Back to Top
Maandag 24 Sep
86195 users - nu online: 954 people
86195 users - nu online: 954 people login
VAN ONZE EDITORS
Printervriendelijke Pagina  
Op zoek naar homoseksualiteit en verzet, Deel 1


door Judith Schuyf in Historie & Politiek , 28 juni 2018

This article is also available in English


“Dat hij (= de homoseksueel) in liefde voor zijn vaderland en voor zijn medemens niet achterbleef is in de afgelopen oorlogsjaren wel sterk tot uiting gekomen. Zo zijn er o.a. tal van onderduikers door homosexuelen opgenomen en voortgeholpen. Voorbeelden genoeg zijn me hiervan bekend, een o.a., waar niet minder dan acht joodse landgenoten door een homosexueel vriendenpaar zijn opgenomen, verborgen gehouden en verzorgd, met gevaar natuurlijk voor eigen leven. "


"Maar ook in de actieve verzetsbeweging namen homosexuelen een zeer voorname plaats in, waarbij tal van hen het offer van hun leven gebracht hebben, zo, dat ze zelfs de eerbied van de vijand afdwongen. "
Dit schrijft de grondlegger van de emancipatiebeweging in Nederland, jhr. Jacob Schorer, in 1946 in het nawoord van zijn brochure Gelijkheid van Recht – ook hier! waarin hij (niet voor de eerste keer) een dringend beroep op de Nederlandse regering doet om artikel 248bis af te schaffen. Hij dacht daarbij ongetwijfeld aan Willem Arondéus, Sjoerd Bakker en Carel Peekelharing. Daarnaast dacht hij zeker aan Han Stijkel en enkele leden van zijn groep.

Han StijkelZo schrijft hij in april 1953 aan zijn goede vriend en compaan Jaap van Leeuwen: “ja zeker was hij een onzer, en in de Stijkelgroep waren er verscheidene. Ik dacht dat je dat wel wist. In mijn Gelijkheid van recht heb ik daarop ook gewezen, al heb ik dan geen namen genoemd, maar pour bon entondeur was dat toch, dunkt me, wel duidelijk. Hij behoorde tot mijn goede vrienden, en hij heeft me in Mei 1940 met François trouw geholpen bij het vernietigen van het volledige dossier van het W.H.K. Hij was altijd vol ijver voor onze zaak. Requiescat in pace.”


Iets over Stijkel, vrijmetselaar èn homoseksueel

Arondéus, maar ook Bakker en Peekelharing hebben in de afgelopen jaren al heel wat aandacht gekregen. Dat geldt niet voor Han Stijkel. Als de brief van Schorer niet bewaard was gebleven in het archief van Van Leeuwen, zouden we niet weten dat Han Stijkel homoseksueel was. Wat doet het er eigenlijk toe?
Waarom zouden we dit willen weten?
Maar ook: waarom weten we het eigenlijk niet?
 
Ik stel die vraag niet omdat ik per se nieuwe zieltjes aan de LHBT kudde wil toevoegen. Wel omdat ik vind dat het verhaal over verzet in de Tweede Wereldoorlog vandaag ook nog relevant is omdat de geschiedenis niet zwart-wit is. Die bestaat niet uit eendimensionale helden en schurken alleen. De geleefde werkelijkheid was vaak gecompliceerd en redenen om in verzet te komen waren dat ook. Wat wij nu als identiteitskenmerken zien – sekse, levensovertuiging, seksuele voorkeur – speelden een rol, die helaas nog vaak onderbelicht blijft.

Jacob Schorer (rechts) met een onbekende jongemanWat de vrouwengeschiedschrijving al lang geleden wist, kan geen kwaad nog eens te herhalen: het persoonlijke is politiek, en politieke beslissingen doen er toe. Omdat de vraag waarom mensen in verzet komen ook vandaag nog zeer relevant is – misschien zelfs relevanter dan op enig moment in de afgelopen decennia.

Johan Aaldrik Stijkel moet een complexe persoonlijkheid zijn geweest. In zijn levensgeschiedenis laten zich allerlei tegenstrijdigheden herkennen. Hij was zeer gelovig – bepaald niet ongebruikelijk in het Nederland van de jaren dertig en veertig. Daarnaast was hij vrijmetselaar. Én homoseksueel. Bovenal was hij zeer ambitieus en zag zich kennelijk al op jeugdige leeftijd als een leider van mensen.

Stijkel werd op 8 oktober 1911 in een remonstrantse familie in Rotterdam geboren. Zijn vader was coupeur en had een kennelijk goed lopend bedrijf, dat ook tijdens de oorlog bleef functioneren.
 
De jonge Han ging naar de Christelijke HBS en moest daarna aanvullend staatsexamen doen om naar de Universiteit te kunnen. Hij ging Engelse taal en letterkunde studeren aan de Universiteit van Amsterdam (aan de VU kon dat toen nog niet). Volgens een na de oorlog verschenen reeks herdenkingsartikelen in de Haagsche Courant zou hij als bijvakken pedagogiek en sexologie gestudeerd hebben. Vooral dat laatste is opmerkelijk. Seksuologie was toen nog niet universitair. De Nederlandse seksuologen hielden zich, in nauw contact met de Duitse, in die periode vooral bezig met homoseksualiteit.

Door het verzet gemaakte spotprent
Schorer vormde de belangrijkste link met Duitse seksuologen als Magnus Hirschfeld. Beiden deelden de mening dat wetenschap en kennis een belangrijk middel vormden om vooroordelen en rechtsongelijkheid met betrekking tot homoseksualiteit tegen te gaan. In het jaar waarin Stijkel ging studeren, 1932, verhuisden de Stijkels naar de Haagschestraat 113 in Den Haag. Schorer stuurde exemplaren van de Jaarverslagen van het NWHK naar studenten en woonde eveneens in Den Haag.

Wellicht is het contact tussen Stijkel en Schorer dus al in 1932 ontstaan. Nadat Stijkel in 1937 zijn kandidaats had gehaald, vinden we hem ineens in Portugal, volgens zijn eigen zeggen om van daaruit een bijdrage te leveren aan de Spaanse burgeroorlog. Het is niet duidelijk wat hij daar precies deed; wel zou hij er in 1938 een Portugese medaille voor ontvangen hebben. Die verwijzing naar het maar ter nauwer nood neutrale Portugal in die tijd is ook een tegenstrijdigheid. Aan wiens kant stond hij daar? Niet van de communisten, omdat Stijkel in de Scheveningse gevangenis aan zijn medegevangene Willem Harthoorn vertelde dat deze de eerste communist was die hij ooit had ontmoet. Zelf noemde hij zich anti-revolutionair.


Triumviraten
 
Tijdens zijn verblijf in Portugal zou Stijkel de verzetsstrategie hebben ontwikkeld die hij triumviraten noemde. Wanneer Duitsland zou binnenvallen – en hij twijfelde er na wat hij in Spanje had gezien niet aan dat dat zou gebeuren, zou hij overal kleine cellen ontwikkelen, onder de plaatselijke leiding van steeds een driemanschap, met vertegenwoordigers van militairen, burgerlijk bestuur en politie.
 Rotterdam op 14 mei 1940
Meteen na de Duitse inval kon Stijkel aan het werk. Zoals al aangegeven hielp hij samen met Joannes François Schorer met het vernietigen van het archief van het Nederlandsch Wetenschappelijk Humanitair Komitee (NWHK). De feitelijke vernietiging gebeurde overigens door de dienstbode, die de kachel opstookte met de papieren. Spoedig daarna bezocht hij een groot aantal landelijke prominenten aan wie hij zijn netwerkplannen voorlegde, te beginnen met minister-president Colijn. Hoe komt het dat hij, jongeman van betrekkelijk eenvoudige afkomst, dit doet, en ook nog succes heeft? Is de vrijmetselarij hier een toegangskaart? Colijn ontving de jongeman op basis van zijn christelijke staat van dienst. Colijn vond het nog te vroeg, hij was bang voor Duitse represailles en wachtte op bericht uit Engeland, maar luisterde aandachtig toe. In ieder geval ging de bal rollen, en kreeg Stijkel steeds meer medestanders, precies volgens het door hem ontwikkelde concept van de triumviraten.

Of ze nu door Colijn voorgesteld zijn (zoals de Haagsche Courant suggereerde) of uit de christelijke netwerken waartoe hij als christelijke jongere gemakkelijk toegang had weten we niet, maar al in de loop van 1940 zijn er contacten met burgemeester Ritmeester van Den Helder, de prominente anti-revolutionaire jeugdleider Joh. H. Schuerer en de hoge militairen Hasselman en Bolten. Hasselman was directeur materieel van de landmacht en Bolten werkte voor de geheime dienst van de marine. Duidelijk is dat met deze contacten een kern van de Stijkelgroep was gevormd, precies volgens de gedachte van de triumviraten.

De SS marcheertDe ambitieuze Stijkel zag zichzelf als het geschikste landelijke hoofd van de netwerken, waardoor hij in conflict kwam met generaal-majoor Hasselman. Maar ook deze moest wel toegeven dat een jonge man aanzienlijk minder opviel dan een oude generaal, die bovendien nog had moeten beloven zich van vijandelijkheden te onthouden. Zo reisde Han Stijkel door het hele land om zijn netwerk op te bouwen en informatie te verzamelen. Hij gebruikte daarbij het pseudoniem dr. Eerland de Vries (dokter wellicht als geheime ambitie, en “Eerland” naar de meisjesnaam van zijn jonggestorven moeder Neeltje Eerland).


Een divers gezelschap

Een vastomlijnde “groep” was er niet. De Duitsers hebben later om propagandistische redenen voorgedaan alsof het om een enkele groep van wel honderdvijftig mensen rond één leider, Stijkel, zou zijn gegaan, zodat het leek of hier een enorm staatsgevaarlijk netwerk bezig was. In werkelijkheid waren er verschillende kleinere groepen, die allemaal met een of twee linken met elkaar waren verbonden. Een zwaartepunt bevond zich in Den Haag, de woonplaats van Stijkel. Een ander zwaartepunt lag in de Zaanstreek, waar men intensief contact had met enkele leden van de net opgerichte Ordedienst (groep Westerveld). Tot in redelijk detail is nog wel te reconstrueren wie via wie bij het verzetswerk betrokken raakte, al voert dat hier te ver.


De leden van de diverse netwerken waren zeer divers. Er was een connectie met Nederlands-Indië, die onder meer tot uiting kwam in de vele studenten Indisch recht, er waren militairen, politiemensen, zoals een inspecteur van de jeugdpolitie in Den Haag, Tine van Deth, maar ook industriëlen, enkele kooplieden en administratieve medewerkers, een joodse advocaat en een joodse vertegenwoordiger, van alles wat.

Bijna de helft was jonger dan dertig jaar. Wat begonnen was rond een protestantse kern werd al spoedig multi-gelovig. Het uiteindelijke doel was om met deze cellen de kern te bouwen van de groepen die orde en rust konden bewaren nadat de Duitsers verslagen waren, maar zolang dat nog niet het geval was, verzamelde men zoveel mogelijk informatie die kon helpen bij het verslaan van de vijand. Spionage dus.

De omvang en de versnippering van dit netwerk maakte het ook zeer gevoelig voor verraad. En dat is ook precies wat er gebeurde.


Verraad en arrestatie

Het was in het begin van de oorlog en waarschijnlijk was iedereen vol idealisme, maar onervaren en naïef. Ook hield men er geen rekening mee dat het spionnenspel van twee kanten gespeeld kon worden. Het netwerk werd al spoedig geïnfiltreerd. De Sicherheitsdienst (SD) had overal “V-Männer” ingezet, ook bij de Haagse politie. Stijkel en zijn mensen werden “gespielt” door de SD, en wel via verschillende kanalen. Hoe precies, is nog steeds niet in detail duidelijk. In ieder verslag dat ik er over lees, wordt steeds een ander voor het verraad aangewezen. In ieder geval liep Stijkel in een val van de SD rond een poging om met het verzamelde spionagemateriaal naar Engeland te varen.

Stijkel vond het eerst te gevaarlijk, maar werd onder druk gezet om toch te gaan. Daarbij werd hem voorgespeeld dat er via een (politie)radio contact was geweest met de regering in Londen. Londen zou er op hebben aangedrongen het materiaal zo snel mogelijk eigenhandig daarheen te brengen. Daartoe werd de hulp ingeroepen van twee Katwijker vissers, de zwagers Van der Plas van de kotter KW133. April 1941 voer Stijkel samen met zijn twee naaste medewerkers, Kees Gude en de jonge Tien Baud, de politieman Van Dijk en een van de infiltranten, Van Wezel, die zich had voorgedaan als een rijke halfjood die dringend naar Engeland moest, de Scheveningse haven uit. Nog in de haven bleek dat het geheel verraden was. De haven was door de Duitsers afgesloten.

De kotter voer vlug terug naar de kant, Baud en Van Dijk waren gekleed als vissers en sprongen snel van boord toen ze zagen dat het mis ging, maar Stijkel en Gude hadden hun nette kleren aan omdat ze de koningin zouden ontmoeten en werden meteen gepakt. Later bleek dat de regering in Londen nimmer contact via de radio met de groep had gehad.

Wehrmachtsuntersuchungsgefängnis in BerlijnIn twee maanden tijd werden ruim honderdvijftig personen gearresteerd wegens spionage. Enkelen vertelden wat zij wisten, zodat er nog meer mensen gearresteerd werden.

Bij de huiszoeking in de woning van Stijkel bleek pas wat er allemaal was verzameld. Onder de vloer van het huis werd een opslagplaats gevonden met wapens, adressen en zelfs een dagboek waarin de activiteiten omschreven waren. Er was veel informatie verzameld over de kustverdediging, kaarten van vliegvelden, bouwplannen voor onderdelen van schepen en mijnen, en voor verschillende nieuwe militaire technische snufjes. Een groot deel van dit materiaal was verzameld door de Zaanse tak, onder andere door Dick de Vries, die later nog ter sprake komt. Stijkel’s vader wist overigens van niets. Alleen de huishoudster, Dicky Weeber, bleek op de hoogte te zijn van de verzetsactiviteiten van Han.


Oranjehotel

Oranjehotel in ScheveningenUiteindelijk kwamen zevenenveertig gearresteerden in de Scheveningse gevangenis, het Oranjehotel, terecht: drieënveertig mannen en vier vrouwen. Er zijn verschillende bronnen die vertellen hoe het enkelen van hen daar verging, en ook later in de strafgevangenis in Berlijn. Daaruit blijkt dat ze naar omstandigheden relatief goed behandeld werden. Een belangrijk onderwerp in deze verslagen is overigens de (geringe) hoeveelheid en kwaliteit van het eten, net als in alle totalitaire instellingen.

Er bestaat zelfs een verslag over Stijkel in het Oranjehotel, opgeschreven door zijn celgenoot, de communist Willem Harthoorn, ik noemde hem al. Helaas gaan de aantekeningen vooral over Harthoorn en het communisme zelf en veel minder over Stijkel. Als Harthoorn Stijkel ontmoet is deze sterk vermagerd, maar vol goede moed. “Voor hem staat een jongeman van zijn eigen leeftijd. Hij heeft een baard van enkele weken. De kleren slobberen hem om het lijf, hetgeen er op wijst dat hij er tijdens zijn gevangenschap niet dikker op is geworden.” Stijkel brengt de dagen door met lezen in de Bijbel; soms lezen ze een ander boek of spelen kaart. Als Stijkel goedgehumeurd is, zingt hij liederen van de Oostenrijker Hugo Wolf, zijn lievelingscomponist.

Stijkel toont zich ook in de gevangenis een organisator. Hij houdt met behulp van een roestige spijker de dagen bij, die hij in de muur krast. Hij communiceert met medegevangenen door op de muur te tikken – aanvankelijk met zoveel tikken als het de letter van het alfabet is, later in morse. Ook schrijft hij briefjes met een stompje potlood dat in de dikke stoflaag op de electriciteitsbuis ligt verstopt, op het bruine papier van de suikerzakken.

De briefjes zijn bedoeld voor zijn medebeklaagden, en worden bezorgd door ganglopers en tonnenstorters. Zelf probeert hij tevergeefs het geliefde baantje van “gangloper” te krijgen. De directeur van de gevangenis zou aan vader Stijkel verteld hebben, dat dit hem geweigerd werd omdat hij bang was dat dit Stijkel zoveel macht zou geven dat hij de hele gevangenis naar zijn hand zou zetten.

Stijkel vraagt zijn medestanders eerdere verklaringen in te trekken en nieuwe verwarrende af te leggen. De bedoeling is om tijd te rekken, wellicht is de oorlog dan afgelopen. Dat helpt de gevangenen van de regen in de drup: er komen Gestapo-mannen uit Berlijn om de verwarde Stijkelzaak uiteen te rafelen.


Overvoering naar Berlijn

Eind maart 1942 komt plotseling het bericht dat de zevenenveertig gevangenen hun bezittingen moeten inpakken. Ze worden naar Berlijn gebracht. Daar gaan ze naar verschillende gevangenissen: de mannen naar de Wehrmacht-Untersuchungsgefängnis aan de Lehrter Straße; de vier vrouwen naar twee tuchthuizen. Onderling is vrijwel geen communicatie mogelijk. Omdat ze Nacht und Nebel gevangenen zijn, is er ook geen communicatie vanuit de buitenwereld mogelijk. Er was kennelijk wel uitgelekt dat ze naar Berlijn waren afgevoerd, maar verder wist men niets. Schorer schrijft in deze tijd aan Van Leeuwen dat hij en Stijkel’s vader zich grote zorgen maken over zijn lot. Het is niet duidelijk waarom het proces in Duitsland plaats vond.

Monument voor de StijkelgroepDat proces geschiedde achter gesloten deuren en was volgens de overlevende vrouwen een schijnproces. In vijf groepjes werden de zevenenveertig leden van het netwerk voor het Reichskriegsgericht, de hoogste militiaire rechtbank, berecht. Allen werd spionage ten laste gelegd. Daarop stond per definitie de doodstraf. De militairen werd bovendien breuk van de belofte ten laste gelegd die ze aan de Duitsers hadden gedaan toen ze uit krijgsgevangenschap werden vrijgelaten, namelijk dat ze zich niet zouden verzetten. Van de zevenenveertig werden eenenveertig ter dood veroordeeld. De overigen kregen tuchthuisstraf of werden naar het concentratiekamp gestuurd.

De Nederlandse regering heeft nog geprobeerd een ruil voor te stellen tussen de gevangenen en ter dood veroordeelde Duitsers in geallieerde handen. Maar die bleken er in de praktijk helemaal niet te zijn.


Executie

Zo kwam op 3 juni 1943 het bericht dat men zich klaar moest maken: de volgende ochtend zou de executie plaatsvinden. De tweeëndertig gevangenen die geëxecuteerd gingen worden (de overigen hadden gratie gekregen) kregen een papier om een afscheidsbrief te schrijven. Dominee Poelchau, die zich in de gevangenis zeer om het lot van de gevangenen had bekommerd, vreesde dat deze brieven meteen na de executie door de nationaal-socialisten vernietigd zou worden, en gaf stiekem een tweede papier, waar hij op zou passen. Zo komt het dat in ieder geval de afscheidsbrief van Han Stijkel aan zijn vader (“Lieve Pipa”) bewaard is gebleven.

In zijn afscheidsbrief toont Stijkel zich rustig en vol vertrouwen in wat hij “het Eeuwige Rijk van den Logos” noemt, wat zowel op zijn christelijke overtuiging als naar de vrijmetselarij kan verwijzen. Twee kernzinnen ligt ik er uit: “Ontdaan van het materieele lichaam, dat ik altijd als een belemmering heb gevoeld, ben ik waar God wil. En laat geen droefheid, maar vooral ook geen haat of wraak die sfeer verstoren. Ik deed wat ik meende dat mijn taak was.”

De volgende ochtend werden de tweeëndertig in een vrachtauto geladen en naar de Schiessbaan Berlijn-Tegel gebracht. Daar werden ze één voor één, met tussenpozen van vijf minuten, Han Stijkel als eerste om acht uur, gefusilleerd. Poelchau was er bij en noteerde dat zij allen de blinddoek weigerden en het Wilhelmus zongen.

Vijf personen - de vier vrouwen en een jonge man - overleefden de oorlog; de andere gegratieerden kwamen gedurende de oorlog in gevangenschap om. Daarmee verdwijnt Han Stijkel als handelend persoon uit deze geschiedenis. Is hij ons nu ook dichterbij gekomen?


(Wordt vervolgd)



  Judith Schuyf is historicus en archeoloog. Ze werkte ruim 20 jaar aan de Universiteit Utrecht, waar ze een van de oprichters van de werkgroep Homostudies was. Ze is tevens bestuurslid van IHLIA/ LGBT Heritage. Zie ook www.judithschuyf.nl.  In het kader van de tentoonstelling Explosiegevaar! in het Verzetsmuseum hield Judith Schuyf eerder dit jaar een lezing die Gay News in twee delen publiceert, dit is deel 1.



 









Rubrieken:





PrEP nu beschikbaar voor 39 euro per maand


Fraaie strandkleding van Fighetti en Sanwin


Rotterdam Pride - Havenstad van de liefde


Brief uit Brussel: Negationisme


Zomercarnaval Rotterdam

    toon meer





In het nieuwste nummer, Gay News 326, oktober 2018














Meer uit Historie & Politiek
Meer uit nummer 322
Meer van Judith Schuyf





Black Body


Fetish wear for men

meer info |visit


A. van Ostade Bed & Breakfast


Rooms with all the comfort you may need.

meer info |visit















bottom image




Entire © & ® 1995/2018 Gay International Press & Stichting G Media, Amsterdam. All rights reserved.
Gay News ® is een geregistreerde merknaam. © artikelen Gay News; duplicatie niet toegestaan. Opname uitsluitend na schriftelijke toestemming van uitgever, met verplichte bronvermelding gaynews.nl. Door derden overgenomen artikelen worden in rekening gebracht, en zo nodig geincasseerd. Gay News ISSN: 2214-7640, ISBN 8717953072009. Gay News op Wikipedia.
Volg Gay News:
Twitter Issuu
RSS RSS Editors
zelfstandige Escortboys

CMI
Neem contact op
Abonneren
Adverteren






© 1995/2018 Gay News ®, GIP/ St. G Media