloten kwamen onder vuur te liggen. Truth hekelde bijvoorbeeld ook de toestanden in gevangenissen, waar de laagste instincten werden aangewakkerd. De krant maakte in zijn berichtgeving overigens onderscheid tussen degenen die de mannelijke rol vervulden en hun “liefjes,” die vaak vrouwelijke bijnamen droegen, zoals een “Rosebud” (Rozenknop) genoemde jongen, die “ter beschikking staat van jan en alleman voor een duim Juno [tabak], en van wie bekend is zich afgrijselijk te hebben gedragen met vijf personen op een middag.” En toen ten tijde van de Eerste Wereldoorlog veel mannen in kleine barakken bij elkaar werden ondergebracht, was ook dit een bron van toenemende zorg. Truth waarschuwde ervoor dat de bloem van Nieuw-Zeeland’s jeugd constant gevaar liep door oudere soldaten seksueel te worden “gecorrumpeerd.” Maar niet alleen de schandaalkrant maakte zich hierover ongerust, want ook anderen wonden zich erover op dat “één wellustige soldaat spoedig de anderen op het slechte pad zou brengen.”

Gelijke rechten

Of het aan Brickell’s bronnen ligt, kan ik niet beoordelen, maar een groot deel van zijn geschiedenis van de ontwikkeling van de homoseksuele subcultuur in de twintigste eeuw wordt gedomineerd door de meer nichterige variant van de homo. Mogelijk kan dit ook verklaard worden door de omstandigheid dat mannen die een zekere mate van vrouwelijkheid bij zich constateerden, - zoals ook elders in de wereld - zich, mede op basis van de beschikbare (seksuologische) literatuur, eerder als homo identificeerden en daarom meenden dat er plaats voor hen moest zijn. Zo noteerde de schrijver James Courage, van wie foto’s in uitbundige travestie zijn overgeleverd, op 25 april 1929 in zijn dagboek dat hij zijn hele leven “zal vechten tegen de ongeschreven, zinloze, wrede wet die seksueel geïnverteerden brandmerkt als gedegenereerden en beesten. Ik heb mateloze kwelling ondervonden door de wijde verspreiding van deze zienswijze zelfs onder gewoonlijk intellectuele mensen. Seksuele geslachtsgemeenschap tussen mannen - waar beiden geïnverteerden zijn - heeft ieder greintje recht als net zo normaal te worden beschouwd als die tussen mannen en vrouwen.”

Het zou nog enige decennia duren voordat dit soort strijdbare taal werd omgezet in pogingen de wetgeving daadwerkelijk te veranderen. In de eerste helft van de twintigste eeuw kon sodomie worden bestraft door een maximum gevangenisstraf van tien jaar met additioneel zware arbeid en geseling. In de loop van de eeuw werd de wet verschillende keren bijgesteld. Zo werd de mogelijkheid tot geseling in 1941 afgeschaft, de zware arbeid in 1954 en de maximumstraf werd verlaagd naar zeven jaar. Bovendien werden de door de rechtbank opgelegde straffen vanaf de jaren vijftig beduidend lager. Uiteindelijk zou de strafbaarstelling echter pas in 1986 geheel verdwijnen.

Zoals elk nadeel zijn voordeel heeft, geldt dat in zekere mate ook in dit geval, bijvoorbeeld voor tieners die net hun seksuele voorkeur ontdekten. Vaak worden die uitgesloten van de mogelijkheden van de subcultuur omdat bijvoorbeeld bar- of sauna-eigenaars binnen de wet willen opereren. Maar als de hele subcultuur zich in het schemergebied van de semi-illegaliteit ophoudt, gaat dit minder op. Zo citeert Brickell een zegsman die kort voor de Tweede Wereldoorlog de Ward Baths in Rotorua leerde kennen: “Ik was een lange, goed-gebouwde vijftienjarige toen ik deze homo-hemel ontdekte en ik was onverzadigbaar. Ik vond altijd een vluchtige partner want Rotorua was een toeristenstad en elke homoseksuele man ter wereld trok naar de Ward Baths. Ik had bijna vier jaar van absoluut seksueel genoegen met honderden geile mannen. Hoe ik de badmeester voor de gek hield zal ik nooit weten want ik was er minstens vier keer per week en mij is nooit de toegang ontzegd.”

[bijschrift foto]
Kunstenaar Theo Schoon (rechts) met een vriend in Christchurch, circa 1939-1942




Toen echter de strijd om juridische gelijkwaardigheid vruchten leek te gaan afwerpen vormde de leeftijd voor seksuele meerderjarigheid een van de struikelblokken binnen de homobeweging. Toen in 1974 een wetsvoorstel werd ingediend dat de strafbaarstelling van homoseksualiteit zou afschaffen, werd dit niet door alle homo’s gesteund omdat hierin een discriminerende leeftijdsgrens voor homoseksuele contacten was opgenomen. Terwijl heteroseks vanaf zestien was toegestaan, wilde dit wetsvoorstel de leeftijd voor homoseks op eenentwintig stellen. Velen meenden dat men genoegen moest nemen met wat op dat moment mogelijk was, maar de jonge activisten van het Gay Liberation Front wilden daar niets van weten en eisten “volledige gelijkheid,” want al het andere zou alleen maar “de mythe in stand houden dat homoseksualiteit gevaarlijk, zondig, slecht is.” Het wetsvoorstel haalde het uiteindelijk niet en ook in 1979 en 1980 liepen voorstellen schipbreuk op de leeftijd voor seksuele meerderjarigheid, zodat uiteindelijk in 1986 de overtuiging van het GLF werd gehonoreerd en de juridische gelijkwaardigheid van homo’s in één stap werd gerealiseerd.
Voor veel mannen vormde dit juridische zwaard van Damocles boven hun hoofd echter geen reden niet van het leven te genieten en zich zelfs te organiseren. Voor Nederlandse lezers is het opmerkelijk te lezen dat in 1962 een groep heren in Wellington de Dorian Society oprichtte, die was geïnspireerd door enthousiaste verhalen van Nederlandse immigranten over het COC. De doelstelling van de Dorian Society weerspiegelt in hoge mate de uitgangspunten van het toenmalige COC, namelijk “een sociaal leven onder haar leden te propageren, wederzijdse behulpzaamheid, tolerantie en respect te promoten, en haar leden voorzieningen te verschaffen voor mentale en morele verbetering en weldoordachte recreatie van elke soort.”

Radicale flikkers

De respect en beschaafde ontspanning zoekende heren van de Dorian Society, werden echter al binnen een paar jaar luidkeels overvleugeld door militantere activisten, zoals in Nederland het COC onder vuur werd genomen door radicale flikkergroepen. Vanuit deze hoek kwamen verschillende publicaties die veel stof deden opwaaien, zoals een Nieuw-Zeelandse editie (1972) van het toentertijd ook in ons land geruchtmakende Rode boekje voor scholieren, waarin onder andere “seksueel genot voor iedereen” werd gepropageerd. Nog aanstootgevender, volgens de publieke opinie, was het voorlichtingsboek Down Under the Plum Trees (1976), dat controversiële zaken als puberteit, masturbatie, zwangerschap en geboorte, geslachtsziekten en alle mogelijke seksuele variaties expliciet aan de orde stelde, gelardeerd met foto’s, tekeningen en soms zeer expliciete uitspraken uit interviews, zoals: “Ik probeerde ooit deze gozer te kontneuken en hij zei dat hij wilde dat ik dat deed, maar zijn kont was echt nauw. Ik kon er zelfs geen vinger in krijgen! Te proberen mijn pik naar binnen te krijgen was als te proberen een bulldozer door een muizengat te rijden. Het functioneerde gewoon niet.”


Hoewel ik in het bovenstaande slechts enkele aspecten van Mates & Lovers heb kunnen uitlichten, hoop ik aangetoond te hebben dat alleen al de vele citaten uit verschillende soorten bronnen deze studie tot fascinerende lectuur maken, ook voor mensen voor wie Nieuw-Zeeland erg ver weg is en voor wie onbekend onbemind betekent. Brickell heeft niet alleen oor voor aansprekende citaten, maar ook een oog voor illustraties. In de aan het begin van dit artikel genoemde boeken van Tielman en Hekma zijn weliswaar een aantal plaatjes opgenomen, maar die vormen geen integraal bestanddeel van het verhaal. De ruim driehonderd illustraties in Mates & Lovers zijn echter net zo belangrijk als en soms nog aantrekkelijker dan de tekst.

[bijschrift ML-foto]
Baders bij de warmwaterbronnen in de buurt van Mt. Hobson op Great Barrier Island omstreeks 1900, gefotografeerd door Henry Winkelman

In zijn inleiding noemt Brickell foto’s “waardevolle bronnen van historisch detail. De voorstellingswereld, de poses, de kleding, de betrekkingen met anderen binnen het kader, de incidentele verwijzingen naar beroemdere foto’s of schilderijen; al deze elementen werken samen bij het licht werpen op verlangen, intimiteit en ruimte in het verleden. Sterker nog, ze onthullen vaak geheimen die het geschreven woord niet doet.” Brickell heeft deze kracht van illustraties ten volle benut maar daarbij ook oog gehad voor de intrinsieke aantrekkingskracht van de afbeeldingen. Mates & Lovers vormt daardoor niet alleen leerzame en onderhoudende lectuur maar ook een geweldig plaatjesboek over twee eeuwen mannenliefde in Nieuw-Zeeland. Een geschiedenisboek om jaloers op te zijn!

Chris Brickell, Mates & Lovers: A History of Gay New Zealand. Auckland, Random House New Zealand, 2008, 432 blz., ISBN 9781869621346
Verkrijgbaar bij Intermale Gay Bookstore, Amsterdam
















GERELATEERDMEER VAN HANS HAFKAMPMEEST GELEZEN VAN HANS HAFKAMP

Book review: Mates & Lovers

Hans Hafkamp, in Films & boeken op 03 januari 2019
Reageren? Jouw reactie:

Je naam:
Email (wordt niet getoond):
min. 15 karakters, geen links of html svp




















bottom image




Entire © & ® 1995/2019 Gay International Press & Stichting G Media, Amsterdam. All rights reserved.
Gay News ® is een geregistreerde merknaam. © artikelen Gay News; duplicatie niet toegestaan. Opname uitsluitend na schriftelijke toestemming van uitgever, met verplichte bronvermelding gaynews.nl. Door derden overgenomen artikelen worden in rekening gebracht, en zo nodig geincasseerd. Gay News ISSN: 2214-7640, ISBN 8717953072009. Gay News op Wikipedia.
Volg Gay News:
Twitter Issuu
RSS RSS Editors
zelfstandige Escortboys

CMI
Neem contact op
Abonneren
Adverteren






© 1995/2019 Gay News ®, GIP/ St. G Media