Dinsdag 07 Sep 79250 users - nu online: 1337 people login | join | help
  Nieuws : Editie : 217 : Jacob Israël de Haan, een koppige Zaankanter verdwaald in het heilige land


Sponsors:






Friends:



Jacob Israël de Haan, een koppige Zaankanter verdwaald in het heilige land

Printervriendelijke Pagina  
door Herman Cohen Jehoram in Films & boeken , geplaatst op 22 oktober 2009

Op 4 januari 1919 vertrok de eerste Nederlandse zionist enkele reis naar het beloofde land, ging zoals dat heet “op alija.” Het was Jacob Israël de Haan, de beruchte romancier en intussen ook beroemde dichter. Deze zoon van een ploeterende rabbi-gazzen (voorzanger in de synagoge) uit de Zaanstreek bracht zijn jeugd door in “het huisje aan de sloot,” de titel van een jeugdroman van zijn zuster Carry van Bruggen.

In opstand tegen zijn ouderlijk milieu verliet hij het joodse geloof en werd hij enthousiast lid van de SDAP. Naast allerlei andere activiteiten was hij ook vast verbonden aan het partijblad Het Volk, waarin hij een jeugdrubriek verzorgde. Hij volgde een onderwijzersopleiding en van daaruit deed hij toelatingsexamen tot de Amsterdamse universiteit om een rechtenstudie te volgen. Hij zou zichzelf later nog wel een autodidacte onderwijzer noemen.


In 1904, op 22-jarige leeftijd, tijdens de rechtenstudie, publiceerde hij de fel realistische en sombere homoseksuele roman Pijpelijntjes, die tot grote ontsteltenis zou leiden, ook in de SDAP. De leider hiervan, P.L. Tak, ontsloeg hem per direct als medewerker aan Het Volk en bewerkstelligde ook het afscheid van de partij en zijn ontslag als hulponderwijzer, waarmee De Haan brodeloos werd. Tak was beducht voor het fatsoenlijke imago van zijn partij en meende dat een boek als Pijpelijntjes “op licht ontvankelijke individuen beslist besmettelijk [zou] werken.” In 1908 zou een tweede, nog somberder homoseksuele roman volgen: Pathologieën.

Na dit alles kreeg De Haan volgens een vriend op een zwoele zomeravond in 1909 een mystieke joodse openbaring in een afgelegen laantje van het Vondelpark en hoorde hij een stem die hem in de Nederlands-Asjkenazische uitspraak van een Hebreeuwse tekst van Jesaja aanspoorde tot terugkeer naar het oude geloof. De stem zou hij volgen en dit zou uiteindelijk resulteren in de publicatie van de eerste vrome bundel van “het Joodse lied” in 1915, die zijn doorbraak als Nederlands dichter zou betekenen. De eerste strofe uit deze bundel luidde: “Sabbath I - Als ik u, Sabbath, niet zóó zeer beminde, / Niet boven al uw heugnis heilig hield, / Hoe zoude ik dan altijd liederen vinden / Van liefde in mijn hart door wroeging vernield?” Daarnaast, of hiertegen in zo men wil, had hij in 1914 een bundel homo-erotische gedichten gepubliceerd onder de titel Libertijnse Liederen, die in 1919 gevolgd zou worden door een soortgelijke bundel Een nieuw Carthago.


[fotobijschrift]
De Haan in Arabisch kostuum, een foto die de zionisten woedend maakte


In 1924, het jaar dat hij vermoord werd, zou een bundel Kwatrijnen verschijnen, die een helder inzicht geeft in de strijd die De Haan in Jeruzalem als verscheurde natuur tegen zichzelf zou voeren. Slechts één citaat hier: “Wat wacht ik in dit avonduur, / De Stad beslopen door de slaap, / Gezeten bij den Tempelmuur: / God of den Marokkaanschen Knaap?”

De Haan heeft zijn rechtenstudie uiteindelijk in 1916 afgesloten met een proefschrift over rechtskundige significa, beschouwingen over taal en recht, die eerder taalkundige dan juridische betekenis zou hebben. Tijdens de voorbereiding hiervan heeft De Haan nog twee reizen gemaakt naar het tsaristische Rusland om daar de strafrechtstoepassing te bestuderen, hetgeen resulteerde in een boek In Russische gevangenissen, een felle aanklacht uiteraard.



[foto links]
Jacob Israël de Haan in Palestina, 1919


Al in het jaar van zijn promotie werd hij privaat-docent aan de Amsterdamse universiteit. Hierop volgde een stroom van wetenschappelijke artikelen. In 1917 was hij in de race voor een professoraat in het strafrecht, dat hem uiteindelijk door de Amsterdamse gemeenteraad niet gegund werd. Dit lijkt mede een grond geweest te zijn voor zijn vertrek naar Palestina. De reis erheen alleen al, via Cairo, was een groot avontuur in 1919. Op 27 februari bereikte De Haan uiteindelijk zijn reisdoel, Jeruzalem. Hierbij twee kwatrijnen: “In den trein - Geen naam. Geen woord. Ik weet slechts dat hij lachte. / Hij lachte, toen hij haastig langs mij ging. / Nu door de dagen en de nachten / Martelt herinnering.” En “Verleiding - Ik zat aan dek in het Gebed gebogen, / Hij kwam met lach en vraag tot mij. / Al wat geen man uitspreekt lachte in zijn ogen. / Ik zuchtte en legde het gebed op zij.”

De werkelijkheid die De Haan in Jeruzalem aantrof, week sterk af van zijn hooggestemde verwachtingen. In een brief aan zijn vriend Frederik van Eeden schreef hij al op 20 april: “Emotioneel gesproken is Jeruzalem nu veel verder van Holland dan vroeger” en in een brief van twee dagen later: “Ik had nooit uit Holland moeten weggaan. Ik had moeten blijven bij Hans [zijn vrouw, Johanna van Maarseveen] en bij jou en alle vrienden en kennissen. Maar ik kan nu niet terugkomen omdat dat het Zionisme in Holland te veel afbreuk zou doen.” Die redengeving voor zijn blijven klinkt ongeloofwaardig. Hij is al bezig zich te ontwikkelen tot de binnenkort alom bekende antizionist. Hij bleef, plaatste de hakken in het zand als koppige Zaankanter, die overigens zijn nostalgie naar Holland, naar de “brede Zaan” en Amsterdam niet onder stoelen of banken stak. Hier zij slechts zijn beroemde kwatrijn Onrust geciteerd: “Die te Amsterdam vaak zei ‘Jeruzalem’ / En naar Jeruzalem gedreven kwam, / Hij zegt met een mijmerende stem: / ‘Amsterdam Amsterdam’.”

Voor zijn vertrek had De Haan opdracht gekregen van het Algemeen Handelsblad om in periodieke feuilletons, reisbrieven, verslag te doen van de ontwikkelingen in Palestina. Dit zou ook de economische grondslag van zijn verblijf in Jeruzalem worden.

[Foto]
Handgeschreven kaartje van De Haan, afgedrukt in: Mies de Haan, ‘De kinderen van de Gazzan: Jacob Israël de Haan / mijn broer; Carry van Bruggen / mijn zuster.’ Amsterdam: Uitgeverij Heijnis, z.j



Hij schreef veel en zijn reisbrieven werden in Holland met aandacht gevolgd. Deze feuilletons geven een helder beeld van de geestelijke en politieke ontwikkeling die De Haan in snel tempo in Jeruzalem zou doormaken. Hij werd ultraorthodox en antizionist. Hij kreeg nauwe contacten met de Agoedas Jisroëel, de ultraorthodoxe sekte die het bestaansrecht van een joodse staat ontkende omdat de hiervoor vereiste komst van de Messias nog niet had plaatsgevonden. Deze reisbrieven werden met groeiend onbehagen door Nederlandse zionisten gevolgd, en het ontbrak onder hen niet aan gedienstige geesten die het noodlottige nieuws snel doorgaven aan de broeders en zusters in Palestina.

Zo groeide ook daar het onbehagen en vervolgens de haat tegen de dichter-verrader. Nederlandse zionisten begonnen met ingezonden brieven bij het Algemeen Handelsblad te opponeren tegen de berichtgeving uit Jeruzalem en de krant begon de kopij van De Haan te ontdoen van al te kritische gedeelten. Ten slotte moest De Haan zelfs uitwijken naar andere Nederlandse kranten om zijn berichten geplaatst te zien. In het heilige land zelf maakte hij zich steeds onmogelijker door twee provocerende optredens.




[Foto links]
Karikatuur van De Haan in ‘De Ware Jacob’ van plusminus februari-maart 1908


In 1922 bezocht de Britse persmagnaat en bekende antisemiet Lord Northcliff Jeruzalem bij wie ook Jacob Israël de Haan zijn opwachting kwam maken. De zaak werd er niet beter op toen De Haan een bezoek ging afleggen bij koning Abdoellah van Transjordanië, die overigens later vermoord zou worden om zijn te vriendschappelijke relaties met de joden. De Haan begon nu te gelden als bedrijver van hoogverraad. Vanaf 1920 was hij verbonden aan de toenmalige Rechtsschool van Jeruzalem waar hij colleges gaf. De studenten begonnen hem te boycotten, hetgeen ook het einde van de aanstelling met zich meebracht.

In het Algemeen Handelsblad van 25 mei 1923 publiceerde De Haan een brief, ondertekend namens “De Zwarte Hand” waarin hem gesommeerd werd vóór een bepaalde datum uit Palestina te verdwijnen, wilde hij niet als een hond worden neergeschoten. De Haan was hevig verontrust en overhandigde de brief aan de politie. In feite werd hem hier de kans geboden om met zijn vertrek eieren voor zijn geld te kiezen. Alleen, die uitdrukking kwam niet voor in zijn vocabulaire. Hij schreef: “Vele verstandige mensen raden mij aan het billijke verlangen van de Zwarte Hand te voldoen. Maar ik ben dom en koppig.” Een naar het schijnt eenhoofdig veemgericht had De Haan ter dood veroordeeld. Het duurde dan nog een tijd, de twee aangewezen beulen weigerden, maar op 30 juni 1924 werd De Haan door twee vrijwilligers, afkomstig uit de gestaalde kaders van de Russische immigratie, geëxecuteerd in een stille Jeruzalemse straat.


Deze eerste politieke moord in het heilige land kon rekenen op stille instemming van de joodse kolonie in Palestina, de jishoev, die toen ongeveer 60.000 zielen telde. Deze bracht het ook voor elkaar om in saamhorigheid de namen van de vrij bekende moordenaars geheim te houden.

Aangezien men echter bevreesd was voor de negatieve reacties in het zionistische buitenland op deze terreurdaad werd een actie tot heuse desinformatie gestart die het politieke karakter van de moord schuil moest doen gaan achter verzinsels over een passiemoord in homoseksuele kring, die bij de doelgroep ook goed zouden aankomen. Dit zou vervolgens ook vele decennia lang de voorstelling van zaken in het heilige land zelf vormen.

Foto: Het monument voor Jacob Israël de Haan in de Amsterdamse Jodenbreestraat voor het Rembrandthuis

In Nederland overkwam hem het postume ongeluk om in handen te vallen van een bigotte biograaf, de rabbijn-historicus dr. Jaap Meijer (vader van Ischa). De Haan’s leven van Sodom en Gomorra stuitte Meijer zeer tegen de rabbinale borst, hij zou er zoveel mogelijk over zwijgen. Meijer zelf schreef in zijn boek De zoon van een gazzen uit 1967 over “...alle dégoutante details, waarvan de rabbijnse stelregel wil dat het goed is één vuistbreedte te openbaren en er twee te bedekken.” Hij had alleen belangstelling voor het joodse reveil van “het joodse lied.” Daarmee werd het verscheurde leven zelf van Jacob Israël de Haan geheel naar de achtergrond gedrukt. Het wachten is nog steeds op een behoorlijke biografie van deze boeiende figuur uit de Nederlandse letterkunde.







.








 
Reacties:
Re: Re: Jacob Israël de Haan, een koppige Zaankanter verdwaald in het heilige land


door tony op 16 januari 2010
volgens mij is er zon 10 jr geleden een biografie verschenen, die redelijk goed is ontvangen.
groet,
tony



Jacob Israël de Haan, een koppige Zaankanter verdwaald in het heilige land

Reageer:

Reactie:
Je naam: ip 38.107.191.98













Entire © & ® 1995/2010 Gay International Press & Stichting G Media, Amsterdam. All rights reserved. Gay News ™ is een geregistreerde merknaam. © artikelen Gay News; duplicatie niet toegestaan. Opname uitsluitend na schriftelijke toestemming van uitgever, met verplichte bronvermelding gaynews.nl. Door derden overgenomen artikelen worden in rekening gebracht, en zo nodig geincasseerd. Neem contact op    Help   Adverteren    CMI