Back to Top
Maandag 17 Feb
86414 users - nu online: 1140 people
86414 users - nu online: 1140 people login
VAN ONZE EDITORS
Share:







lengte: 16 min. Printervriendelijke Pagina  
Wilhelm von Gloeden kon ‘engelen aan het blozen krijgen’


door Caspar Wintermans in Films & boeken , 24 april 2009

This article is also available in English
lengte: 16 minuten


Wie wil er nu worden geguillotineerd? De koningsgezinde schilderes Élisabeth Vigée-Lebrun bedankte voor die eer en ontvluchtte Parijs dus halsoverkop na het uitbreken van de Franse Revolutie in 1789. Geruime tijd verbleef ze in het buitenland, waar ze met open armen werd ontvangen. In haar memoires beschreef ze een zomers boottochtje dat ze rond de eeuwwisseling met enkele vrienden maakte in de omgeving van Sint-Petersburg.

De kunstenares werd getroffen door de aanblik van een massa mensen van beiderlei kunne die onbekommerd aan het baden waren; in de verte zag ze naakte jongemannen die, gezeten op hun paarden, vrolijk door de golven reden. “In elk ander land,” aldus mevrouw Lebrun, “zouden dergelijke onbetamelijkheden aanleiding geven tot een groot schandaal; maar de situatie is anders waar de onschuld heerst. Bij niemand kwam een kwade gedachte op, want het Russische volk heeft werkelijk de naïviteit van de primitieve natuur.”

Naarmate de beschaving oprukte en Victoriaanse opvattingen aan terrein wonnen, werd het allengs gevaarlijker in je blootje van de zon te genieten. In 1805 prees de hyper-conservatieve Anti-Jacobin Review de anonymus die een pamflet had gepubliceerd getiteld Observations on Indecent Sea-Bathing, as Practised at Different Water-Places on the Coasts of this Kingdom. Krachtig optreden tegen dit euvel was geboden, vond de criticus, immers: “Elke openbare overtreding van het fatsoen is een schending van de goede zeden en, als zodanig, strafbaar.”

De Münchener Post berichtte op 2 augustus 1888 over de aanklacht die was ingediend tegen de kunstschilder Karl Wilhelm Diefenbach en diens leerling Hugo Höppener, overtuigde nudisten die zich de wrevel van de autoriteiten op de hals hadden gehaald door op eigen terrein, van de openbare weg aan het oog onttrokken door dicht struikgewas, in hun adamskostuum rond te lopen en zich behaaglijk uit te strekken op het gras.


Schweinerei! Zo bestempelde de rechter het gedrag van het tweetal, dat dan ook tot een geldboete en enkele weken celstraf veroordeeld werd.

In Oostenrijk werd de componist Gustav Mahler nadien door buurvrouwen gekapitteld omdat hij zijn driejarig dochtertje ’s zomers naakt in de tuin van zijn vakantiehuis liet spelen. Dat was ongehoord, riepen de kwezels, “want naaktheid is God niet welgevallig.”

Nog een stapje verder ging in 1907 de katholiserende Anglicaanse predikant Joseph Leycester Lyne, alias vader Ignatius, die tijdens een preek zijn enthousiast gehoor (“voornamelijk dames”) voorhield: “Naaktheid in de kunst is duivels en heidens, en het is de plicht van de Kerk te protesteren. Het is niet artistiek om kleren uit te trekken. Naakte kunst moet worden verwijderd van de muren van de musea. Het moet het land uit worden geveegd.”

Werp een blik op de vergeelde foto’s van onze beter gesitueerde voorouders, en realiseer je hoe strak men in het pak zat: de vrouwen in een keurslijf, soms gehuld in japonnen waarvan je een sprei voor een tweepersoonsbed of tenminste een twijfelaar zou kunnen maken; de mannen in nauwsluitende jassen, een stropdas rond de zogenaamde vadermoordenaar. Chique, dat wel. Maar je wordt bij het bekijken van die plaatjes bevangen door plaatsvervangende ademnood.

Zelfportret in Arabisch kostuum, circa 1980


Vrijmoedigheid van een geïdealiseerd tijdperk

In een eeuw waarin zelfs stoel- en tafelpoten met stof werden bedekt om bij de brave burger vooral geen wellustige ideeën te doen opkomen, waren er enkelen die in het geweer kwamen tegen de verstikkende “fatsoensnormen,” die een terugkeer bepleitten naar de vrijmoedigheid van een door hen geïdealiseerd tijdperk: de Oudheid. Pierre Louÿs publiceerde in 1896 zijn roman Aphrodite met een inleiding waarin hij van leer trok tegen de heersende seksuele moraal, volgens hem afkomstig uit Genève - dat wil zeggen, van Johannes Calvijn, de ayatollah wiens vierhonderdste verjaardag dit jaar op gepaste wijze zal worden gevierd. Louÿs, die zijn verhaal situeerde in het Alexandrië van even voor Christus, herinnerde zijn lezers eraan dat de Griekse geschiedschrijver Herodotus zich had verbaasd over het feit dat “sommige barbaarse volkeren het als een schande beschouwen om zich naakt te vertonen.”

Het volk dat de Akropolis bouwde, betoogde Louÿs, kende een dergelijke gêne hoegenaamd niet. Het stond op het standpunt dat er niets heiliger is dan de lichamelijke liefde, niets mooier dan het menselijk lichaam. In poëzie, schilder- en beeldhouwkunst gaven de Grieken uiting aan hun fascinatie voor de fysieke schoonheid. Voorbij, die tijd! verzuchtte de romancier. “Helaas! De moderne wereld bezwijkt aan een invasie van lelijkheid. De beschavingen vallen terug naar het Noorden, betreden de mist, de kilte, de modder. Wat een nacht!”

Louÿs voelde zich als een banneling, en had zijn boek geschreven voor verwante geesten die er, net als hij, de voorkeur aan zouden hebben gegeven geleefd te hebben in die lang vervlogen eeuwen toen “de menselijke naaktheid, de meest perfecte vorm die we kennen en die we ons zelfs kunnen indenken omdat we geloven in het beeld van God,” zich niet hoefde te verbergen achter lendendoek of vijgenblad.

Aphrodite sloeg in als een bom en werd in 1906 tot een opera bewerkt door de vooralsnog niet herontdekte Camille Erlanger. Zijn vijfakter beleefde tot 1927 ongeveer honderdtachtig voorstellingen in Parijs.

De beroemde Mary Garden vertolkte bij de première de rol van de courtisane Chrysis wier charmes de beeldhouwer Démétrios tot waanzin brengen. Hoogtepunt van het stuk is de scène waarin de vrouw het atelier van haar bewonderaar betreedt en zich aan hem vertoont in de glorie van haar naaktheid.



De sopraan herinnerde zich later geamuseerd dat tijdens de repetities was geprobeerd haar dusdanig te belichten dat het publiek de indruk zou krijgen dat ze daadwerkelijk bloot was (ze droeg enkel een sluier), maar het lukte niet die illusie te realiseren. En aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog was het natuurlijk ondenkbaar dat juffrouw Garden zonder kleren ten tonele verscheen; dat zou vandaag de dag geen probleem opleveren.

Pierre Louÿs was een praktiserend, ja, enthousiast heteroseksueel die veel hetero’s en lesbiennes een groot plezier deed met zijn “lofzang op de wellust” (zoals Mallarmé de roman omschreef), maar onder de homoseksuelen van de Belle Époque was de behoefte aan vrijheid en aan de aanblik van naaktheid vanzelfsprekend minstens zo groot. Lord Alfred Douglas, de minnaar van Oscar Wilde, schreef als student te Oxford een “Hymn to Physical Beauty” waarin eveneens een nostalgisch beeld van de Oudheid geschetst werd en de dichter zijn treurnis verwoordde over het feit dat het genieten van lichamelijke schoonheid - in dit geval die van adolescenten en jongemannen - tot taboe was verklaard:

“Dull fools declare the sweet unfruitful love,
In Hellas counted more than half divine,
Less than half human now; the untrammelled shapes
Of glorious nakedness, the curve and line
Of sun-browned youth, must hide, for human apes
Have found God’s image shameful.”

Een maand of wat voordat dit vers werd gepubliceerd in Douglas’ debuutbundel, Poems (1896), richtte de aristocraat vanuit Napels twee briefjes aan André Gide. In het eerste bedankte hij hem voor de toezending van foto’s die hij, in het drukbezochte café waar hij gezeten was, niet durfde te bekijken; in het tweede, geschreven op dezelfde dag, noemde hij de foto’s “geheel en al bewonderenswaardig.” Wat waren dit voor plaatjes?

Het is niet ondenkbaar dat Gide Lord Alfred verrast had met een aantal door baron von Gloeden vervaardigde opnames van naakte Siciliaanse jongens, die destijds bij homoseksuelen gretig aftrek vonden. Von Gloeden had wat je noemt een gat in de markt ontdekt; bovendien was de kwaliteit van zijn oeuvre dusdanig dat hij zich een plaats verworven heeft in het pantheon van de grote fotografen. Talrijke monografieën zijn aan hem gewijd, waaronder Italo Zannier’s fraai uitgegeven Wilhelm von Gloeden. Fotografie - Nudi, Paesaggi, Scene di genere (Florence, 2008) speciale vermelding verdient; een dankbare aanleiding om het leven en werk van de baron nog eens onder de loep te nemen.

Een charmant heer

Von Gloeden werd in 1856 geboren op slot Volkshagen te Wismar, tussen Lübeck en Rostock gelegen. Het klimaat van de Oostzee was niet bevorderlijk voor zijn gezondheid, vandaar dat zijn arts hem maande zich te vestigen in het zonnige Zuiden. Zelden zal een medisch advies met minder tegenzin zijn opgevolgd! Want in het Siciliaanse gehucht Taormina, waar de tot kunstschilder opgeleide baron op zijn tweeëntwintigste neerstreek, vond hij niet enkel de warmte die zijn longen behoefden, maar ook een tolerante houding ten aanzien van de herenliefde onder welks banier von Gloeden zich geschaard wist.


Hij besloot er al snel zijn penseel te verruilen voor de camera, daartoe aangemoedigd door zijn neef Wilhelm von Plüschow, die zijn seksuele voorkeur deelde en in Napels als fotograaf actief was.

Von Gloeden begon zijn loopbaan als amateur, maar toen zijn financiële situatie in 1895 dramatisch verslechterde als gevolg van een schandaal waarin zijn familie was verwikkeld, zag hij zich gedwongen van zijn hobby zijn beroep te maken. Dat ging hem goed af.

De baron was een charmant heer voor wie de inwoners van Taormina veel respect hadden. Zij maakten geen bezwaar tegen zijn artistieke projecten waarbij hun zonen in de open lucht uit de kleren gingen; in het tegenovergestelde geval zouden ze hem niet in hun midden hebben getolereerd.

Ze beschouwden hem integendeel als hun weldoener, want het was goeddeels aan de roem die zijn foto’s verwierven te danken dat Taormina een toeristische trekpleister werd.
Glossy tijdschriften als The Studio publiceerden zijn werk, von Gloeden exposeerde in Londen, Berlijn en Parijs en ontving verschillende medailles. Beroemdheden als Oscar Wilde, Gabriele D’Annunzio, de Engelse troonopvolger en Anatole France bezochten zijn atelier en schreven lovende woorden in zijn gastenboek.

‘De reinen is alles rein’

In zijn beknopte, geromantiseerde biografie uit 1949 over von Gloeden heeft Roger Peyrefitte melding gemaakt van twee merkwaardige visites die de baron mocht ontvangen. De eerste dateert van 1904. Een zeventienjarige Duitser, in wie von Gloeden direct prins August-Wilhelm herkende, verlangde te zien wat de fotograaf zoal in de aanbieding had. Normaliter toonde deze zijn potentiële klanten eerst architectuur- en landschapsopnames, maar in de wetenschap dat de prins - die in de veronderstelling verkeerde dat zijn incognito bewaard gebleven was - jongens boven meisjes verkoos, overhandigde hij hem meteen een portfolio met opnames van mannelijk naakt. Tot zijn genoegen zag hij dat de tiener bloosde tot over zijn oren. Zonder von Gloeden aan te kijken, vroeg de gast:
“Zijn die modellen inheems?”
“Ze staan ter beschikking van Zijne Keizerlijke Hoogheid,” antwoordde von Gloeden.

Het scheen August-Wilhelm niet te deren dat hij door de mand was gevallen. Hij installeerde zich glimlachend in een comfortabele stoel, bestudeerde de foto’s op meer ontspannen wijze en gaf te kennen kennis te willen maken met een van de modellen, een knappe schoenlapper die, na te zijn opgetrommeld door von Gloeden, gedurende enkele dagen en nachten in het doorluchtig gezelschap van August-Wilhelm mocht verkeren, tot beiderlei genoegen, naar het schijnt.

Toen de keizerszoon naar Berlijn moest afreizen, nam hij een stapel foto’s mee, waaronder verschillende portretten van zijn jonge vriend; hij beloofde bij thuiskomst zowel het model als de fotograaf rijkelijk te zullen belonen voor bewezen diensten. Een belofte die niet werd ingelost. Enkele weken later ontving von Gloeden een zorgvuldig verzegeld pakket dat hem door de Duitse ambassade in Rome was toegestuurd.

Een kort begeleidend briefje informeerde hem dat de zending plaatsvond op bevel van het keizerlijk hof; het betrof de complete serie foto’s die August-Wilhelm had geselecteerd. De smaak van de prins was klaarblijkelijk niet naar de smaak van diens vader!

Dan was er de kanunnik van Sint-Jan-van-Lateranen die langs zwaaide om von Gloeden de les te lezen.
“Bij een van mijn biechtelingen,” snoof hij, “met wie ik door vriendschapsbanden ben verbonden, heb ik enkele van die artefacten gezien die voorzien zijn van uw stempel. Aldus ontdekte ik de oorzaak van de zonden die hem voorheen vreemd waren geweest, en waarvan de gruwel hem deed huiveren. Onnodig U te zeggen dat hij deze schandalige objecten graag aan mij heeft afgestaan. Een reis die me toevallig naar hier heeft gebracht, maakte me nieuwsgierig een man te ontmoeten wiens beroep het is de ogen te vervuilen en de zielen te verderven.”

Von Gloeden had zijn antwoord klaar. Het was een regel uit het Nieuwe Testament: “De reinen is alles rein.” Hij had ook de geestige variant van Oscar Wilde kunnen citeren: “De reinen is alles onrein.”



Caspar Wintermans’ favoriete foto van Wilhelm von Gloeden, gereproduceerd in ‘Taormina’ (Pasadena: Twelvetrees Press, 1986). Deze foto wordt overigens door sommigen toegeschreven aan Wilhelm (“Guglielmo”) von Plüschow. Deze verwarring bij de toeschrijving kan bestaan omdat Von Plüschow soms foto’s van von Gloeden verkocht en veel originele foto’s tegenwoordig zo door de tijd zijn aangetast dat het kunstenaarskenmerk niet duidelijk meer is


Personages uit een mythisch verleden

Het waren deze “reinen” die alles troebel bekijken, die in 1933, twee jaar na het overlijden van de baron, diens erfgenaam Pancrazio Bucini met een bezoek vereerden. De politie nam duizenden glasplaten in beslag, waarvan een derde werd stuk geslagen. Totalitaire regimes staan vijandig tegenover erotiek, en dat van Mussolini vormde geen uitzondering. Bucini, die sinds zijn veertiende von Gloeden’s tafel en bed had gedeeld, kreeg een proces aan zijn broek dat zich gedurende vele jaren voortsleepte, maar dat, verrassend genoeg, in 1941 eindigde met de vrijspraak van de aangeklaagde. De rechtbank van Messina kwam tot het oordeel dat von Gloeden’s foto’s niet pornografisch waren.

Toch duurde het nog geruime tijd voordat de kunst van de baron weer op waarde geschat werd. Zijn modellen hadden vaak nog niet de leeftijd bereikt waarop ze naar de stembus mochten, en dát heeft velen met ontzetting vervuld. Wie de mening is toegedaan dat een minderjarige die in zijn of haar blootje gekiekt wordt, automatisch het slachtoffer is van kindermishandeling, zal van het oeuvre van von Gloeden niet zijn gecharmeerd. Wie hier anders over denkt - en dat er in Taormina inmiddels een straat naar von Gloeden genoemd is, duidt erop dat de gemeenteraad aldaar met diens persoon geen moeite heeft -, zal in het werk van de fotograaf veel kunnen waarderen. Vooral wanneer men over gevoel voor humor beschikt.

Von Gloeden, die zijn modellen insmeerde met een mengsel van melk, glycerine en olijfolie om de oneffenheden van hun huid te verdoezelen, was voorzien van een grote hoeveelheid rekwisieten. Hij wilde de boerenjongens en arbeiderszonen transformeren tot personages uit een mythisch verleden zoals dat bezongen is door dichters als Theocritus en Vergilius. De Sicilianen werden daarom in toga gestoken, namen een herdersstaf of amfora ter hand, en poseerden in het “bucolische” landschap, soms voor de ruïne van het plaatselijke voor-christelijke theater. Die “klassieke” setting had tweeërlei doel.



In de eerste plaats verschafte zij von Gloeden een handig alibi waaraan hij destijds wel behoefte had. Naaktheid kon volgens de toen geldende opvattingen gemakkelijker door de beugel indien ze met een klassiek sausje was overgoten. Vandaar dat academische schilders als Alma-Tadema, Burne-Jones en Bougereau hun - indrukwekkende, zij het enigszins “gelikte” - werken veelal situeerden in de Griekse of Romeinse Oudheid. Dergelijke doeken konden door de musea worden getoond, ook al omdat de geslachtsdelen van de afgebeelde figuren door een uitgekiende houding of door camouflage niet of nauwelijks uit de verf kwamen.

Iets heel anders was het wanneer een kunstenaar het waagde zijn ontklede modellen in een contemporaine achtergrond te plaatsen, zoals Manet kon merken toen hij in 1863 zijn Déjeuner sur l’herbe vervaardigde. Hierop zien we een blote dame temidden van enkele in eigentijds kostuum gestoken heren, hetgeen als uitermate provocerend werd ervaren. Von Gloeden’s foto’s nu verwierven zich een zekere mate van respectabiliteit door hun “antieke” context, hoewel het onbelemmerde uitzicht dat enkele, niet alle, opnames bieden op de genitaliën, beslist een noviteit was; een reden om Wilhelm een pionier te noemen.


Ongegeneerd hedonistisch

Maar het uitdossen van zijn modellen als “godenzonen” (om Hans van Weel te citeren) mag mijns inziens ook worden gezien als een manifestatie van humor en van het goede humeur dat daaraan ten grondslag ligt. De personages kijken soms heel serieus, een gevolg van de lange belichtingstijd die langdurige poses vergde. Niettemin zijn de foto’s niet zelden hilarisch. Camp, zouden we tegenwoordig zeggen.

Dit aspect van von Gloeden’s oeuvre is latere generaties niet ontgaan. Hoe toepasselijk was bijvoorbeeld de keuze die Jos Versteegen en Cees van der Pluijm maakten toen ze in 1984 op zoek gingen naar een omslagillustratie voor hun dichtbundel Het lustprieel: de toon van hun ludieke verzen wordt perfect gezet door de foto waarop onze baron twee met blokfluit en druiventros zich vermeiende knapen heeft vereeuwigd.

Aanstootgevende plaatjes? Welnee, eerder aandoenlijke. Edelkitsch die zijn sporen heeft nagelaten. Het werk van moderne fotografen als de Nederlander Benno Thoma, dat de meesten van ons sensueler zullen vinden dan dat van von Gloeden, is, dunkt me, door laatstgenoemde beïnvloed. Verschillende opnames in Thoma’s BelAmi: Around the Globe (2007) tonen de (meerderjarige!) modellen in “arcadische” poses, met waterkruiken en fruitschalen; het lijkt erop dat de kunstenaar een hommage heeft willen brengen aan de man die in staat was “engelen aan het blozen te krijgen met zijn foto’s van een communicant.”

Een citaat uit Peyrefitte’s reeds genoemde opstel over von Gloeden, een tekst die recentelijk herdrukt werd door de Éditions Textes Gais te Parijs in combinatie met een galerij van mannelijk naakt, waarvan de kwaliteit van de weergave helaas te wensen overlaat. De foto’s van de baron zijn ongegeneerd hedonistisch. Hij genoot van het leven, en droeg die levensvreugde uit in zijn werk. Welke muziek hoort daarbij?

Ik kan von Gloeden’s beste naakten niet bekijken zonder te denken aan de opera Król Roger (“Koning Rogier”) van de Poolse componist Karol Szymanowski.

Het stuk, voltooid in 1924, speelt zich af op het twaalfde-eeuwse Sicilië, waar een beeldschone herdersjongen met Messiaanse trekken het hof en het volk in een staat van extase brengt met zijn blijde boodschap: “Ik ben gekomen een geketende wereld te bevrijden!”

Zijn charisma geeft glans aan een partituur die door een recensent van Fono Forum in december 1999 als Szymanowski’s “coming-out” werd omschreven. De opera druipt inderdaad van de homo-erotiek. En hoe toepasselijk dat de foto op het omslag van de besproken CD-opname door Wilhelm von Gloeden gemaakt had kunnen zijn!

Met dank aan Reinild Mees en Jose Versteegen.







Geraadpleegde literatuur

Anti-Jacobin Review, oktober 1805
Carl Dahlhaus (ed.), Pipers Enzyklopädie des Musiktheaters. München: Piper, 1986-1997, 7 dln.
Lord Alfred Douglas, Poems. Parijs: Mercure de France, 1896
- ‘Mad Dogs.’ In: The Academy, 8 juni 1907, 555-556 (artikel over de campagne van “Father Ignatius,” i.e. Joseph Leycester Lyne, tegen naaktheid in de kunst)
Mary Garden / Louis Biancolli, Mary Garden’s Story. Londen: Michael Joseph, 1952
Wilhelm von Gloeden, Taormina. Pasadena: Twelvetrees Press, 1986
Jean-Paul Goujon, Pierre Louÿs. Une vie secrète (1870-1925). Parijs: Fayard, 2002
Michael Grisko, Freikörperkultur und Lebenswelt. Studien zur Vor- und Frühgeschichte der Freikörperkultur in Deutschland. Kassel: Kassel University Press, 1999
Pierre Louÿs, Aphrodite. Parijs: Librairie Borel, 1896
François Mouret, “Quatorze lettres et billets inédits de lord Alfred Douglas à André Gide, 1895-1929.” In: Revue de littérature comparée, XLIX, n° 3, juli-september 1975, 483-502
Gerhard Persché, “Coming-out.” In: Fono Forum, december 1999, 77 (recensie van Simon Rattle’s opname van Karol Szymanowski’s Król Roger)
Roger Peyrefitte, Wilhelm von Gloeden. Avec un cahier de 50 nus masculins. [Préface d’Alexandre de Villiers]. Parijs: Éditions Textes Gais, 2008. ISBN 9782914679305
Peter Coret & Robert Alquin [Cees van der Pluijm & Jos Versteegen], Het lustprieel. Baarn: De Prom, 1984
Benno Thoma, BelAmi Around the Globe. Berlijn: Bruno Gmünder, 2007
Souvenirs de Madame Vigée Le Brun. Parijs: Charpentier et Cie, 1869, 2 dln.
Bruno Walter, Thema und Variationen. Erinnerungen und Gedanken. Frankfurt am Main: S. Fischer Verlag, 1961
Hans van Weel, “Von Glöden. Boerenjongens worden godenkinderen.” In: COC-Sek, maart 1983, 26-28
Peter Weiermair, Wilhelm von Gloeden. Keulen: Benedikt Taschen Verlag, 1993
Italo Zannier, Wilhelm von Gloeden. Fotografie - Nudi, Paesaggi, Scene di genere. Florence: Alinari 24 Ore, 2008. ISBN 9788863020014













GERELATEERDMEER VAN CASPAR WINTERMANSMEEST GELEZEN VAN CASPAR WINTERMANS

Wilhelm von Gloeden kon ‘engelen aan het blozen krijgen’

Caspar Wintermans, in Films & boeken op 24 april 2020
Reageren? Jouw reactie:

Je naam:
Email (wordt niet getoond):
min. 15 karakters, geen links of html svp




















bottom image




Entire © & ® 1995/2020 Gay International Press & Stichting G Media, Amsterdam. All rights reserved.
Gay News ® is een geregistreerde merknaam. © artikelen Gay News; duplicatie niet toegestaan. Opname uitsluitend na schriftelijke toestemming van uitgever, met verplichte bronvermelding gaynews.nl. Door derden overgenomen artikelen worden in rekening gebracht, en zo nodig geincasseerd. Gay News ISSN: 2214-7640, ISBN 8717953072009. Gay News op Wikipedia.
Volg Gay News:
Twitter Issuu
RSS RSS Editors
zelfstandige Escortboys

CMI
Neem contact op
Abonneren
Adverteren






© 1995/2020 Gay News ®, GIP/ St. G Media