Back to Top
Zondag 22 Sep
86358 users - nu online: 1075 people
86358 users - nu online: 1075 people login
VAN ONZE EDITORS
Share:







lengte: 8 min. Printervriendelijke Pagina  
Politiek - In gesprek met twee Amsterdamse politici


door Ron Meijer in Historie & Politiek , 18 april 2006

This article is also available in English
lengte: 8 minuten


Aan de vooravond van de gemeenteraadsverkiezingen hebben we twee Amsterdamse kandidaten bezocht, die de afgelopen tijd behoorlijk hun nek hebben uitgestoken en daardoor veel kritiek hebben gehad. Nog daar gelaten of de kritiek terecht was, aangezien die onveranderlijk uit dezelfde GBA-hoek kwam, en dat het vaak ging over één punt uit een heel programma, zoals het uitgaansleven van Amsterdam (Anne Lize van der Stoel) of Jelle Houtsma die men verwijt zich alleen bezig te houden met gedenkbordjes aan het stadhuis. We vroegen ons af: Wat is er bereikt? Waarom stemmen op een kandidaat die “uit de kast” is? En, wat kunnen we verwachten voor de komende vier jaar?

Anne Lize van der Stoel (VVD)

‘We hebben allemaal belang bij een mix van wonen, werken en recreëren’

Functie: Stadsdeel voorzitter centrum

Van der Stoel is sinds 2002 voor de VVD Stadsdeelvoorzitter en maakt deel uit van het Dagelijks Bestuur in Amsterdam-Centrum. “Als bestuurder ben ik fulltime aan de slag voor Stadsdeel Amsterdam Centrum.”


Na ruim acht jaar van afwezigheid kwam Anne Lize van der Stoel weer terug in de Amsterdamse politiek. Als stadsdeelvoorzitter van de binnenstad is ze onder meer verantwoordelijk voor openbare orde en veiligheid, economie, horeca en toerisme. Haar partij, de VVD, sleepte bij de vier jaar geleden gehouden verkiezingen veertig stemmen meer in de wacht dan de PvdA. Daarmee werd het voormalig gemeenteraadslid en voormalig Tweede-Kamerlid de eerste voorzitter van het stadsdeel Centrum.

Dat de invoering van het stadsdeel binnenstad niet door de gehele bevolking met luid gejuich is ontvangen, en dat mede daarom de handel en wandel van het dagelijks bestuur nauwlettend in de gaten zouden worden gehouden, besefte ze wel degelijk. Toch kruipt het bloed waar het niet gaan kan.


“Dat heeft alles te maken met openbaar bestuur, het mooiste wat er is. Het zit me als gegoten en dat is ook de reden dat ik er graag mee door wil gaan. Er is een hoop in gang gezet en dat wil ik heel graag afmaken. We hebben ook geen gemakkelijke start gehad.

Heel veel problemen waren door de centrale stad op de lange baan geschoven. Er was groot achterstallig onderhoud en van communicatie met ondernemers en bewoners was al bijna helemaal geen sprake. Tel daar bij op de enorme opbrekingen die te maken hebben met de aanleg van de Noord-Zuidlijn en je hebt een beeld van de enorme problemen waar we als dagelijks bestuur van de deelraad voor stonden.”

“Er zijn natuurlijk altijd mensen die zich afvragen of een stadsdeel echt beleid kan voeren. Zij denken dat grote zaken als verkeer, economie, ruimtelijke ordening en toerisme zijn voorbehouden aan het gemeentebestuur."

"Als je ziet hoe lang er toen al over de IJ-oevers werd gepraat... De centrale stad heeft dat nu niet echt voortvarend opgepakt. Alle aandacht ging toen uit naar de Zuidas en IJburg, terwijl de IJ-oevers voor de binnenstad van groot belang zijn."

"Volgens het programma-akkoord moest het stadsdeelbestuur veel aandacht hebben voor burgers, ondernemers en gebruikers van de binnenstad. Niet gemakkelijk, maar ze hebben allemaal belang bij een mix van wonen, werken en recreëren. En die mix begint er nu te komen, met hier en daar nog wel wat onevenwichtigheden. Het is aan de stadsdeelraad om te zorgen dat er een nog beter evenwicht komt tussen die functies."

"Als er kleine buurtwinkels dreigen te verdwijnen, omdat de huur niet meer is op te brengen, dan zal het stadsdeel maatregelen moeten nemen om de mix van winkelbestanden in stand te houden.

Dat kunnen we doen door de kleine zelfstandige ondernemer bij te springen, bijvoorbeeld met huursubsidie. Daarnaast moeten we zorgen voor een gevarieerde binnenstadbevolking; om sociale – rijke of arme - getto’s te voorkomen moeten in de binnenstad álle inkomensgroepen kunnen wonen."

“De kritiek de we krijgen gaat zelden over echt inhoudelijke punten, en het napraten van elkaar zonder eerst eens goed in het onderwerp te duiken heeft ook een grote vlucht genomen. Als stadsdeel zijn we voor ruimere openingstijden maar de centrale stad [burgemeester Cohen, Red.] wil hier niet aan. Verder is de binnenstad aanzienlijk schoner geworden, het inzetten van veegploegen heeft geholpen. Maar zolang men bezig is met de Noord-Zuidlijn blijft de entree van de stad rommelig, daar valt niet tegen op te vegen."



"Er is meer aandacht gekomen voor de oudere bewoners van de binnenstad, er zijn nu zo’n vijfenzeventig woningen gebouwd en er komen er nog zo’n honderd bij om ouderen langer zelfstandig te kunnen laten wonen. Voor velen niet direct zichtbaar, maar het zijn wel projecten die ervoor zorgen dat de binnenstad leefbaar blijft.”

“Speerpunt van het stadsdeelbeleid is het handhaven van regels, een strengere overheid dus. Als regels niet te handhaven zijn, moeten ze misschien op de helling. Ook moest er meer samenwerking komen tussen gemeentelijke diensten. Vraag de politie om advies als je iets aan de openbare ruimte wilt veranderen. Je moet geen overtredingen uitlokken.


Het stadsdeel zal nauw met de centrale stad moeten samenwerken, bijvoorbeeld op het terrein van de openbare orde.” Het stadsdeel Amsterdam-Centrum zal ook het aantal evenementen moeten bepalen dat in die binnenstad wordt gehouden. Spreiden in tijd en plaats, zegt het beleidsplan van VVD, D66 en PvdA daarover.

Anne Lize van der Stoel: “Je moet het per geval bekijken en steeds zul je de vraag moeten stellen of een bepaald evenement bijdraagt aan de functie van de binnenstad. Het stadsbestuur heeft onderzocht of bewoners van de binnenstad veel last van die evenementen hebben."

"Dertien procent van de ondervraagden vindt dat er geen evenementen bij moeten komen, de rest zei: ‘Niet zeuren, je woont nu eenmaal in de binnenstad.’ Natuurlijk moeten we bij elk evenement de regels streng handhaven: niet meer dan zoveel decibels produceren, de omgeving schoonhouden. We zullen daar consequent op gaan letten. Voortdurend moeten we afwegen wat de kwetsbare binnenstad kan verdragen. We proberen een evenwicht te scheppen tussen amusement, werken en wonen. Daar zijn regels voor nodig en dat was voor menigeen even slikken, maar zonder die regels was de Amsterdamse binnenstad op den duur onleefbaar geworden."

"Nog steeds is het zo dat Amsterdam een stad is waar iedereen zich prettig kan en moet kunnen voelen, als stadsdeel is dat onze verantwoording, dat hebben we de afgelopen vier jaar in gang gezet. Ik denk dat we het verdiend hebben het werk af te maken.”



Jelle Houtsma (PvdA)

‘Allochtone homoseksuelen zijn niet zielig’

Functies: Voorzitter HIV vereniging
Raadslid stadsdeel centrum (PvdA)
Woordvoerder: Homobeleid en Welzijn/Doelgroepenbeleid
Commissies: Welzijn
Buurten: Jordaan Noord, Haarlemmerbuurt, Westelijke Eilanden

“Homobeleid is keuzes maken. Homobeleid dat een einde maakt aan het bewijzen van ‘lippendienst’ door de overheid aan achtergestelde groepen. Mooie woorden helpen niet. Het gaat om de daden. Homobeleid dat eerst prioriteit geeft aan het oplossen van knelpunten en dan pas aan ‘wensen.’ Investeren met overheidsgeld is ook de keuze maken om iets minder aandacht te geven. Een keuze om iets niet te doen, doet altijd pijn. Maar die keuze is wel noodzakelijk en moet daarom ook genoemd worden."

De blanke, hoog opgeleide homomannen in Amsterdam, die al ‘uit de kast zijn,’ zijn er relatief én absoluut het beste aan toe. Als die homomannen steun nodig hebben om hun positie verder te verbeteren dan mag gevraagd worden om in eerste instantie die positie zelf te verbeteren."

"Dan moet de overheid in het homobeleid dus de strategische keuze maken om minder aandacht aan de wensen van die groep Amsterdamse homomannen te geven. Om daarmee de noden van andere groepen homoseksuelen (m/v) meer kansen te geven. Minder aandacht is niet hetzelfde als géén aandacht. Een overheid die betrokken blijft en op onderdelen de helpende hand toesteekt aan homomannen blijft ook in de komende jaren nodig.”

“Ondersteuning van gezondheidspreventie bij homomannen heeft veel prioriteit. Evenzo het belang van ondersteuning bij ‘coming out’ voor alle homo’s. Dit kan door het bevorderen van een veilige school, door steun aan organisaties, door het uitbreiden van voorlichting, etc."



"En Amsterdam moet bij die keuzes nadrukkelijk de partners zoeken die aantoonbaar willen en kunnen helpen om die keuzes om te zetten in concrete resultaten. Dat kan een bestaande belangenorganisatie zijn als het COC, een preventie-instelling als Schorer of een hulpverlener zoals Stichting Habibi Ana. Maar het kan net zo goed een ondernemer met een goed plan zijn. In zekere zin is dit een vorm van ‘bijsturing van de markt’. Strategisch homobeleid doe je samen. Met partners. Maar ook met de stadsdelen. Wij kiezen voor homobeleid waarbij Amsterdam in 2006 stedelijk homobeleid ontwikkelt maar daarnaast in datzelfde jaar ook de regie neemt om in samenspraak met de stadsdelen specifiek homobeleid per stadsdeel te ontwikkelen.”



“Om een aantal belangen van homo’s en lesbo’s in Amsterdam beter van de grond te krijgen kan de markt meer doen. De promotie en ontwikkeling van Amsterdam als uitgaansstad en als toeristenstad kan op diverse manieren verbeterd worden. Daar waar overheidsregels knellen is het terecht dat ondernemers samen met de overheid zoeken naar mogelijkheden om knellende regels te versoepelen. Als we resultaten willen behalen dan moeten overheid en homo-organisaties en -ondernemers nu de handen ineen slaan en investeren in drie maatregelen:

1. Investeren in de groepen homoseksuelen die het verst van dit ideaal afstaan: allochtone Amsterdamse homoseksuelen en homo-ouderen. Investeren met doelen, met maatregelen, met steun en met geld. Allochtone homoseksuelen zijn niet zielig. Zij hebben een eigen strategie om te emanciperen. Maar zij hebben daarvoor nauwelijks de beschikking over netwerken voor ontmoeting en hulp. Aan hun eigen emancipatiestrategie en bij de opbouw van netwerken moet de overheid prioriteit geven. In woord en daad.

2. Investeren in aandacht voor homoseksualiteit op de scholen. Niet alleen als voorlichting, maar als structureel onderdeel van schoolbeleid en onderwijspakket.

3. Investeren in veiligheid. Veiligheid op straat, in de woonomgeving, op school. Aangifte doen van anti-homogeweld en ‘lik-op-stuk’-bestrijding van geweld zijn belangrijk, maar investeren in wederzijds begrip en het opbouwen van tolerantie en respect voor tegenover elkaar staande morele opvattingen zijn ook belangrijke investeringen in de veiligheid.”
“De afgelopen vier jaar is er al veel verbeterd en nu moeten we doorzetten en daar ga ik voor.”



[illustratiebijschrift]

Jelle Houtsma tijdens de presentatie van de ‘Homo-encyclopedie’













GERELATEERDMEER VAN RON MEIJERMEEST GELEZEN VAN RON MEIJER



jul 2018       


jul 2017       


jul 2019       




Politiek - In gesprek met twee Amsterdamse politici

Ron Meijer, in Historie & Politiek op 03 januari 2019
Reageren? Jouw reactie:

Je naam:
Email (wordt niet getoond):
min. 15 karakters, geen links of html svp








TOP STORIES

MEEST GELEZEN (6 mnd)IN HISTORIE & POLITIEKIN NUMMER 175




mei 2019        lengte: 4 min.


jun 2019       
















bottom image




Entire © & ® 1995/2019 Gay International Press & Stichting G Media, Amsterdam. All rights reserved.
Gay News ® is een geregistreerde merknaam. © artikelen Gay News; duplicatie niet toegestaan. Opname uitsluitend na schriftelijke toestemming van uitgever, met verplichte bronvermelding gaynews.nl. Door derden overgenomen artikelen worden in rekening gebracht, en zo nodig geincasseerd. Gay News ISSN: 2214-7640, ISBN 8717953072009. Gay News op Wikipedia.
Volg Gay News:
Twitter Issuu
RSS RSS Editors
zelfstandige Escortboys

CMI
Neem contact op
Abonneren
Adverteren






© 1995/2019 Gay News ®, GIP/ St. G Media