Back to Top
Vrijdag 13 Dec
86390 users - nu online: 1182 people
86390 users - nu online: 1182 people login
VAN ONZE EDITORS
Share:







lengte: 7 min. Printervriendelijke Pagina  
Kom, Spring dan, Markies


door Leo Gillet in Films & boeken , 19 november 2004

This article is also available in English
lengte: 7 minuten


Claude surveilleerde de jongens die op het voetbalveld van de school speelden, opgewarmd door de laatste stralen van de winterzon. Gothon was die middag met de groten naar het zwembad in Nyons gegaan. De meeste jongens renden rond over het grasveld, als roofdieren achter hun prooi, sommigen speelden verstoppertje in de bosjes. Pascal zat aan zijn voeten en Claude streek met verstrooide hand door zijn haren. Het joch zat voor zich uit te neuriën, met zijn ogen op de grond gericht, geboeid door wat zich tussen de grassprieten afspeelde.

‘Kijk, daar lopen mieren.’
Een mier was inderdaad langs zijn been omhoog gekropen en zou elk ogenblik onder zijn korte broek verdwijnen.
‘Je hoeft hem niet dood te maken,’ zei Claude en hield de hand van Pascal tegen, ‘als je tegen hem aan blaast, valt hij vanzelf terug in het gras. Mieren zijn heel lieve en heel ijverige beestjes, ze steken nooit, als je ze niet aanvalt, tenminste.’
‘En waarom komen ze dan op ons af?’
‘Ze zijn gewoon nieuwsgierig, en als jij de papiertjes van jouw snoepjes om de grond laat slingeren, komen ze op de geur af. Mieren hebben een heel fijne neus en houden net als jongens van snoepjes. Ze krijgen ook wel eens genoeg van al dat gras. Daarom komen ze even aan je snuffelen,’ zei Claude, terwijl hij met twee stappende vingers de mier volgde.

Pascal trok lacherig zijn been terug.
‘Eten ze dan de hele tijd gras?’
‘Ik geloof eigenlijk van niet,’ zei Claude, ‘ze eten ook wel dooie beestjes. Ze houden de natuur schoon, begrijp je?’
‘Kijk, daar loopt er eentje met een groot blad.’
‘Ja, misschien om hun nest mee op te bouwen.’
‘Slapen mieren ook in hun nest?’
Claude wilde net een antwoord gaan bedenken, toen een jeep voor de school stopte, waaruit twee militairen stapten. Ze liepen op de ingang af en toen ze Claude zagen zitten, staken ze het voetbalveld over. De jongens lieten hun bal in de steek, volgden de twee mannen, begonnen tegen hen te praten en wezen naar Claude.

‘Goedemiddag,’ salueerden de soldaten, ‘heeft u hier de leiding?’
‘Jawel,’ glimlachte Claude.
‘Wij zijn van de …divisie,’ Claude verstond de naam niet goed, zijn blik gericht op de recruten. ‘We liggen aan de andere kant van deze heuvels in de richting van Valréas. Onze commandant heeft ons verzocht u te laten weten dat we op het punt staan oefeningen te beginnen in het kader van de seizoensmanoeuvres van onze eenheid.’
‘O... ,’ zei Claude gerustgesteld.
‘We zijn net over de heuvelkam gelegerd, maar u zou van hieruit wel eens het geluid van onze excercities kunnen horen en ’s nachts het licht van onze schijnwerpers kunnen zien. We hebben in principe het bevel om de omwonenden geen overlast te bezorgen. Dat daar allemaal, tot onder aan de kamlijn, is militair terrein. Een gewaarschuwd mens telt voor twee.’
‘Kijk eens aan. Dat wist ik niet. Willen jullie iets drinken?’
‘We mogen, helaas, tijdens diensturen geen alcohol gebruiken.’
‘Nee, maar ik kan jullie wel wat limonade geven.’
‘In dat geval slaan we het niet af. En aangezien u ons laatste adres bent...’



De recruten gingen in het gras zitten en legden hun wapens neer. Claude stuurde twee jongens naar de keuken om iets te drinken te halen.
‘Ik ken deze streek nog niet zo goed,’ verklaarde hij, ‘ik ben hier pas sinds het begin van het schooljaar. Maar het hoofd van de school is vast wel op de hoogte, hij is er op het ogenblik niet, hij is met zijn groep naar de stad.’
‘Nou, dat is dan net als wij,’ zei een van de soldaten, ‘wij komen hier ook niet vandaan. Maar dit is best een mooie streek, weer eens wat anders dan het Noorden. En onze commandant is best een toffe peer.’
‘En waar komen jullie dan precies vandaan?’
‘Ik kom uit Nancy,’ zei de soldaat met kort geknipt blond haar, ‘en mijn makker,’ voegde hij eraan toe met een knikje in de richting van de ander, die volgens Claude een beetje zwart bloed in de aderen had, ‘die is uit Lille.’

De jongens zaten om de soldaten heen gehurkt en loerden naar hun mitrailleurs: door de ongedwongen houding waarin ze op de grond zaten spande de stugge stof van hun broek zich om hun dijen en in hun kruis. De camouflagekleur gaf de mannen iets katachtigs en onder hun opgestroopte mouwen tekenden zich de aderen op hun armen af. Hun kistjes wogen vast zwaar aan hun voeten. Een van de jongens stak een verlegen vinger uit naar de loop van het wapen dat in zijn buurt lag. Claude floot en beduidde met een knikje dat hij zijn handen thuis moest houden.
‘Het geeft niet,’ zei de bruine, ‘ze zijn niet geladen.’
‘Hoe lang gaan de manoeuvres duren?’ wilde Claude weten.
‘Ze beginnen morgen en duren ongeveer twee weken. Maar er zal niet zoveel geschoten worden. Onze eenheid is onder andere gespecialiseerd in het vegen van mijnen. We oefenen ook met nachtelijke manoeuvres. We bivakkeren nu dan ook net over de kamlijn. Maar de hele eenheid in gehuisvest in een verlaten sanatorium even verderop.’

‘En hoe groot is jullie eenheid?’
‘Niet zo groot. Een kleine zestig man. Onze commandant, één van de commandanten eigenlijk, is een oudgediende uit Algerije. Best tof, maar soms neemt hij ons wel eens op de hak.
‘Wat is dat, bivakkeren?’ vroeg Pascal.
‘Dat is ergens de nacht in de open lucht doorbrengen, maar soms wel in een tent.’
‘Dus slapen jullie’s nu nachts dan onder de blote hemel of in een tent?’
‘Nu dat het winter is nog wel in een tent, maar zodra het weer wat warmer wordt in de open lucht. Maar op bivak moeten we wel ons eigen potje klaarmaken. We hebben ook jeeps, maar soms moeten we het hele zaakje te voet verslepen. Daarom dragen we onder andere dit,’ zei de blonde, terwijl hij zijn hand op een schitterende koppelriem legde, ‘daaraan kunnen we van alles ophangen, een kampeermes, tentharingen, een staaflamp en zo. Die ouwe laat ons wel eens zweten.’



‘Nou, dat is vast een hele operatie,’ zei Claude, terwijl hij een mier van zijn arm blies, ‘en vast niet zo gemakkelijk om te leiden.’
‘We hebben ook walkie-talkies om voortdurend in verbinding te blijven met de staf en kaarten van het terrein. De commandant houdt ons heus wel in de gaten, hij rijdt met zijn jeep langs de kampementen. Soms komt hij onverwachts en brengt de nacht met ons door. En soms laat hij zich een paar dagen niet zien. Na veertien dagen zijn we wel gaar!’
De zandhazen zagen er ontspannen uit: brave jongens die zich op een langverwacht uitje verheugden. ‘Je moet zeker ook de hele dag karweitjes voor ze verzinnen, net als hier,’ dacht Claude. Sommige jongens waren weer gaan voetballen, anderen bleven gehurkt zitten, aan de lippen van de soldaten hangend.

‘Waar kun je zo’n ding kopen,’ durfde een van de jongens, die over de broek van de bruine wreef.
‘Gevechtskleding? Die is niet te koop, die krijg je bij indiensttreding van het magazijn. Die is eigendom van het leger.’
‘Krijgen jullie die? Hebben ze die ook in mijn maat?’
‘Dat zou me verwonderen, maar misschien de allerkleinste maat.’
‘Kan je de pijpen en de mouwen dan niet een beetje bijknippen?’
‘Nee, dat mag niet. Je mag het legermateriaal niet kapot maken.’
‘Nou, jongens, jullie gaan de heren toch niet de oren van het hoofd vragen.’

‘Gebeuren er ook wel eens rare dingen… ongelukken of zo?’
‘Tijdens de operaties, bedoel je? Een enkele keer wel, geloof ik. Maar dat heb ik zelf nog nooit meegemaakt.’
‘Er is wel eens een verdwaalde kogel of een bajonet die uitschiet,’ meende de ander, ‘maar bij ons is dat nog nooit voorgekomen. We zijn nog maar pas twee maanden in dienst. Maar je hoort wel eens verhalen.’
‘Ik moet plassen,’ zei Pascal.
‘Nou, je kent toch de weg,’ reageerde Claude.
‘Wij stappen maar weer eens op,’ kondigde de blonde aan. ‘Bedankt voor de aardige ontvangst. Die krijgen we niet van iedereen. Een laatste vraag: als het geval zich voordoet, mogen we dan bij u wat water tappen? Een paar jerrycans voor de bivak, dat is alles.’
‘Geen probleem. Jullie kunnen komen wanneer je maar wilt’, stemde Claude toe.












GERELATEERDMEER VAN LEO GILLETMEEST GELEZEN VAN LEO GILLET

Kom, Spring dan, Markies

Leo Gillet, in Films & boeken op 22 november 2019
Reageren? Jouw reactie:

Je naam:
Email (wordt niet getoond):
min. 15 karakters, geen links of html svp







In het nieuwste nummer, Gay News 340, december 2019





















bottom image




Entire © & ® 1995/2019 Gay International Press & Stichting G Media, Amsterdam. All rights reserved.
Gay News ® is een geregistreerde merknaam. © artikelen Gay News; duplicatie niet toegestaan. Opname uitsluitend na schriftelijke toestemming van uitgever, met verplichte bronvermelding gaynews.nl. Door derden overgenomen artikelen worden in rekening gebracht, en zo nodig geincasseerd. Gay News ISSN: 2214-7640, ISBN 8717953072009. Gay News op Wikipedia.
Volg Gay News:
Twitter Issuu
RSS RSS Editors
zelfstandige Escortboys

CMI
Neem contact op
Abonneren
Adverteren






© 1995/2019 Gay News ®, GIP/ St. G Media