Back to Top
Dinsdag 22 Oct
86366 users - nu online: 1452 people
86366 users - nu online: 1452 people login
VAN ONZE EDITORS
Share:





Historie & Politiek

De homo-revolutie brak los na 1969 en het was een linkse beweging: veel moest anders of soms alles. Wat overal in Europa anders moest was de wetgeving en zoals we weten duurde dat nog even, zoals in Engeland waar de regeling Clause 28 (als de Russische anti-homopropaganda nu) eerst ingevoerd werd in 1987 en in 2003 weer werd opgeruimd.

door Gert Hekma - 29 juli 2019

lengte: 10 min. Printervriendelijke Pagina  
Op de bres deel IV: hoe ging het verder met de homo-emancipatie na 1969?


This article is also available in English
lengte: 10 minuten


Het gay liberation monument (uit 1980, NY)
In Frankrijk duurde het tot 1981 voordat met president Mitterand wetten, politielijsten van homo’s of verboden van bladen verdwenen en zelfs toen nog niet helemaal. In Duitsland, eerst Oost en West, en vervolgens in een verenigde staat, duurde het erg lang voordat wetten gelijk getrokken werden. In Nederland schaften we 248bis af in 1971 maar artikel 239, het verbod op “openbare schennis der eerbaarheid,” staat nog steeds in de wet en er spelen steeds opnieuw problemen op over publieke seks (zoals elders ook).

Vervolgens speelde de vraag op of slachtoffers van wetten en maatregelen schadevergoeding zouden krijgen. In Duitsland, Groot-Brittannië en Canada kregen ze die, maar niet in Nederland en de meeste andere landen. Bovendien: in de helft van de landen hebben ze nog steeds of soms zelfs opnieuw anti-homo en -sekswetten.

Zoals in de Verenigde Staten, een land dat met Stonewall als wereldleider van homorechten wordt gezien maar dat zeker niet is.

Bezoekers waren de regelmatige invallen door de politie zat en boden weerstand, Stonewall In, 26 juni 1969

De “sodomiewet” werd pas heel laat afgeschaft in de VS, in 2003. Het “homo-huwelijk” was er pas mogelijk in 2015. In de grootste landen, China en India, zijn intussen specifieke anti-homowetten afgeschaft maar bestaat geen homo-huwelijk.


Psychiatrie en religie

Homoseksualiteit was een misdrijf en een volgend obstakel was dat homoseksualiteit als een psychische afwijking gold, waarvoor sommige mensen werden behandeld of pillen tegen kregen. Daar kwam een eind aan in Nederland met het werk van de psychiater Wijnand Sengers, die eind jaren zestig stelde dat homo’s niet ziek waren, maar dat een goed gesprek of een bezoek aan een homoclub meer effect sorteerde en minder pijnlijk was dan een dure behandeling.

psychiater Van den AardwegBinnen een decennium was zijn mening gemeengoed onder collega’s. Alleen orthodoxe mensen houden vast aan het idee dat homoseksualiteit een stoornis is, maar hun zienswijze is nu een afwijking, zoals die van de psychiater Van den Aardweg, die in 1967 schreef over Homofilie, neurose en dwangzelfbeklag. Zulke ideeën over mannen- en vrouwenliefde als psychische stoornis kwamen vaker voor, van New York, Parijs, Rusland, Latijns-Amerika tot vele landen in de Derde Wereld, zeker waar een traditionele psychoanalyse invloed heeft.

Hier hadden we de Freudiaan P.C. Kuiper als leidende psychiater, die ondanks zijn eigen sterke homoseksuele verlangens lang volhield dat kinderen een vader én moeder nodig hadden om de juiste sekserollen te leren. Hij raakte zelf in crisis en kreeg een behandeling met elektroschokken waar clinici eerder homo’s van voorzagen. Veel homoseksuele psychiaters, zoals Sengers, of anti-psychiaters zagen niks kwaads in homoseksuele uitingen, ook niet voor kinderen – een veel voorkomend argument dat het verkeerd is om hen daarmee te confronteren.

In 1973 besloot de Amerikaanse Psychiatrische Associatie met een stemming dat homoseksualiteit geen psychische stoornis meer was – een belangrijke overwinning na een lange lijdensweg en een korte strijd met psychiaters die dat wel dachten en uitwegen geboden kregen om dat te blijven geloven.

Het derde thema was dat homoseksualiteit niet alleen een misdrijf en ziekte maar ook een zonde is.

Het eerste en het derde thema zijn in veel landen hardnekkig. Voor de meeste religies geldt dat vooral in orthodoxe maar zelfs in moderne variaties: protestanten in hun vele soorten, moslims, hindoes, boeddhisten en de katholieken, die voor een dikke miljard mensen een eenheidsleer hebben waaraan ze zichzelf niet houden.

Het is vooral het religieuze fundamentalisme dat ten grondslag blijft liggen aan een negatieve houding over homoseks.

Begrip was er niet gelijk, kop van 6 juli 1969
De katholieke kerk en paus Franciscus blijven worstelen met wat er wel en niet kan in hun geloof. Seksueel kindermisbruik door priesters is er net zo taboe als het omgekeerde: homoseksueel plezier dat zij hebben met elkaar en andere volwassenen. Een Marokkaan sprak ooit over koranscholen als homobroedplaatsen waar Islam en geflikker samen gingen ondanks dat het zondig zou zijn.

In een steeds preutsere wereld lijkt een politiek van gesloten oren en ogen en van handen thuis onder moslims steeds meer ruimte te krijgen en raakt homoseksualiteit ongewenst. Zo’n negatieve politiek ligt overigens onder vuur in veel landen in de Derde Wereld, zoals in Latijns-Amerika, China en India.

Maar tegelijk zien we dat een homovriendelijkere houding niet altijd omarmd wordt, of omgekeerd, dat die verdwijnt zoals in Brazilië, Rusland, Turkije, Egypte, Pakistan, Indonesië of Oeganda. Het is helemaal de vraag hoe zulke tegenstrijdige ontwikkelingen uitpakken.


Meer rechten

betoging tegen invoering section 28, Londen
In Westerse landen kwam homo-emancipatie langzaam op stoom. Vaak werden wetten afgeschaft waarna regels en maatregelen volgden. Homo’s kregen rechten om samen en alleen huizen te huren, rechten die niet alleen voor het individu golden maar ook voor partners, om geliefden in het ziekenhuis te bezoeken, erf- en asielrechten, er kwamen voorzieningen van onderwijs tot ouderenzorg en de overheid ging er steeds meer voor betalen zoals toen aids gays zwaar trof. Er kwam geld voor homo-organisaties en -initiatieven en relevant onderwijs. Liefde gold meer dan een bloedband.

Hier kwamen anti-discriminatiewetten zoals de Algemene Wet Gelijke Behandeling in 1994. Kort tevoren kwamen er partnerschapsrechten zoals in Denemarken in 1989. In Nederland kwam er een geregistreerd partnerschap in 1997 met beperkte opties als startpunt voor de openstelling van het huwelijk voor paren van gelijk geslacht, dat hier geen homo-huwelijk genoemd mocht worden. Dat kwam er in 2001 en veel homo’s en lesbo’s vierden dat als een overwinning, maar dat gold minder voor hetero’s die de gelijktijdige bekendmaking van het huwelijk van prins Willem Alexander en Maxima een groter feest vonden.

Voor homo’s en lesbo’s uit vele hoeken en gaten van de wereld was dat homo-huwelijk een geweldige triomf. Er is meer feest voor gevierd in de rest van de wereld dan in Nederland.

Homobetoging in Toronto, 1973
Er waren enige beperkingen aan dat huwelijk, maar die zijn meest rechtgezet intussen. De bespottelijkste was dat de koningin of koning niet met een partner van hetzelfde geslacht mocht trouwen. Machinaties van Beatrix? Ten tweede mochten homo’s geen kinderen adopteren uit een homo-onvriendelijk buitenland, wat hetero’s nu ook steeds minder kunnen. Ten slotte bestond er geen biologische fictie in het geval van homo’s: als een kind in een hetero-huwelijk geboren werd was de vader “echt” en “biologisch” ook al was zijn zaad ongebruikt gebleven, maar dat gold niet voor homo’s en lesbo’s – daar was altijd een derde “echte” ouder.

Over de hele wereld bleven zulke regelingen moeilijk, eerst rond homo’s en lesbo’s en later rond transgenders en interseksuelen: wat is een man en wat is een vrouw, een vader of moeder, wat is medisch mogelijk, wie betaalt de kosten, kun je van gender veranderen en zijn daar anderen zoals een dokter, psycholoog of rechter bij nodig of kun je zelf beslissen?


Privé-zaak

Er is nog veel nodig op het gebied van vrijer denken over seksualiteit. Als gezegd zijn we vrije burgers in democratische staten, zeker in het Westen en in de Europese Unie, maar je krijgt niet die indruk als je hoort hoe ouders en autoriteiten over seks en kinderen denken of als je de drukte om MeToo hoort – alsof vrouwen alleen slachtoffers zijn en geen autonome seksuele burgers.

We zijn een lange weg van de jaren zestig gegaan van achterstelling en repressie van vrouwen en homo’s naar meer mogelijkheden en rechten nu. Maar seks blijft een “privé-zaak,” een kwestie van schaamte en vooroordeel. Hoeveel mensen spreken gemakkelijk over hun seksuele leven, hun liefdes en voorkeuren, van je zelf plezieren, over man/man seks, de pret met boeien en zwepen, de lol van een drol, hoeveel mensen kennen hun fetisjen, hoeveel scholen geven onderwijs over seks en gender?

Het was wonderbaarlijk toen ik eens in mijn kast met oude boeken keek en zag hoeveel seksuologen en liefhebbers zelf rond 1900 over bijzondere voorkeuren schreven zoals “eonisme” (travestie van mannen), androgynie en effeminatie, fetisjisme, kwetsen om zulke voorkeuren of stelen om geliefde objecten te kapen, algolagnie (masochisme), flagellatie en bondage, over coprofilie (poepseks), necrofilie (seks met doden), voyeurisme en exhibitionisme, pedofilie, monoseksualiteit (seks met jezelf), nymfomanie en satyriasis (zin in mannen bij vrouwen en omgekeerd), incest, lustmoord en verkrachting, agorafobie en agorafilie (afkeer van en voorkeur voor publieke plekken zoals voor seks). Voor die woorden bestonden vaak alternatieven en er waren vele andere voorkeuren. Al die variaties van seksualiteit noemde men perversies, afwijkingen van heteroseksualiteit, coïtus en monogamie, want dat was normaal.


Alfabetsoep

Wat me altijd frappeerde is dat er veel verschillende perversies zijn, maar dat ze nooit in de nieuwe alfabetsoep voorkomen die langzaamaan ontstond. Het heette eerst homo of gay, wel eens homofiel en radicale rakkers noemden zich flikker, poot of pot en langzamerhand werden het homo’s en lesbo’s of potten en flikkers.

Rond 1990 pas kwam de toevoeging voor bi’s en heette ons soort mensen in België holebi’s. Snel daarna volgden nieuwe acroniemen: transseksueel en queer. De eerste afkorting was eerst T&T voor transseksueel en travestiet sinds de jaren zeventig maar het werd rond 1990 Trans, dat alle variaties op het genderspectrum tussen man en vrouw omvatte, of het nu van cultuur of natuur kwam of door een operatieve ingreep, of het met of zonder juridische instemming ging.

de activistische dragqueen Sylvia Rivera (1951-2002) tijdens de Act Up betoging in NY 1994
Of het fluïde in de tijd was of als een vastliggende “identiteit” werd beschouwd. Uiteindelijk komt de vraag op of het nog zinvol is van de man of de vrouw te spreken: iedereen is zijn gender performance en met operaties kun je vorm geven aan een gender die niet vastligt. Het is niet naar de zin van vele mensen die gewoon man of vrouw willen zijn of soms trans.

“Queer” en “flikker” zijn beide een scheldwoord voor homo’s die gebruikt gingen worden juist als termen van zelfverzekerdheid.

“Queer” kwam vrijwel gelijktijdig op als een actieterm voor gays in het aids-tijdperk, zoals met Queer Nation en voor studieuze flikkers en potten met Queer Studies. Het kon staan voor dwars en tegendraads maar ook voor non-heteronormatief en tenslotte voor gewoon anders. Soms gaat het nog verder en staat het voor inclusief: voor alles, zelfs voor heteroseksueel. De braafste clubs hebben intussen de laagste drempels en iedereen mag meedoen. Wat eens Gay Prides waren degradeerde zo eerder tot Gay Shames, waar met al die hetero’s niks meer te beleven viel.

De afkortingenlijst groeit intussen steeds: na de T en Q kwam ook de I erbij, van Interseksueel voor personen die niet zuiver man of vrouw zijn: de aloude “Zwischenstufen” van Hirschfeld. De rij werd HLBTQI. Sindsdien woekeren de afkortingen verder: A staat voor Aseksueel en soms voor Ally (partner), P staat niet voor Pedofiel of Promiscu, maar eerder voor Polyamorie en soms voor Panseksueel (die niet kunnen kiezen), maar niet voor Polyseksueel. De Q gebruiken mensen die onzeker zijn, Questioning. Alle groepen heten samen soms weer SoGi, “sexual orientation en gender identity.” Daarbij is het weer de vraag waarom seks en gender samen gaan, omdat ze zo nauw samenhangen? Niet iedereen is overtuigd. Voor Maxim Februari gaat transseksueel over gender en niet over seks en homomannen zien hun voorkeur als seksueel en niet als iets van gender. En wat is er gemeenschappelijk aan een a- en een homoseksueel? Wat de één niet heeft, is er aan de andere kant weer meer.

De grote vraag is waarom het steeds een identiteit moet zijn en waarom mensen niet méér kunnen zijn of fluïde? ’s Ochtends een vlotte vrouw op het werk en ’s avonds een sadist in de kelder. De ene dag plezierig jezelf bevredigen en de volgende een liefhebbende man en in het weekend een speelse jongen. Waarom zouden we ons vastpinnen op zus of zo, waarom zo rigide en waarom niet de ene keer niks zijn en doen en de andere keer doen wat je leuk vindt en jezelf uitvinden? Of seks en gender los laten lopen: verbinden als het nuttig of leuk is, ze laten dwalen als het verband zoek is.

 













GERELATEERDMEER VAN GERT HEKMAMEEST GELEZEN VAN GERT HEKMA

Op de bres deel IV: hoe ging het verder met de homo-emancipatie na 1969?

Gert Hekma, in Historie & Politiek op 29 juli 2019
Reageren? Jouw reactie:

Je naam:
Email (wordt niet getoond):
min. 15 karakters, geen links of html svp




















bottom image




Entire © & ® 1995/2019 Gay International Press & Stichting G Media, Amsterdam. All rights reserved.
Gay News ® is een geregistreerde merknaam. © artikelen Gay News; duplicatie niet toegestaan. Opname uitsluitend na schriftelijke toestemming van uitgever, met verplichte bronvermelding gaynews.nl. Door derden overgenomen artikelen worden in rekening gebracht, en zo nodig geincasseerd. Gay News ISSN: 2214-7640, ISBN 8717953072009. Gay News op Wikipedia.
Volg Gay News:
Twitter Issuu
RSS RSS Editors
zelfstandige Escortboys

CMI
Neem contact op
Abonneren
Adverteren






© 1995/2019 Gay News ®, GIP/ St. G Media