Back to Top
Maandag 10 Dec
86226 users - nu online: 1251 people
86226 users - nu online: 1251 people login
VAN ONZE EDITORS
Printervriendelijke Pagina  
‘Denk niet aan de duizenden lichtmatrozen, die jong en schoon als deze waren’


door Hans Hafkamp in Historie & Politiek , 18 augustus 2015

This article is also available in English


In 1931 publiceerden de kinderen van Thomas Mann, Erika en Klaus, als veertiende deel in de reeks Was nicht im “Baedeker” steht het reisverslag Das Buch von der Riviera. De bedoeling van deze serie was om, anders dan de gerenommeerde, burgerlijke reisgidsen, een subjectief beeld van reisbestemmingen te geven, waar ook toeristen met minder geld en weinig bagage iets aan hadden. De Manns slagen hier uitstekend in. Zo bezoeken ze in Marseille een “kleine, vieze” bioscoop vlak bij de hoerenwijk, waar een stomme film met Ramón Novarro draait.

Hoewel de auteurs natuurlijk niet konden weten dat Novarro vele decennia later door twee jongenshoeren vermoord zou worden, is het seksueel ambigue imago van de filmster misschien de reden dat bij het verlaten van de bioscoop hun oog valt op leden van een beroepsgroep die, ongeacht overigens de nationaliteit, er heel lang bekend om stond niet ongenegen te staan tegenover vluchtige, soms met een financiële vergoeding gepaard gaande, (gelijkgeslachtelijke) sekscontacten, namelijk “een paar Engelse matrozen in bevallige uniformen met eivormig smalle, hoogmoedig aantrekkelijke hoofden.”

Voor de jeugdige, schrijvende, Duitse toeristen vormen de zeejongens zelfs één van grote attracties van Toulon, waar, “onder bij het water, de Quai Cronstadt wemelt van matrozen, van flanerende, zingende, kletsende kanjers, die van hun verlof genieten. Zij vormen ziel en kleur van het stadje, dat, zonder hen, een lief provincienest zou zijn.” Hoewel ze voor het diner een restaurant aanraden waar de bouillabaisse heerlijk is, gaan de Manns er dan ook vanuit dat Toulon-bezoekers voor het alcoholische afzakkertje waarschijnlijk de voorkeur zullen geven aan “één van de bars, van waaruit de rode kwasten van matrozenmutsen lokken.”

Ze moeten tot hun spijt echter constateren dat er, in vergelijking met enkele jaren eerder, veel is veranderd: “Intussen moet er bij hogere instanties iets gebeurd zijn, iets waarschuwends. De oorlogsmarineschool ligt per slot van rekening in Toulon en moet om z’n reputatie denken. [...] Al om 10 uur ’s avonds schepen de blauwen zich in. [...] Met honderden bevinden ze zich op de Quai Cronstadt [en] de matrozen varen thuiswaarts naar hun kooien. Kijk gewoon toe, hoe de nacht ze opneemt, het zal u vrolijk en nadenkend stemmen, - zo veel jonge mannen, de saamhorigheid van hun leven, het doel dat ze tegemoet drijven, - oorlog. - Een paar van hen blijven achter, bundel onder de arm. Zij verkiezen het op vaste bodem te slapen [...]. Arm in arm wandelen ze nog een beetje rond, zingen een beetje, zuipen een beetje, maar de politie is streng. Na tienen is ook gezang verboden, men wijst hen daar met grote strengheid op. ‘Bah,’ zeggen de gozers, - ‘nous sommes des frères de la marine française!,’ maar toch zwijgen ze en trekken een beteuterd gezicht.”

Het is me niet bekend wie van beide Mann-kinderen deze lyrische evocaties van de jongens van de wereldzeeën heeft geschreven, maar het zou me niet verwonderen als dat Klaus was. In de jaren dat hij in Amsterdam woonde, namelijk van 1933 tot 1937 en vervolgens tussen 1947 tot 1949, voelde hij zich ook vooral tot de Wallen en het havengebied aangetrokken. “Hier,” schrijft Bodo Plachta in zijn boekje Das Amsterdam des Klaus Mann, “zocht en vond de homofiel [sic! = Klaus Mann] vluchtige seksuele contacten en bezorgde hij zich drugs en kalmerende dan wel oppeppende middelen.” In 1935 constateerde Mann echter in een essay dat het havengebied van Amsterdam, in vergelijking met dat van Hamburg of Marseille, desondanks wordt gekenmerkt door een “nuance van de pronkkamer, van correctheid, welvoeglijkheid, braafheid.”

Geen gelukkig gesternte

Met een homo-erotisch geïnspireerde fascinatie voor matrozen zou Klaus Mann ook binnen een langdurige literaire, visuele en historische traditie passen. In de negentiende eeuw ontstond een wetenschappelijke en juridische discussie over wat tegenwoordig homoseksualiteit wordt genoemd. Hierbij verlegde de aandacht zich van een daad, namelijk sodomie, die wereldwijd in vele jurisdicties verboden was, naar een (biologisch bepaalde) identiteit. Eén van de eersten die tegen de strafbaarstelling van gelijkgeslachtelijk contact in het strijdperk trad was de Duitse jurist Karl Heinrich Ulrichs, die tussen 1864 en 1979 twaalf deeltjes Forschungen über das Räthsel der mannmännliche Liebe publiceerde. Hierin verzette hij zich ertegen dat “de onbevangen, mondelinge, openlijke discussie over manmanlijke liefde [...] bij ons tot nu toe achter slot en grendel gelegd [was]. Alleen het woord van de haat was vrij,” zoals hij het in 1868 formuleerde. In het jaar dat hij zijn eerste brochures openbaar maakte, publiceerde Ulrichs ook het gedicht “Lieber is mir ein Bursch,” dat begint met de regels:

Lieber ist mir ein “Bursch,” vom Dorf, mit schwellende Gliedern,
Als das feine Gesicht eines blassen städtischen “Jünglings.”
Lieber ist mir ein Reiter zu Rosse oder ein Jäger,
Und der Matrose an Bord. Doch unter allen die liebsten:
Das sind mir die Soldaten, die jungen stattlicher Krieger;
[...]


Hierna heft hij nog enkele regels een loflied aan op blauwogige gardesoldaten en blonde huzaren. Pas nadat hij op latere leeftijd zijn homovijandige vaderland had verlaten en zich in het in dit opzicht iets relaxtere Italië had gevestigd, hield Ulrichs zich nader met de jongens van de zee bezig in zijn Matrosengeschichten (1885). Deze vertellingen spelen zich af in een mythologisch geïnspireerde fantasiewereld, maar zelfs daarin eindigt het verlangen naar een matroos niet met een “en ze leefden nog lang en gelukkig...” In het eerste verhaal, “Sulitelma” raakt de dertien-jarige Erich gefascineerd door het “stormschip” Sulitelma, dat bij bepaalde weersomstandigheden ’s nachts door de lucht vaart en vooral door de matroos Harald die hem na halsbrekende toeren aan boord trekt en z’n scheepsjongen maakt.

Als Erich na enige tijd door een ongeluk weer op aarde valt, vertelt hij zijn drie jaar oudere zuster Thyra over zijn belevenissen aan boord van het door ijs gevormde schip met Harald: “‘Ik wil je verwarmen,’ zei [Harald]. Hij omklemde me met zijn armen en drukte me aan zijn borst. Ik wist toen niet wat er met me gebeurde. Ik had het gevoel alsof ik door een god werd omklemd, en nieuw leven, vuur, moed en kracht stroomden door me heen. Al het leed en alle pijn waren van me weggenomen.” Thyra is jaloers op haar broertje en als de kans zich weer voordoet volgt ze hem aan bord, waar ze hem in de dood stort om zijn plaats aan Harald’s zijde in te nemen. Ook Thyra overleeft dit avontuur echter niet lang.

Ook in het beroemdste, in de loop der jaren verschillende keren in homopublicaties herdrukte verhaal uit de bundel, “Manor,” staat de aantrekkingskracht van een matroos niet onder een gelukkig gesternte. In deze vampier-achtige vertelling raakt de vijftienjarige Har in de ban van de vier jaar oudere zeeman Manor, die hem van de verdrinkingsdood redt. Har wil als scheepsjongen tezamen met Manor op een schip aanmonsteren, maar zijn moeder weerhoudt hem daarvan. Vlak voor het terugkeert in de veilige haven, vergaat het schip echter en de lijken van de bemanning, inclusief dat van Manor, spoelen op het strand bij Har’s woonplaats aan en worden begraven. ’s Nachts verschijnt Manor echter voor het raam van Har, die hem binnenlaat.

De verschijning “legde zich bij hem in bed; hij sidderde; maar hij weerde hem niet af. Streek hem over de wangen, maar met een koude hand, o! zo koud, zo koud! Een koortsrilling sidderde door hem heen. Kuste de warme zwellende knapenmond met ijskoude lippen. [...] De verschijning huiverde. Hem klonk het, als wilde hij zeggen: ‘Het verlangen heeft me hier naar jou gedreven. Ik vind geen rust in het graf.’” Deze gebeurtenis herhaalt zich in volgende nachten, waarbij Manor van Har’s bloed lijkt te drinken. Op een gegeven ogenblik steken Har’s moeder en de dorpsbewoners hier een stokje voor, en doorspietsen in het graf Manor’s hart. Dit is uiteindelijk echter ook de doodssteek voor Har, die aan een gebroken hart overlijdt en op zijn sterfbed smeekt bij Manor in het graf gelegd te worden. Wat gebeurt.


Sodom op zee

Fantasieën hoeven natuurlijk niet direct een grondslag in de realiteit te hebben, maar bij matrozen is die er - anders dan waarschijnlijk bij vampieren - wel degelijk. De staatsman Winston Churchill bulderde ooit: “Praat me niet over traditie. Traditie in de Britse Marine is niets anders dan rum, sodomie en de gesel.” Over het drankgebruik en de tuchtigingsmethoden op de wereldzeeën was al veel langer het nodige bekend, maar pas de laatste decennia is er ook onderzoek gedaan naar het gelijkgeslachtelijke vertier aan boord, en niet uitsluitend bij de Britse marine. Zo publiceerde B.R. Burg in 1983 zijn baanbrekende studie Sodomy and the Pirate Tradition: English Sea Rovers in the Seventeenth-Century Caribbean, waarin hij licht werpt op de sociale en seksuele wereld van zeerovers.

Volgens Burg onderscheidde de seksualiteit van boekaniers zich in belangrijke mate van die in veel andere mannengemeenschappen, zoals gevangenissen, omdat die niet plaatsvond binnen een gereglementeerde structuur van regels, voorschriften en streng toezicht, maar juist in een gemeenschap waarin een wijdverspreide tolerantie van manmanlijke seks de norm was, terwijl de condities op zee de praktisering ervan aanmoedigden.

Voor velen zullen de bevindingen van Burg en enkele andere historici niet als een verrassing zijn gekomen, aangezien over manmanlijke relaties op zee al veel in romans was geschreven. De Amerikaanse auteur Herman Melville (1819-1891), die zelf als matroos had gewerkt, schrok er bijvoorbeeld niet voor terug in zijn werken alle vormen van seksualiteit, inclusief de homo-erotische, aan de orde te stellen. Een beroemd voorbeeld hiervan is de relatie tussen Ishmael en de inlander Queequeg in zijn meesterwerk Moby-Dick: or, The Whale uit 1851, terwijl in zijn postuum gepubliceerde Billy Budd, Sailor de titelpersoon door de kapitein van zijn schip wordt beschreven als “de jonge vent die zo populair bij de mannen lijkt te zijn - Billy, de Knappe Matroos.”

Billy’s populariteit bij de andere manschappen hoeft natuurlijk niets te betekenen, ook al wordt die in dezelfde zin gekoppeld aan diens aantrekkelijkheid, maar een homo-erotische interpretatie dringt zich op voor wie bedenkt dat Melville in White-Jacket (1850) had geponeerd: “De zonden waarvoor de steden van de vlakte werden vernietigd leven nog voort op die Gomorra’s met houten wanden van de zee.”


Lust uit opportunisme

In de wereldliteratuur is Melville’s oeuvre zeker niet het enige dat licht werpt op manmanlijke relaties op zee, maar dit is niet de plaats die nader te analyseren. Met de toenemende zichtbaarheid en strijdbaarheid van homo’s in de twintigste eeuw werden echter ook de seksuele strapatsen van matrozen steeds minder met een waas van geheimzinnigheid omgeven. In 1918 verscheen Autobiography of an Androgyne door Earl Lind, die ook actief was onder de persona Ralph Werther en Jennie June. Hierin beschrijft hij zijn uitzonderlijk promiscuë seksleven in New York in het laatste decennium van de negentiende eeuw. “Lind houdt vooral van een man in uniform, en de helft van zijn meer dan achthonderd ontmoetingen, meldt hij, waren met matrozen of soldaten,” stelde Mark W. Turner vast in Backward Glances: Cruising the Queer Streets of New York and London (Londen 2003), waaraan hij nog toevoegde dat Lind “er regelmatig naar verlangt een ‘fairy’ te zijn, het matrozenwoord voor de man op het schip, die de rol van de vrouw speelt als men buitengaats is.”

Het is de vraag in hoeverre Lind’s verlangen reëel was, want diverse bronnen lijken erop te duiden dat matrozen zich aan boord vooral overgaven aan mutuele masturbatie. Ten eerste werd dit, zowel door de mannen als door rechtbanken, niet gezien als een (strafbare) sodomitische handeling, maar juist door de wederkerigheid kon hierbij ook geen sprake zijn van een aantasting van de geslachtsrollen, aangezien geen van beide mannen bij deze handeling als “het vrouwtje” omschreven kon worden. Natuurlijk werd ook anale seks bedreven, maar die schijnt veel minder frequent voorgekomen te zijn. Of werd met veel meer heimelijkheid uitgevoerd, zullen sommigen waarschijnlijk vermoeden. Hoe dit ook zij, in ieder geval constateerde de American Journal of Psychiatry in 1938: “Matrozen en soldaten staan er bekend om zich aan homoseksuele activiteiten te buiten te gaan als heteroseksuele mogelijkheden lang afwezig zijn, maar alleen om homoseksualiteit weer op te geven als normale omstandigheden zijn hersteld.”

Nu is het de vraag wat “normale omstandigheden” zijn, want door hun ervaringen waren matrozen ook tijdens het leven aan land niet ongenegen zich aan homoseksuele handelingen over te geven, zeker als ze daar op de een of andere manier profijt van hadden. Gore Vidal schreef ooit over de jaren veertig “dat haast iedereen, hetzij actief dan wel passief, onder de juiste omstandigheden beschikbaar was,” terwijl Tom of Finland in 1981 in een interview met NRC Handelsblad verklaarde: “In en na de oorlog hadden die [zeemannen] een zeer speciaal image. Ze waren tot veel bereid. Je kon hun diensten kopen.”

Het wemelt in de twintigste-eeuwse literatuur van autobiografische uitlatingen van homoseksuele auteurs waarin ze verslag doen van hun ervaringen met, en genoegen aan, de jongens van de zee.

De beschikbaarheid, de ervaring, en zeker ook hun spannende buitenstaanderstatus maakten matrozen ook tot geliefde onderwerpen voor kunstenaars die in hun privé-leven en - in meerdere of mindere mate - hun werk geen geheim maakten van hun homoseksualiteit, zoals de Amerikaanse schilders Paul Cadmus (1904-1999), Charles Demuth (1883-1935) en de in Rusland geboren Pavel Tchelitchew (1898-1957), maar bijvoorbeeld ook de Brit Duncan Grant (1885-1978) en de Fransman Alfred Courmes (1898-1993), die in de jaren dertig en veertig verschillende schilderijen maakte waarin een matroos de personificatie vormde van een ander eeuwenoud homo-icoon, namelijk Sint Sebastiaan.

Matrozen maakten echter niet alleen hun opwachting in het oeuvre van gevestigde kunstenaars, maar ook in dat van schilders en tekenaars die zich voornamelijk op de homomarkt richtten. Een geïnteresseerde hoeft in het werk van bijvoorbeeld George Quaintance (1902-1957), Tom of Finland (Touko Laaksonen, 1920-1991) of Etienne (Dom Orejudos, 1933-1991) niet lang te zoeken naar geile uitspattingen van de jongens van de wereldzeeën. In dit erotische klimaat wekt het geen verwondering dat de fotografen die voor de physique-tijdschriften werkten zich bij deze traditie aansloten.

Nu wil dit natuurlijk niet zeggen dat de modellen die in matrozenuniform voor de lens van Bob Mizer (1922-1992), Mel Roberts (*1923) en vele anderen traden ook daadwerkelijk op zee werkzaam waren.


Zwierige gang

Deze iconografie had tot gevolg dat matrozen ook van zich deden horen in de op homo’s gerichte pulp-romans, zoals bijvoorbeeld het in 1966 door J.J. Proferes bij de Guild Press gepubliceerde Navy Blues, waarin matroos Barney Reardon ver van zijn woonplaats én zijn verloofde Margie gestationeerd is. Hoewel hij heimwee naar Margie heeft, weerhoudt dit verlangen hem er niet van elders vluchtige erotische ontspanning te zoeken en wel bij andere mannen. In het midden van de jaren zestig mocht seks niet al te vrijmoedig beschreven worden.

Over Barney’s ontmoeting met een anonieme jonge man die hem een lift geeft, schreef Proferes: “Hij lag op de voorbank van de auto met zijn broek over zijn benen naar beneden getrokken - de man rukte eraan zodat hij snel op zijn enkels hing. Barney voelde een siddering en hij hief zijn heupen op toen hij de warmte van de man voelde.

De vochtige warmte wond hem op. Langzaam met zijn heupen draaiend, onderging Barney nu hartstochtelijke emoties terwijl hij zich liet gaan. ‘AAAAHHHHHH, dat is fantastisch!’ mompelde hij. [...] ‘Kus me... kus me...’ smeekte Barney. De man deed hem dat genoegen, en daarna, terwijl hij zijn tong over de buik van de jongen liet gaan, bewoog hij zijn lippen naar beneden. Barney kon zichzelf niet langer beheersen - de opwinding was echt meer dan hij kon verdragen. De jongeling kromde zijn rug zodat zijn heupen niet langer de autobank raakten. De man hield de heupen van de jongeman vast, waarna hij er zijn handen omheen liet glijden en de gladde, stevige, jonge billen van de matroos bevoelde.”

Hoewel het geen enkele moeite kost te begrijpen wat hier gebeurt, wordt dit oraal-genitale contact niet expliciet beschreven of benoemd (en de billen van de matroos blijven ditmaal ongerept, overigens). Als beide mannen vervolgens van een post-ejaculatief restaurantbezoekje hebben genoten kijkt de automobilist hoe Barney weer naar de auto loopt: “Hij keek naar de zwierige gang, de strakke broek... de fraai gevormde heupen en de manier waarop de broek om de stevige billen spande, de contouren van zijn jockey shorts zichtbaar onder de stof... het lichtblonde haar en de muts achterop z’n hoofd geschoven zodat een kleine haarlok over zijn voorhoofd viel. De man bekeek hem liefkozend.”


Passagieren in uniform

Door juridische ontwikkelingen durfde de Guild Press het in 1969 aan de omvangrijke reeks Black Knight Classics uit te geven, die, volgens de uitgever, bestond uit teksten die soms al decennialang als manuscript of typoscript ondergronds circuleerden. Op de flaptekst van een van de deeltjes, Off Duty Studs, poneert hij: “Zulke Black Knight Classics als San Diego Sailor, Marine Studs, Sailor ’69, Porthole Buddies and Bail Out! zijn zo goed ontvangen door de verzamelaars van deze reeks ondergrondse homoseksuele erotica omdat ze (waarheidsgetrouw en zonder enige reserves) het homoleven beschrijven van het leger en het feit dat, of Uncle Sam dat nu leuk vindt of niet, sommige militairen die belast zijn met de bescherming van deze maatschappij homo zijn en zich verduiveld dol vermaken met hun maten van het schuttersputje.” In Off Duty Studs - en de andere deeltjes - kost het geen enkele moeite - kapitaal gezet! - bevelen te vinden als “Zuig die pik af!,” die rechtstreeks ontnomen lijken te zijn aan de pornofilms die enkele jaren later de markt begonnen te veroveren.

Het ontstaan van de strijd- en zichtbare homobeweging had echter ook gevolgen voor de keuze van de droompartner. Veel homo’s vonden het, in ieder geval in theorie, belangrijk gelijkwaardige sekspartners te hebben, dus ook homo’s en geen zich als hetero identificerende mannen die niet ongenegen waren zich in de mond of de kont van een mietje te ontladen, de categorie waarin ogenschijnlijk veel matrozen vielen.

In 1981 verzuchtte Tom of Finland in het interview met NRC Handelsblad: “De zeemannen bijvoorbeeld, die liggen eruit. [...] op een gegeven moment gingen ze niet meer passagieren in hun uniformen. Ze waren dus niet meer te herkennen.” Tom’s opmerking lijkt voorbarig te zijn geweest, want sindsdien vormden matrozen het onderwerp van trendsettende fotografen als Robert Mapplethorpe, Bruce Weber en Pierre & Gilles, doken ze op in erotische boeken en pornofilms, en werden ze ook schilderkunstig vastgelegd, bijvoorbeeld door de Duitse, in 1963 te Berlijn geboren kunstenaar Alexander von Agoston, die - toeval of niet? - zijn dienstplicht bij de marine verrichtte!

Of matrozen nu tot een seksuele uitspatting zijn over te halen of niet, van 19 tot en met 23 augustus zal het tijdens Sail Amsterdam 2015 in de homowereld niet zoemen van loftuitingen op de statige drie- en viermasters in de haven, maar vooral op de even fraaie, maar veel jongere matrozen die deze schepen bemannen. En een enkeling zal misschien zelfs Jacob Israël de Haan’s kwatrijn “Een matroos” stilletjes voor zich heen fluisteren:

Een lichtmatroos: zijn donkre haren,
Zijn oogen bloeien, zijne wangen blozen.
Denk niet aan de duizenden lichtmatrozen,
Die jong en schoon als deze waren.



 








‘Denk niet aan de duizenden lichtmatrozen, die jong en schoon als deze waren’

Hans Hafkamp, in Historie & Politiek op 21 augustus 2018
Reageren? Jouw reactie:

Je naam:
Email (wordt niet getoond):
min. 15 karakters, geen links of html svp














Rubrieken:








In het nieuwste nummer, Gay News 328, december 2018














Meer uit Historie & Politiek
Meer uit nummer 288
Meer van Hans Hafkamp





People Direct


Zelfstandig werkende Escortboys | Self employed escortboys

meer info |visit


Club Church


Cruise Club with theme-nights and darkroom

meer info |visit















bottom image




Entire © & ® 1995/2018 Gay International Press & Stichting G Media, Amsterdam. All rights reserved.
Gay News ® is een geregistreerde merknaam. © artikelen Gay News; duplicatie niet toegestaan. Opname uitsluitend na schriftelijke toestemming van uitgever, met verplichte bronvermelding gaynews.nl. Door derden overgenomen artikelen worden in rekening gebracht, en zo nodig geincasseerd. Gay News ISSN: 2214-7640, ISBN 8717953072009. Gay News op Wikipedia.
Volg Gay News:
Twitter Issuu
RSS RSS Editors
zelfstandige Escortboys

CMI
Neem contact op
Abonneren
Adverteren






© 1995/2018 Gay News ®, GIP/ St. G Media