Back to Top
Vrijdag 22 Sep
85988 users - nu online: 1556 people
85988 users - nu online: 1556 people login
VAN ONZE EDITORS
Printervriendelijke Pagina  
40+ gays, het leven en de ervaringen van middelbare homo’s

door Hans Hafkamp in Mode & Lifestyle , 17 juli 2017


Ondertussen is het bijna een halve eeuw geleden dat in New York de Stonewall-rellen uitbraken. Hoewel deze fanatieke weerstand tegen homo-vijandige politie-willekeur geen primeur was, is deze opstand een mijlpaal door het naspel ervan.

In het volgende jaar werden de rellen in verschillende Amerikaanse steden met betogingen herdacht en deze herdenkingen breidden zich als een olievlek gestaag over de wereld uit om aandacht te vragen voor gelijke rechten van homo’s en lesbiennes en hun zichtbaarheid te bevorderen. Bovendien bloeiden in de nasleep van Stonewall verschillende groepen op, die zich luidruchtig voor homobevrijding inzetten.

Nu valt erover te discussiëren in hoeverre deze rellen werkelijk een startpunt waren en in hoeverre ze een gevolg waren van maatschappelijke ontwikkelingen die al op gang waren, zoals de emancipatiebewegingen van vrouwen en - in de Verenigde Staten - Afrikaans-Amerikanen, de “tegencultuur” van hippies en andere opstandige jongeren en de “seksuele revolutie” die de gemoederen bezighield.

In ieder geval bleven Stonewall en de daarop volgende ontwikkelingen niet zonder gevolgen, want in de loop van de jaren tachtig begon een vloedstroom aan coming-out-boeken op gang te komen en ondertussen is ook het aantal films over jongens en meisjes die hun anders dan op het andere geslacht gerichte seksualiteit ontdekken niet meer te overzien.


Opstandige jongeren

De dappere mensen die zich tot dan toe voor een verbetering van homorechten hadden durven inzetten, hadden vooral proberen over te brengen dat ze eigenlijk “gewoon hetzelfde” waren en de heren presenteerden zich dan ook keurig in kostuum en de dames in jurk, geheel volgens de maatschappelijke regels. De jeugd van de jaren zestig had echter geen zin meer in dit conformisme en de jonge generatie homo’s sloot zich daar volop bij aan. Zij streden ervoor openlijk te kunnen leven zoals ze zelf wilden leven en niet door justitie en vooroordelen tot een bestaan “in een hoek of verborgen kelder” veroordeeld te worden.

Kort voor de Stonewall-rellen ontmoette de in 1951 geboren Mark Segal in het New-Yorkse kantoor van de discrete homorechtenorganisatie Mattachine Society - waarover hij kort daarvoor gehoord had in de televisieshow van David Susskind die als een van de eersten “echte homoseksuelen” aan het woord liet - een jonge man, Marty Robinson, die tegen hem zei: “Je wilt je niet inlaten met deze oude mensen. Zij begrijpen homorechten niet zoals die vandaag de dag gebeuren. Kijk naar wat in de zwarte gemeenschap gebeurt. Kijk naar de strijd voor vrouwenrechten. Kijk naar de strijd tegen de oorlog in Vietnam.” De jonge Segal liet zich door deze retoriek meeslepen en schrijft dan ook in zijn memoires: “Het was 1969 en Mattachine was oud geworden. Zij waren mannen in pakken. Wij waren mannen in jeans en t-shirts. Hij vertelde me dus dat hij en anderen een nieuwe homorechtenorganisatie gingen beginnen, meer in overeenstemming met de tijdgeest. Marty was bezig een Action Group genoemde organisatie in het leven te roepen en ik werd een vroeg lid.

We wisten niet precies wat we gingen doen of welke acties we zouden starten, maar dat deed er alles niet toe. Anderen riepen in die tijd ook homogroepen in het leven om maatschappelijk bewustzijn aan te wakkeren, vergelijkbaar met de groepen die feministen oprichtten. [...] Groepen in geheel New York werkten onafhankelijk van elkaar, maar allemaal met hetzelfde doel van onszelf definiëren in plaats van de labels te accepteren waarmee de maatschappij ons had gebrandmerkt.

We waren op de onderste sport van de strijd om gelijkheid, en hoewel sommigen het gezien mogen hebben als een seksuele revolutie, wij zagen het als onszelf bepalen.” Ongeveer een maand na zijn ontmoeting met Marty Robinson was de achttien-jarige Segal aanwezig in de Stonewall Inn toen de politie daar de inval deed. Nadat zijn persoonbewijs was gecontroleerd mocht hij de bar verlaten, opgelucht. En de geschiedenis nam zijn loop.

Nu, bijna vijftig jaar nadat deze eigengereide jonge homo’s hun strijd voor gelijkheid en zelfbepaling begonnen, kunnen we constateren dat ze in hoge mate succesvol zijn geweest. Ondertussen zijn er hele generaties, die zijn opgegroeid in een tijdvak waarin het niet meer nodig is de op het eigen geslacht gerichte verlangens te verbergen of zich anders voor te doen dan men is. De afgelopen jaren zijn er verschillende boeken verschenen, waarin mensen die bij deze strijd betrokken waren op hun leven terugkeken. Ze publiceerde Mark Segal, die in 1976 de Philadelphia Gay News oprichtte, in 2015 And Then I Danced: Traveling the Road to LGBT Equality. Een jaar later verscheen When We Rise: My Life in the Movement, de memoires van de in 1954 geboren Cleve Jones, die vanaf de vroege jaren zeventig vooral in San Francisco in de homobeweging actief was en in 1985 het initiatief nam voor het AIDS Memorial Quilt. Bij onze oosterburen bundelde Elmar Kraushaar vorig jaar in Störenfried, aldus de ondertitel, 40 Jahre Homo-Journalismus, terwijl in Nederland Rob Tielman’s Humanisme als zelfbeschikking: Levensherinneringen van een homohumanist het licht zag.


Onzichtbaar bestaan

Cleve Jones begon zijn herinneringen met de opmerking: “Ik ben geboren in de laatste generatie van homoseksuele mensen die opgroeiden zonder te weten of er op de gehele planeet iemand anders was, die voelde wat wij voelden. Er werd gewoonweg nooit over gesproken. Er waren geen regenboogvlaggen, geen personages op tv, geen gekozen hoogwaardigheidsbekleders, [...] geen pride parades [...]. Van de verkeerde kant zijn was ziek, illegaal en walgelijk, en betrapt worden betekende naar de gevangenis of een psychiatrische inrichting gaan. Wie werd gearresteerd verloor alles - carrière, familie en vaak hun leven. [...] Er was geen goed nieuws.”

Hoewel de situatie in Nederland (vooral wat de juridische vervolging betreft) iets anders was, zorgde ook in Nederland de “onzichtbaarheid” voor problemen bij jonge homo’s. Zo bekent de in 1946 geboren Rob Tielman in een voorpublikatie uit zijn Levensherinneringen in the themanummer Vies en rose van het Tijdschrift voor biografie dat hij in 1965 (hij was toen dus negentien) dacht dat hij “aseksueel was, want meisjes en vrouwen deden mij niets. Ik had wel regelmatig nachtelijke zaadlozingen maar aftrekken deed ik mijzelf nooit. Het ontbrak mij aan opwindende mogelijkheden tot herkenning.” Overigens betekende deze onzichtbaarheid ook dat homoseksueel gedrag vaak niet tot een identificatie als homo leidde, want kort nadat Tielman in 1965 op kamers ging wonen, bouwde hij een intieme band op met de zeventien-jarige zoon van zijn hospita: “Ik hielp hem met zijn huiswerk en hij wijdde mij in de seksualiteit in. En we waren het helemaal eens met elkaar dat we geen homo’s waren want verwijfd waren we niet.”

Sommigen beweren dat de grote maatschappelijke zichtbaarheid van homo’s de coming-out voor sommigen moeilijker maakt omdat die “bekentenis” bij familie, vrienden, kennissen en mogelijke collega’s meteen allerlei beelden oproept. In zijn autobiografisch geïnspireerde studie 40+ Homo’s: Gay Midelife (Uithoorn: Karakter Uitgevers, 2016) schrijft de zevenenveertig-jarige Philip Meelhuysen, die pas op zijn zesentwintigste uit de kast kwam, over zijn jongensjaren op het Brabantse platteland dat hij onder andere opkeek naar zijn neven van moederskant: “Dat waren Twentse jongens die stoer waren, stoer liepen en stoer praatten.

Ze waren sterk en in mijn ogen nooit bang. Je voelt het al aankomen: aan de moederskant van mijn familie was ik een buitenbeentje. Een slap jongetje dat wel goed kon leren, een echt leerpietje dus. Desondanks kreeg ik van mijn neven tips en aanwijzingen hoe ik me beter en vooral stoerder moest gedragen. Als kind dacht ik dat er van alles mis met me was. [...] Nu zie ik dat de aanwijzingen, tips en adviezen vooral goed bedoeld waren. Mijn ooms en neven meenden immers te weten wat er met jongetjes die slap, bang en niet stoer zijn, gebeurt: die worden gepest, uitgescholden, buitengesloten, in elkaar geslagen (of bijgetikt zoals dat in Brabant heet) en in het ergste geval worden ze homo. Mijn familieleden wilden mij daarvoor beschermen.”


Uit de kast of niet?

Hoewel Meelhuysen kort na de middelbare school zijn eerste  vakantieliefde en homo-ervaring had en zijn moeder vertelde dat hij homo was, bleef hij vrijwel zijn gehele studententijd in de kast: “Slechts een paar goede vrienden wisten dat ik homo was. [...] Tegen het einde van mijn studie, op mijn zesentwintigste, had ik mijn echte coming-out. Eindelijk kon ik openlijk uitgaan in de Amsterdamse homoscene.” In het hoofdstuk over relaties bekent Meelhuysen: “Terugkijkend op het eerste deel van mijn leven en de relaties die ik had, vind ik dat ik veel dingen anders had kunnen en moeten doen. Belangrijkste daarvan is dat ik veel eerder uit de kast had moeten komen. Dan had ik als jonge twintiger meer dates gehad en meer met vriendjes geëxperimenteerd.” Elders schrijft hij ook nog: “Hoewel ik in Amsterdam, destijds de gay capital of the world, woonde en studeerde, ging de homowereld grotendeels aan mij voorbij.”

Ondanks deze opmerkingen over zijn late coming-out, gaat Meelhuysen er niet nader op in waarom hij zo lang in de kast is gebleven. Kwam dit door zijn opvoeding en een jeugd waarin hij “probeerde zo stoer mogelijk te ogen” en “in de bibliotheek [...] geen boek over homo’s [durfde] te lezen of te kopen, bang als [hij] was om gezien te worden”? Mij is het in ieder geval totaal onbegrijpelijk. Hij ging als jonge twintiger politicologie studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Dit lijkt me niet bepaald een omgeving waarin het moeilijk is om uit de kast te komen, eerder om er in te blijven. Want bleef hij al die jaren celibatair of bedreef hij de vaginale variant met alibi-vriendinnetjes om een hetero-imago hoog te houden?

Na even rekenen moet Meelhuysen rond 1990 in Amsterdam zijn gearriveerd. Zelfs als je toen niet in de homowereld in striktere zin onderweg was, waren er toch ook op vele andere plekken openlijke homo’s aanwezig of werkzaam. Homo’s werken niet alleen in homobedrijven! Ik ontmoette mijn eerste vriendje in het midden van de jaren zeventig, toen ik na het afsluiten van mijn opleiding aan de middelbare school ging werken en daardoor boeken kon gaan kopen bij een gerenommeerde boekwinkel in het centrum van Amsterdam. Een subjectief geïnteresseerde verkoper daar bemerkte dat ik regelmatig boeken aanschafte, die op de een of andere manier de herenliefde betroffen. Hij begon mij op titels attent te maken en we raakten uiteindelijk bevriend, geheel platonisch. Een vriend van die boekverkoper moet me ooit met hem hebben zien praten en nadere informatie hebben ingewonnen, want op een gegeven ogenblik kwam hij langs in de winkel waar ik werkte en stelde zich voor.

Het klikte en hij bleef tot sluitingstijd praten, daarna gingen we eten en uiteindelijk belandden we in bed. Het uitgaansleven ging ik pas ontdekken toen dit seksavontuur na enkele weken voorbij was. Want een seksavontuur was het: mijn, tien jaar oudere, eerste vriendje had al jaren een vaste relatie maar hield af en toe van frisse afwisseling, dat wist ik vanaf het begin. Na mijn intrede in het uitgaansleven kwam van het één het ander en op een gegeven ogenblik ontmoette ik een man met wie het super klikte en voor je het weet zijn we samen zo’n veertig jaar verder. Daarvoor hadden we geen uitvoerig overzicht nodig van de verschillende fases die homorelaties doorlopen, zoals Meelhuysen dat biedt.


Rijpere jaren

Meelhuysen geeft niet aan of hij mogelijk vermoedt dat de omstandigheid dat hij zo’n tien jaar vertraging bij zijn persoonlijke ontplooiing had, één van de redenen geweest kan zijn dat hij na zijn veertigste in een midlifecrisis belandde: “Steeds vaker zat ik niet lekker in mijn vel en kon niet meer enthousiast worden. [...] Ik voelde me down en besloot erover te praten met mijn huisarts. Hij verwees me door naar een psycholoog die zelf ook homo is. Met hem had ik intensieve gespreken over mijn privé-leven en wat daarin de prioriteiten waren. Hierdoor werd ik gedwongen om na te denken over wie ik was en wat ik met mijn leven wilde. Ik had dat nog nooit eerder gedaan en het was een erg fijne ervaring. [...] Voor de eerste keer las ik over midlife en over de problemen die daarbij horen. Het was een echte eyeopener, dus wilde ik meer weten over dit onderwerp.”

Bij zijn zoektocht naar meer informatie ontdekte Meelhuysen dat er over de middelbare levensfase van homo’s, in tegenstelling tot die van de coming-out, relatief weinig recente literatuur bestaat. Hij besloot dus zelf een bijdrage te leveren.

Voor zijn boek interviewde hij vijftien homo’s en op basis van deze gesprekken stelde hij een online-enquête samen die bij het schrijven van het boek door ruim hondertwintig homo’s was ingevuld. Deze enquête is echter beschikbaar op www.homidlife.com, waardoor te verwachten is dat de mannen die erop reageerden al met dit onderwerp bezig waren en dat de steekproef dus niet representatief voor middelbare homo’s is (hoewel ik niet zou weten hoe je een representatieve groep zou moeten benaderen).

In zijn inleiding wenst Meelhuysen zijn lezers “veel aha-erlebnissen, eyeopeners, wenkbrauwfronzen, glimlachen en vooral leesplezier toe.” Hoewel ik tot de besproken groep homo’s van tussen de veertig en zestig behoor (zelfs aan de hoogste grens) heb ik het boek vooral met veel verbazing gelezen, want ik kon er relatief weinig in herkennen. Mogelijk komt dit doordat Meelhuysen zich, ingegeven door autobiografische motieven, in belangrijke mate richt op de ervaringen van gay urban professionals (GUP’s), die veel tijd in de sportschool en op dance pary’s doorbrengen, en daardoor veel met hun uiterlijke verschijning bezig zijn.

Daarnaast gaat het om veel geld verdienen en de verzorging van de oude dag. Dat er ook homo’s zijn die - door omstandigheden, opleiding of gewoon omdat ze dat werk het leukst vinden - een groot deel van hun leven voor het minimumloon werken, lijkt tot Meelhuysen’s universum niet doorgedrongen. Verder besteedt hij veel aandacht aan daten via sociale media, de leeftijdsdicriminatie die daarbij optreedt en de stortvloed aan labels die erdoor op gang is gekomen, hoewel hij zelf toegeeft dat het opplakken van labels “een zinloze bezigheid” is. Ook gaat hij op zoek naar “rolmodellen.” Voor middelbare homo’s? Natuurlijk is het voor tieners die hun homoseksualiteit ontdekken opbeurend als ze in de buitenwereld een grote diversiteit aan voorbeelden zien, die hen duidelijk maken dat ze niet de enige zijn en dat voor hen alle mogelijkheden openstaan, die voor hetero’s openstaan.

Een middelbare homo moet echter ondertussen zoveel levenservaring en zelfkennis hebben opgebouwd, dat hij zijn eigen leven vorm kan geven, zonder daarbij iemand tot voorbeeld te nemen. Hoewel 40+ Homo’s zeker veel leesplezier biedt - want het is altijd interessant over andermans ervaringen te lezen - vind ik toch ook dat hij vele zaken problematiseert, die met een beetje gezond verstand helemaal geen problemen zijn. Natuurlijk is het goed als er niet alleen literatuur over de coming-out verschijnt, maar ook over latere fases in een homoleven, maar daarbij zou een auteur zich niet vooral op problemen moeten richten, want ook een middelbare of bejaarde homo kan domweg gelukkig zijn, zoals blijkt uit de memoires van Mark Segal en Cleve Jones.
 



 









Rubrieken:








In het nieuwste nummer, Gay News 314, 2017






Rainbow Expo
27/28/29 oktober, Nieuwegein











Meer uit Mode & Lifestyle
Meer uit nummer 311
Meer van Hans Hafkamp





Cuts and curls


Male Hairstyling by appointment

meer info |visit


t Bolke


Gay heart of the east

meer info |visit















bottom image




Entire © & ® 1995/2017 Gay International Press & Stichting G Media, Amsterdam. All rights reserved.
Gay News ® is een geregistreerde merknaam. © artikelen Gay News; duplicatie niet toegestaan. Opname uitsluitend na schriftelijke toestemming van uitgever, met verplichte bronvermelding gaynews.nl. Door derden overgenomen artikelen worden in rekening gebracht, en zo nodig geincasseerd. Gay News ISSN: 2214-7640, ISBN 8717953072009. Gay News op Wikipedia.
Volg Gay News:
Twitter Issuu
RSS RSS Editors
zelfstandige Escortboys

CMI
Neem contact op
Abonneren
Adverteren






© 1995/2017 Gay News ®, GIP/ St. G Media