Back to Top
Zaterdag 17 Nov
86212 users - nu online: 1444 people
86212 users - nu online: 1444 people login
VAN ONZE EDITORS
Printervriendelijke Pagina  
In gesprek met de vorigen, uit de herinneringen van een homo-journalist


door Hans Hafkamp in Historie & Politiek , 22 oktober 2018

This article is also available in English


In de bijna veerig jaar die ik “als medewerker of redacteur bij een groot aantal homotijdschriften betrokken [ben] geweest,” om een kenschets uit de Homo-encyclopedie van Nederland te gebruiken, heb ik diverse mensen geïnterviewd die ondertussen niet meer onder ons verkeren. Zo bezocht ik in 1990 in verband met een artikel voor Clique mode-ontwerper Frank Govers in zijn donker ingerichte appartement aan een van de Amsterdamse grachten.

Frank Govers
Eigenlijk kende ik Govers en zijn partner Uwe toen al jaren van gezicht. En niet alleen, zoals veel Nederlanders, uit de roddelpers. Zij waren namelijk regelmatige klanten bij de Bruna in de Leidsestraat, waar ik - in een ook toen al ver verleden - enige jaren heb gewerkt. Ik was echter hogelijk verbaasd dat ze mij ook nog leken te kennen. Eigenlijk is dat een rare reactie, want ook bekende Nederlanders zijn natuurlijk gewoon mensen, die niet allemaal uitsluitend en alleen met hun eigen imago bezig zijn maar zich wel degelijk ook voor anderen interesseren.

Frank Govers was niet enkel de man van de wasmiddelenreclame die zijn modellen met een kirrend uitgesproken “Popje” een speld in hun achterste drukte. Hij was een man die het nodige had meegemaakt voordat hij de positie bereikte die hij uiteindelijk innam. En hij kon ook smakelijk vertellen over zijn wederwaardigheden als flamboyante nicht in het grijze Nederland van de jaren van wederopbouw.

Gelukkig heb ik niet alleen mensen geïnterviewd die daarna het tijdelijke met het eeuwige verwisselden. Op de dag dat ik Tom of Finland uitvoerig had gesproken, liep ik bij een Amsterdamse homoboekhandel de schrijver Andrew Holleran tegen het lijf. Hij was in gespAndrew Holleranrek geraakt met één van de eigenaars, die mij aan hem voorstelde.

Aangezien ik altijd een groot bewonderaar ben geweest van zijn debuutroman Dancer From The Dance (1978), waarin hij een realistisch, opwindend, maar ook enigszins ontluisterend beeld schetst van de hedonistische disco-wereld in New York toen aids nog niet rondwaarde, kon ik deze gelegenheid niet laten lopen.

Hoewel ik mij totaal niet op een interview met hem had voorbereid, besloten we toch maar het dan en daar te houden. Het werd uiteindelijk een heel geanimeerde conversatie.
 
Toen ik een paar jaar later in New York vakantie vierde, hield hij in homoboekhandel A Different Light een lezing uit zijn toen net verschenen roman The Beauty of Men (1996), waarna hij dit werk signeerde. Hoewel ik dit boek als vakantielectuur uit Amsterdam had meegenomen, liet ik hem er toch zijn handtekening inzetten. Toen ik hem herinnerde aan onze conversatie een paar jaar tevoren in Amsterdam, wist hij daarvan tot mijn verbazing nog details die ikzelf allang was vergeten. Maar eigenlijk had ik hier niet verbaasd over hoeven te zijn, want wie Holleran’s romans leest wéét dat hij over een ijzersterk geheugen moet beschikken. Misschien is dat zelfs wel een eerste vereiste voor auteurs van autobiografisch getinte romans, want het zijn juist die details die een verhaal een realistisch aanzien geven.


Dat jaar logeerden mijn man en ik in een piepklein appartementje in Charles Street. Meestal verbleven we in New York echter in de Chelsea Pines Inn in West 14th Street. Ik heb mij toen nooit gerealiseerd dat het pand waarin dit gay hotel is gevestigd een bescheiden rol speelt in de Amerikaanse letteren. Overigens niet in de erotische memoires van een nichtenschrijver, hoewel dat goed mogelijk zou zijn, want het hotel ligt vlak bij het homo-hart van Chelsea en ik heb er, zeker in het weekend van Gay Pride, voor de deur heel wat geflirt waargenomen, hoewel dat meestal uiteindelijk op niets leek uit te lopen.

Nee, in dit pand woonde in de jaren twintig enige tijd George Kirk, een goede vriend van H.P. Lovecraft, de schrijver van griezelverhalen die tijdens zijn leven amper van zijn werk kon leven maar ondertussen tot de grootmeesters van het macabere verhaal wordt gerekend. Lovecraft blijkt dit pand gebruikt te hebben als locatie voor zijn verhaal “Cool Air.” Evenals de helden in Holleran’s boeken maakte Lovecraft vele nachtelijke wandelingen door New York. Hij zocht daarbij echter de stilte van de enkele, nog niet door de vooruitgang aangetaste overblijfselen van het koloniale verleden en niet de “Bright Lights” van het uitgaansleven in de “Big City.” New York is een stad met meerdere gezichten, zoals ook de mensen die ik interviewde thuis vaak een ander gezicht bleken te hebben dan dat ze in het openbaar lieten zien.

Bill SmelingIn de loop der jaren heb ik echter niet alleen mannen gesproken, die ook een plaats in de mainstream-cultuur hebben veroverd, maar ook kunstenaars die vooral in de homo-wereld faam genieten. Zo kon ik rond 2005 weer even de hand schudden van Bill Schmeling, beter bekend als The Hun, die toen in Amsterdam was in verband met de opening van een expositie bij Mr. B. De vorige keer dat ik hem had gesproken was in 1997, toen hij in Amsterdam was om te jureren bij de verkiezing van Mr. Leather.

Ik heb hem toen voor Gay News een interview afgenomen, waaraan ik nog steeds met enige schrik terugdenk. Niet vanwege Bill, die, ondanks de voorstellingen die hij op papier zet, een heel aimabele man is, maar omdat mijn tape-recordertje het ineens liet afweten en ik dus op de ouderwetse manier alles moest opschrijven. Dit heeft het voordeel dat je de overdaad aan franje die bij een gesprek altijd aanwezig is meteen kunt wegsnoeien, maar soms raak je door het maken van aantekeningen ook je concentratie op het interview een beetje kwijt. Bovendien wordt het moeilijker, hoewel niet onmogelijk, opmerkelijke uitspraken letterlijk te citeren.


Ik heb in de loop der tijd heel wat mannen geïnterviewd die ondertussen niet meer onder ons zijn omdat ik van mening ben dat ouderen vaak meer te vertellen hebben, aangezien ze meer hebben beleefd en daardoor het nodige aan mijn kennis van de homocultuur kunnen toevoegen. Een blik op mij toen onbekende aspecten van de homogeschiedenis kreeg ik zeker toen ik in 1987, samen met Ruud Hollenkamp, Tom of Finland kon interviewen voor G.A. Magazine. Ook aan de omstandigheden van dit vraaggesprek bewaar ik overigens gemengde herinneringen.


Het vond namelijk plaats in de lobby van het toenmalige Hotel New York op de Herengracht, waar een medewerker het noodzakelijk achtte driftig kletterend met allerlei bestek in de weer te gaan, waardoor Tom’s zachte stem soms moeilijk was te verstaan. Maar hij had veel interessants te vertellen. Over zijn bewustwording in het niet bepaald vooruitstrevende Finland van rond de Tweede Wereldoorlog, over de enigszins obscure uitgevers bij wie zijn werk aanvankelijk verscheen, en over de internationale faam die hij uiteindelijk verwierf.

Rob MeijerNiet lang daarna mocht ik Rob Meijer, de oprichter van de bekende leerzaak RoB, aan een interview onderwerpen. Rob was een man die heel goed wist wat hij wilde, en ik heb nog steeds het idee dat hij, kort voor zijn overlijden, zijn leven nog eens precies uit de doeken wilde doen voor het nageslacht.

Natuurlijk heb ik mij daar graag voor geleend, want Rob was een uitzonderlijke man met een opmerkelijke carrière, die liep van kledingontwerper voor dames met grote maten, tot ontwerper van kleding waardoor heren groter geschapen en breder gebouwd leken. Daarnaast had hij een belangrijke rol gespeeld bij het in Nederland onder de aandacht brengen van verschillende homo-erotische kunstenaars.

Hoewel ik niet de eerste was die Rob interviewde, kun je nu ook weer niet zeggen dat hij al door iedereen uit-en-te-na was uitgehoord.

Quentin Crisp
Dat gold wel voor Quentin Crisp, die toen ik hem sprak al tegen de negentig aanliep. In zijn vaste restaurant in New York mocht ik een lunch voor hem bestellen, in ruil waarvoor hij allerlei gevatte opmerkingen op mijn bandje insprak. Kwinkslagen die hij overigens niet ter plekke voor mij bedacht, omdat ik de meeste al uit eerdere interviews en uit zijn boeken kende.  Maar Quentin Crisp ging je dan ook niet interviewen om een oplossing voor het wereldprobleem te krijgen.

Crisp zei zelf altijd dat het zijn beroep was “beroemd” te zijn en het was een genoegen hieraan een steentje bij te dragen. Crisp was namelijk een, toen enigszins vervallen, monument. Maar toch een monument. Een monument van de homo-emancipatie omdat hij in het voor homo’s barre klimaat van de jaren vijftig en zestig al het zogenaamde “fatsoen” aan zijn pumps lapte en ongegeneerd zijn eigen baan trok.

Deze mannen hebben elk op hun eigen manier bouwstenen aangedragen voor de manier waarop we nu onze homoseksualiteit kunnen beleven, en ik ben blij dat ik daar getuigenis van heb mogen afleggen.



 








In gesprek met de vorigen, uit de herinneringen van een homo-journalist

Hans Hafkamp, in Historie & Politiek op 22 oktober 2018
Je kunt reageren :: Mijn reactie:

Je naam:
Email (wordt niet getoond):













Rubrieken:








In het nieuwste nummer, Gay News 327, november 2018






Mister B& B
Ontdek de wereld, Ervaar je Pride











Meer uit Historie & Politiek
Meer uit nummer 326
Meer van Hans Hafkamp





Sauna NieuweZijds


Gay Sauna Amsterdam

meer info |visit


LantarenVenster


De plek om de actuele auteursfilm en wereldcinema te zien

meer info |visit















bottom image




Entire © & ® 1995/2018 Gay International Press & Stichting G Media, Amsterdam. All rights reserved.
Gay News ® is een geregistreerde merknaam. © artikelen Gay News; duplicatie niet toegestaan. Opname uitsluitend na schriftelijke toestemming van uitgever, met verplichte bronvermelding gaynews.nl. Door derden overgenomen artikelen worden in rekening gebracht, en zo nodig geincasseerd. Gay News ISSN: 2214-7640, ISBN 8717953072009. Gay News op Wikipedia.
Volg Gay News:
Twitter Issuu
RSS RSS Editors
zelfstandige Escortboys

CMI
Neem contact op
Abonneren
Adverteren






© 1995/2018 Gay News ®, GIP/ St. G Media