Back to Top
Donderdag 02 Jul
86447 users - nu online: 886 people
86447 users - nu online: 886 people login
VAN ONZE EDITORS
Share:







lengte: 11 min. Printervriendelijke Pagina  
Walt Whitman, grootvader van de moderne poëzie en van gay liberation


door Michiel Bollinger in Historie & Politiek , 28 mei 2020

This article is also available in English
lengte: 11 minuten


Hij is 201 jaar geleden geboren en schreef gedichten van onverbloemde erotiek en liefde tussen mannen. De grote man met de witte baard blijft een enigma, een vrije dichter zoals dichters nu eenmaal moeten zijn: Walt Whitman (1819-1892) was en is niet voor één gat te vangen.


"Those who love each other shall become invincible"


Zijn dichtbundel Leaves of Grass markeert het eerste puur Amerikaanse literaire product, losgezongen van de Europese voorbeelden en oude dogma’s. Arthur Rimbaud, de vernieuwer van de Europese dichtkunst, lag in 1855 nog in de wieg, hij was een jaar ervoor geboren. Walt Whitman zong van een vrije maatschappij van broederschap en democratische triomf in de nieuwe wereld. Mannen en vrouwen gelijk zouden voortaan een schaamteloze seksualiteit beleven, omdat elk lichaam nu eenmaal smacht naar puur fysiek contact en extase.

Maar de jongens en mannen hadden Whitman’s speciale aandacht, zeker in de later aan Leaves of Grass toegevoegde gedichtencyclus onder de titel Calamus (1860). Daarom wordt Walt Whitman ook wel de “First Gay American” genoemd, “the Prophet of Gay Liberation.”

“I am the poet of the body, And I am the poet of the soul”

Walt Whitman (l) en Peter Doyle, ca. 1869“I sing the body electric” – zijn internationaal bekendste tekst werd door de film en tv-serie Fame een wereldhit maar ook onherkenbaar verminkt en vermalen in moderne gemakzucht. Lees zijn originele gedicht erop na en ontdek dat Walt Whitman in zijn gedichten het tegendeel van gemakzucht is. Zijn woorden fladderen als vlinders van betekenis naar betekenis, er is geen rijm, er is ritme, enthousiasme en schwung.

Ook is er sprake van veel opsomming in zijn gedichten, want volledigheid was nodig om de allesomvattende ambities te verwoorden. De natuur glorieert en de mens is er slechts onderdeel van. Als Walt Whitman de schoonheid van het lichaam beschrijft, dan neemt hij alle ledematen mee: van oren, sproeten, nekhaar, buikspieren, vlezige billen, gespierde dijen, buigzame knieën, enkels en achillespees tot de kleinste teen.

“I believe in the flesh and the appetites”

Walt Whitman, New York, 1854Na het verschijnen van de homo-erotische Calamus-sectie in Leaves of Grass waren veel Amerikanen gechoqueerd, maar uit Europa kwamen lovende brieven van de eerste homo-emancipatoren, zoals de Engelse John Addington Symonds en Edward Carpenter.

Whitman koesterde de verering die hem bestempelde als vooraanstaand dichter en profeet van de mannenliefde, al hield hij al te opdringerige vereerders op gepaste afstand. Ten eerste omdat het Engelsen waren, de oude kolonisator waar Amerika zich niet lang geleden tegen had vrij gevochten, ten tweede omdat Whitman zich wilde positioneren als eerste en universele dichter van de nieuwe grootmacht Amerika. De Victoriaanse Engelsen spraken in die tijd van the love that dare not speak its name (de liefde die zijn naam niet durft te noemen), maar Whitman betoogde dat hij juist alles wilde benoemen, zonder taboe, zonder schaamte, zonder feodale wetgeving, zonder invloed van de oude kerken. Die inzet is revolutionair te noemen.
 
In Amerika was tijdens en na de gruwelijke burgeroorlog (1861-1865) een seculiere en democratische samenleving van vrije burgers ontstaan van nog niet eerder vertoonde afmetingen, met niet eerder vertoonde expansiedrift vanwege de constante toestroom van Europese gelukzoekers. De basis ervan werd volgens hem gevormd door een nieuwe vorm van comradeship, een messianistische filosofie van kameraadschap, compassie, democratie, lijfelijkheid en vrije concurrentie. En in de Calamus-sectie lag de nadruk op mannelijke broederschap en liefde, die hij had leren kennen in de legerhospitalen aan het front en op de drukke straten van Manhattan of de andere snel groeiende Amerikaanse steden.

Calamus, een verzameling brieven van Walt Whitman, geschreven tussen 1868 en 1880, aan een vriend (Peter Doyle)


Elektrisch lichaam

Voor een goed begrip van het “elektrische lichaam” in de poëzie van Walt Whitman is het belangrijk meer te vertellen over de pseudowetenschappelijke frenologie, een beweging die in de negentiende eeuw na Europa ook veel aanhang in Amerika kreeg. Frenologie gaat uit van de meting van de schedel om het karakter en de talenten van een persoon te bepalen, en dan gaat het vooral om de knobbels die vanuit de hersens werden gevormd door energiestromen, magnetisme en lichamelijke elektriciteit.

Onze woorden als wiskundeknobbel en talenknobbel stammen direct af van de frenologische kwakzalverij uit die tijd. Alle mensen, dieren, bomen en zelfs rotsen en de zee zouden energie naar elkaar uitstralen en elkaar ook voortdurend elektrisch opladen en ontladen. De hele natuur was onderhevig aan de straling en elektriciteitsstromen. Mensen werden ook seksueel op een elektrische manier tot elkaar aangetrokken, of ze dat nu wilden of niet. En die pseudowetenschappelijke overtuiging is door de dichter Walt Whitman aangegrepen voor zijn alomvattende kijk op de natuur en zijn lustvolle ode aan het lichaam: I sing the body electric...

“My right and left arms round the sides of two friends and I in the middle”

Walt Whitman met Warren Fritzinger, zijn laatste en favoriete verpleger in Camden, 1890Walt Whitman hield van gewone jongens en mannen, hardwerkende arbeiders, timmermannen, bakkersjongens, zwemmers, brandweermannen, matrozen, havenarbeiders en soldaten. Ook op latere leeftijd legde hij gemakkelijk contact met hen, zo blijkt uit de reconstructie van zijn dagboeken, waarin hij in codetaal aangaf met wie hij op die dag intiem was geweest. Een eindeloze reeks comrades is in zijn armen gevallen. De treinbestuurder Fred Vaughan was er één van. In de late jaren vijftig was hij Whitman’s lover, toen die zijn gedichtencyclus Calamus schreef.
 
Een blijvertje was Peter Doyl, zijn romantische vriend vanaf 1865. Whitman en Peter schreven vele liefdesbrieven aan elkaar. Peter was eenentwintig jaar, ex-soldaat en conducteur van de paardentram in Washington, waar Whitman (toen vijfenveertig jaar) als passagier instapte en een gesprekje met hem aanknoopte. Direct was er sprake van lichamelijke intimiteit, zo luidt de getuigenis van Peter Doyl zelf, Walt was nu eenmaal met iedereen zonder uitzondering lichamelijk.

met Bill Duckett (1886)Dat ging vanzelf: “Wanneer ik hem voor het eerst heb ontmoet? Een vreemd verhaal. We voelden meteen wat voor elkaar. Ik was conducteur. Die nacht was er zware storm. Walt had zijn deken over zijn schouders geslagen. Hij leek wel een oude zeekapitein. Hij was de enige passagier op de tram, het was een eenzame nacht, dus dacht ik: ik ga naar binnen en maak een praatje met hem. "

"Iets in me zorgde ervoor dat ik het deed, iets in hem. Hij zei altijd dat er iets in mij was dat hetzelfde effect op hem had. Hoe dan ook, ik ben de tram ingestapt. We raakten meteen intiem met elkaar. Ik legde mijn hand op zijn knie. We begrepen elkaar. Hij stapte niet uit aan het eind van de rit en reed het hele eind weer terug met mij. Vanaf die tijd zijn we elkaars beste vrienden.”
 
Langer dan vijftien jaar duurde de intieme vriendschap van de kleine tramconducteur en de grote dichter. Daddy had zijn twink gevonden. John Addington Symonds publiceerde na de dood van Walt Whitman in 1892 een studie over de man-mannelijke liefde met allerlei details over Walt’s liefde voor Peter Doyl.

Na de dood van zijn oude dichtervriend verklaarde Peter nog: “Ik heb Walt’s raglan shirt hier (gaat naar de kast en doet het aan). Ik doe het wel vaker aan, ga liggen en dan denk ik aan vroeger. Dan is hij weer bij me. Het is het enige dat ik heb bewaard van vroeger. Als ik het shirt aantrek, ga ik op de sofa liggen en ben ik tevreden. Het is zoals Aladin’s lamp – ik ben die oude man niet kwijt, niet voor een minuut. Hij is nog altijd dicht bij me. Als ik problemen heb, in een crisis, dan vraag ik mezelf: ‘Wat zou Walt hebben gedaan in deze toestand?’ En wat ik denk dat Walt zou doen, dat doe ik dan ook.”


Oscar Wilde

Oscar Wilde (NY, 1882), foto Napoleon Sarony
Toen de jonge schrijver Oscar Wilde in 1882 Amerika bezocht voor een lezingencyclus, bracht hij een bezoek aan de oude Walt Whitman. Die ontving hem in zijn stoffige woning, opende een flinke fles alcohol en behandelde Oscar Wilde niet anders dan de vele andere jongemannen die hij beminde. Ze spraken urenlang in afzondering en na afloop verzuchtte Wilde: “Ik heb de kus van Walt Whitman nog steeds op mijn lippen...”
 
Whitman was toen tweeënzestig en een wereldberoemd icoon. Maar hij had een beroerte achter de rug en was zwaar gehandicapt, al belette dat hem niet van intiem contact met wie dan ook. Hij beschrijft de zevenentwintig-jarige Oscar Wilde als volgt: “Hij is een prachtige, grote, aantrekkelijke jongeling, hij had het goede gevoel een voorliefde voor mij op te vatten.”

De ruige oude dichter kon het uitstekend vinden met de jonge hyper-estheet en snob uit Engeland. Blijkbaar was de ontmoeting naar beider bevrediging verlopen.


Natuurleven en Grashalmen

In 1898 verscheen in Nederland een dun boekje, Natuurleven, met vertalingen uit Leaves of Grass door Maurits Wagenvoort, in 1917 deed hij een nieuwe poging onder de titel Grashalmen. Wagenvoort had vooral belangstelling voor Whitman’s gedichten over de mannelijke liefde.

Schilderij van Thomas Eakins, goede vriend van Whitman
Zijn vertaling mag misschien sterk verouderd zijn en ook helemaal niet voldoen aan de dichterlijke wetten, Wagenvoort schrapte bijvoorbeeld veel van de in zijn ogen onnodige herhalingen, maar het initiatief van Maurits Wagenvoort is dapper te noemen in de benepen Nederlandse cultuur van begin twintigste eeuw.

Ik geef een door hem vertaald citaat uit 1917:
Uit Onbetreden paden (in paths untrodden)

“...Niet langer beschaamd (want op deze afgelegen plek kan ik antwoorden wat ik elders niet zou hebben durven zeggen.)
Krachtig in mij het leven dat zich niet vertoont en toch al het andere omvat,
Vast besloten heden geen andere zangen te zingen dan die van de mannelijke gehechtheid,
En neem mij voor ze door geheel mijn aardsche leven te doen hooren,
Voortaan zal ik het voorbeeld geven van athletische liefde,
Op den namiddag van deze lieflijke Negende Maand van mijn een en veertigste jaar,
Begin ik mijn arbeid voor allen die jonge mannen zijn of geweest zijn,
Ik zal het geheim vertellen van mijne nachten en dagen,
Ik zal de noodzaak van makkers loven.”



Streetwise rapper

Te lang bleef het volledige werk van Walt Whitman onvertaald in het Nederlands, helaas. Dat zorgde ervoor dat Whitman’s invloed op de Nederlandse literatuur beperkt is gebleven. Maar in 2005 verscheen Grasbladen bij Querido, een soort vertaalexperiment door tweeëntwintig vooraanstaande Nederlandse dichters van de complete oerversie van Leaves of Grass uit 1855, dus nog zonder de Calamus-cyclus uit de versie van 1860.

Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog was het niet ongebruikelijk dat kameraden uit het leger zich tezamen lieten fotograferen en daarbij lichamelijk contact niet schuwden

Dichters als Gerrit Komrij, Ilja Leonard Pfeijffer, Simon Vinkenoog en Elly de Waard hertaalden de woorden van Whitman, elk op eigen en moderne manier. Vooral Pfeijffer gaat daarin ver, hij maakt van Walt Whitman een streetwise rapper, compleet met poëtische gebbetjes en opschepperij:
“...Hij was een peer van een okeë vent het mondje rap geroerd opvliegend
niet onknap sloeg hij het leven als een oude gabber op de schouders
hield wel van een humorgeintje zou zijn leven geven voor een vriend...”

(Uit: Te denken aan tijd, 4)

Die werkwijze leverde meer zicht op de virtuositeit van Ilja Leonard Pfeijffer dan op een accurate vertaling van Walt Whitman. Het zou goed zijn als het complete oeuvre een moderne vertaling krijgt, op een historisch en literair verantwoorde manier. Dat is toekomstmuziek.

“Walt Whitman, an American, one of the roughs, a kosmos”

Walt Whitman garden, foto Paul Pecora/ Shutterstock.com

Whitman cultiveerde het beeld van zichzelf als ruwe bolster, blanke pit, een eenvoudig levende man met vaderlijke en moederlijke kwaliteiten, een profeet, hij incorporeerde in zijn poëzie de hele natuur, de hele mensheid, ja, de hele kosmos! Zijn enthousiasme en energie zijn voor velen aanstekelijk geweest, maar anderen moesten van zijn narcistische grootheidswaan helemaal niets hebben, en zeker niet van zijn verdachte erotiek en seksualiteit. You love him or you hate him.

Nog steeds is er controverse over de al dan niet opzettelijk universele (lees: panseksuele of biseksuele) mythe van de dichter, door Walt Whitman zelf in gang gezet. Hij leefde in een puriteinse samenleving en moest de fysieke kanten van de mannenliefde wel in aanvaardbare bewoordingen opschrijven en soms vermommen, wilde hij de eerste nationale Amerikaanse dichter kunnen zijn. Zo veranderde Whitman soms de HIJ van een gedicht in een ZIJ of iets geslachtsloos. Maar de goede verstaander wist wel beter.

Voor de mannenliefhebbers is en blijft Walt Whitman de wegbereider van “gay liberation,” honderd jaar voor dato, de zanger van de vrije seks tussen mannen. De eerste dichter die durfde te zeggen wat miljoenen vóór hem niet hadden gedurfd.

“The beards of the young men glistened with wet, it ran from their long hair,
Little streams passed all over their bodies. An unseen hand also passed over their bodies,
It descended tremblingly from their temples and ribs.”


Judith Herzberg vertaalde deze passage uit het gedicht “Achtentwintig Jongemannen” zo:
“Glinsterend nat waren hun baarden, uit hun lange haar
Droop het in stroompjes over de jongemannenlijven.
Een onzichtbare hand gaat ook over hun lijven
Bevend omlaag langs hun slapen en ribben.”


Internationale dichters als Federico García Lorca, Pablo Neruda en Allen Ginsberg hebben Walt Whitman geëerd. Lorca’s Ode aan Walt Whitman uit 1929 is een felle aanklacht tegen de in zijn ogen geperverteerde nichten van de grote stad en een ode aan de pure mannenliefde zoals Whitman die bezong. Maar Lorca laat daarin ook zien dat hij net zo’n slachtoffer van homo-zelfhaat is als de meeste van zijn Spaanse tijdgenoten. Door de tijd heen maakte iedereen een eigen Walt Whitman van de mythische profeet met de witte baard.
 
Pablo Neruda’s ode uit 1956 prijst de Amerikaanse dichter om zijn liefde voor het simpele leven. Allen Ginsberg heeft vaak aangegeven dat hij tot in zijn intiemste vezels is beïnvloed door de vrije poëzie en alomvattende seksualiteit van Whitman. Ginsberg’s lange en bevrijdende gedicht Howl uit 1955 is er een goed voorbeeld van. De opstandige beat generation van die jaren greep wel vaker terug naar de vrijheidsprofeet Walt Whitman, als een soort voorbode van de hippies in de jaren zestig en de gay-lib-beweging van de jaren zeventig en tachtig van de twintigste eeuw.

Ik geef Walt Whitman graag het laatste woord omdat we zijn stem tegenwoordig zo hard nodig hebben, óók in de eenentwintigste eeuw: “Smile, for your lover comes!”
 
2x per maand het laatste van onze redacteuren en nieuws updates in je inbox

Uitschrijven kan met 1 klik













GERELATEERDMEER VAN MICHIEL BOLLINGERMEEST GELEZEN VAN MICHIEL BOLLINGER

Walt Whitman, grootvader van de moderne poëzie en van gay liberation

Michiel Bollinger, in Historie & Politiek op 28 mei 2020
Reageren? Jouw reactie:

Je naam:
Email (wordt niet getoond):
min. 15 karakters, geen links of html svp




















bottom image




Entire © & ® 1995/2020 Gay International Press & Stichting G Media, Amsterdam. All rights reserved.
Gay News ® is een geregistreerde merknaam. © artikelen Gay News; duplicatie niet toegestaan. Opname uitsluitend na schriftelijke toestemming van uitgever, met verplichte bronvermelding gaynews.nl. Door derden overgenomen artikelen worden in rekening gebracht, en zo nodig geincasseerd. Gay News ISSN: 2214-7640, ISBN 8717953072009. Gay News op Wikipedia.
Volg Gay News:
Twitter Issuu
RSS RSS Editors
zelfstandige Escortboys

CMI
Neem contact op
Abonneren
Adverteren






© 1995/2020 Gay News ®, GIP/ St. G Media