Vrijdag 03 Jul
85372 users - nu online: 1251 people
Gay News : Editie : 286 : Claude François Michéa, tweehonderd jaar geleden geboren

Printervriendelijke Pagina  

Claude François Michéa, tweehonderd jaar geleden geboren

door Gert Hekma in Historie & Politiek , 02 juli 2015


Claude François Michéa is de eerste arts uit de moderne tijd die een biologische theorie van homoseksuele voorkeur heeft voorgesteld, die preferentie als een aangeboren identiteit zag en daarvoor een ongewone term bedacht: philopédie. Dat woord was een omdraaiing van de term pederastie of zoals wij nu zeggen, pedofilie (knapenliefde).

Vijftien jaar laten zou “de eerste homo ter wereld” Karl-Heinrich Ulrichs de eerste van zijn twaalf brochures (1864-1879) uitgeven, waarin hij eenzelfde theorie ontwikkelde, ook nieuwe woorden bedacht – urning, urninde en uranisme naast dioning voor heteroseksueel – en het opnam voor zijn urningen. Het was een tijd van nieuwe woorden zoals homoseksueel (Kertbeny 1869), seksuele inversie (konträre Sexualempfindung, Westphal 1869) en andrérastie (Pouillet 1882). Michéa was dus de eerste van dit illustere gezelschap, voorloper van Ulrichs. Op 14 maart van dit jaar werd hij tweehonderd jaar geleden geboren (1815-1882).


Van gedrag naar identiteit

Het was een tijd dat de nadruk ging verschuiven van wat men deed naar wat men was, van gedrag naar identiteit. Woorden als sodomie en bougrerie stonden voor anale seks en pederastie voor knapenliefde – en soms ook voor die anale seks wat als het typische gedrag werd gezien van mannen en jongens onder elkaar. Maar de woorden en begrippen gingen verschuiven en een pederast werd steeds meer gezien als een man die het met mannen hield.

De Duitse gerechtelijke geneeskundige Johann Ludwig Casper wees er in 1856 op dat er mannen waren die het niet met knapen deden en dus niet letterlijk pederasten waren, die zich niet overgaven aan anale seks en dus geen sodomieten waren, maar wel op andere mannen vielen: beide woorden pasten niet. Dat was een wereldschokkende ontdekking waar geen woord voor bestond: mannen die niet de natuurlijke weg van coïtus en voortplanting gingen, daarvan juist afweken en een voorkeur voor het eigen geslacht hadden zonder de klassieke verwijzingen van Griekse liefde en bijbelse zonde.

Daar kwamen woorden voor en men fabriceerde er een theorie bij – dat het van nature zo was, dat die philopéden een rudiment van een uterus hadden en zoiets als hermafrodieten waren. Dat betoogde Michéa. Casper zag ook al de vrouwelijke eigenschappen van pederasten – een woord dat hij fout vond maar bleef gebruiken. Volgens Ulrichs waren urningen vrouwelijke zielen in een mannelijk lichaam – het was een psychische hermafrodisie zoals er ook lichamelijke hermafrodisie bestond, ontstaan in de baarmoeder. Deze mannen waren van nature niet alleen seksueel geïnverteerden – homoseksuelen – maar ook qua sekse geïnverteerd – nichten.

Gedurende meer dan honderd jaar bleven ze “nichten,” “tantes,” “Tunten” en “sissies”: van de verkeerde kant op sekse- en seksueel gebied. Volgens Ulrichs was het grootste deel van de urningen geen sodomiet: aan anale seks deden ze niet. Het laatste punt was dat hun object van verlangen een echte man was, een heterovent(je) – en die relaties deden ze vaak op in de wereld van homoprostitutie (denk aan Wilde, Proust, De Haan, enzovoorts). Nichten deden het niet met nichten zoals een pot met een pot “hout op hout” was: ondenkbaar. Misschien leuk voor een vriendschap of liefde, misschien zelfs voor een huwelijk, maar dan wel zonder seks.

Het was heel anders dan tegenwoordig, nu jonge homo’s zich “straight acting gays” noemen: ze zijn net als andere, normale mannen, heel gewoon en zeker geen nichten. Ze doen het met elkaar en de seks hoort uitwisselbaar te zijn. Er komen geen hetero’s bij kijken en geen schandknapen. De homo is een ander en gewoner mens geworden en raakt steeds meer geaccepteerd, hij trouwt zelfs met soortgenoten.


Geslachtelijke begeerte

Philopédie was een zeldzaam woord dat in het Frans eerder gebruikt was voor pederastie en de kunst om mooie jongens te baren, of ook wel de kunst om zonder passie kinderen te maken. Bij Michéa werd philopéde een woord voor wat homo zou gaan heten. Hij gebruikte een geval van necrofilie (ook dat woord bestond nog niet) om te schrijven over de “Des déviations maladives de l’appétit vénérien” in L’Union médicale van 17 juli 1849: de begindatum van medische theorievorming over seksuele variatie.

Het geval van seks met lijken dat gepaard ging met fysiek geweld veroorzaakte veel opschudding in Parijs en verschillende psychiaters schreven erover naar aanleiding van de rechtszaak. De algemene gedachte was dat sergeant Bertrand, de dader, leed aan een “monomanie déstructive” die in tweede instantie gepaard ging met een “monomanie érotique.”

Michéa dacht het omgekeerde en plaatste de erotiek voorop – het ging de dader in de eerste plaats om lustbevrediging aan overleden vrouwen. Maar het belangrijkste deel van zijn artikel ging over de philopédie, over Voltaire en de Grieken en het belang van de studie van seksuele verschijnselen voor de wetenschap. Zijn artikel bevatte een lange lijst beroemde mannen die van de Griekse liefde waren. Het werd gelezen als een verdediging van wat in Frankrijk toen nog doorging voor pederastie en kreeg stevige kritiek. Elf dagen later verdedigde hij zich in dezelfde L’Union médicale tegen aanvallen op zijn artikel – wat hij elegant deed.

Jean-Claude Féray heeft een biografie van deze Parijse dokter uitgebracht in zijn uitgeverij Quintes-feuilles. Delen gaan over zijn leven en studie, psychiatrische praktijk en farmaceutische inzichten, zijn werk in particuliere geneeskundige inrichtingen zoals die overal in Frankrijk bestonden en die pas later publieke instellingen werden. Het boek biedt een beetje inzicht in de homogeschiedenis van Frankrijk. Zo komen we als pederast op lijsten van de politie de oom van keizer Napoleon III tegen, prins Jérôme die voorzitter van de Franse senaat was.

Michéa was niet alleen actief als dokter maar ook schrijver en redacteur van de medische bladen die er toen in Frankrijk waren. Hij was in 1852 één van de oprichters van de “Société médico-psychologique,” schreef voor de Annales médico-psychologiques dat al langer bestond en was redacteur en eigenaar van Observation (1849-1851), een blad over de praktische geneeskunde. Politiek was hij conservatief, wetenschappelijk hoorde hij bij de filosofische stroming van het eclectisme (vandaar het woord conciliation in de titel, impossible, want met zijn ideeën over philopédie konden anderen het niet op een akkoordje gooien).


Justitiële problemen

De auteur heeft nog veel meer over hem gevonden naast dit artikel dat al enigszins bekend was. Zo komt zijn naam in Parijse politieregisters van pederasten voor in 1847, evenals die van zijn collega en mentor Pierre Edouard Vallerand de la Fosse (met wie hij praktijk hield sinds 1841). Het lijkt waarschijnlijk dat ze het huis bezochten van een ronselaar van jonge mannen (evenals de beroemde pianobouwer Pierre Érard). In de jaren vijftig kwam de naam van Michéa voor op een lijst van pederasten die een bezorgde burger leverde aan de politie – en dat tot drie keer toe. Hij stond dus bekend als pederast bij de politie, maar werd in zijn Parijse tijd nooit gearresteerd.

Eén keer kwam hij in de problemen toen een soldaat hem aanhield vanwege onfatsoenlijke voorstellen bij het Château de Vincennes. Het blijft onduidelijk wat er toen gebeurde: was het van die soldaat een smoesje omdat hij zonder permissie te laat terugkwam in de kazerne of had Michéa hem inderdaad met seksuele voorstellen benaderd? Het loopt voor hem met een sisser af: de soldaat vertrok uit Parijs en de zaak verdween in de doofpot. Het lijkt klassenjustitie geweest te zijn want de politie consulteerde bij het onderzoek kennelijk niet eens haar eigen archieven waar de naam van onze dokter in voorkwam.

Qua homoseksuele activiteiten neemt Féray aan dat Vallerand en Michéa partijtjes gaven voor andere philopéden (de feesten van Vallerand genoten een zekere roem). Tevens verkeerden ze in de toenmalige homoscene, betaalden ze jongens voor seks en pasten daarom goed op hun tellen. Maar het zou niet altijd goed blijven gaan voor Michéa.

Een interessant nieuw feit dat Féray vond betreft een veroordeling wegens openbare schennis der eerbaarheid aan het eind van Michéa’s leven, in januari 1878. De zaak vond plaats in Dijon waarheen hij was verhuisd in 1876, kort na de veroordeling van een vriend en huisgenoot in Parijs voor hetzelfde feit. Wat het een vlucht? Deze archivaris kreeg een half jaar gevangenisstraf vanwege openbare seks met een getrouwde man plus een boete en verloor zijn eretitel “Chevalier de la Légion d’honneur.” De feiten waaraan onze psychiater zich schuldig maakte waren ernstiger: hij betaalde vrouwen om in zijn aanwezigheid seks met mannen te hebben, meestal in het openbaar in het plaatselijke park; en betastte de geslachtsdelen van de mannen.

Het ging om drie mannen van achtentwintig, dertig en drieënveertig jaar en drie vrouwen van eenentwintig, drieënveertig en negenenveertig jaar. Mannen en vrouwen kregen ieder steeds één franc voor de seks, waarbij bedacht moet worden dat de mannen dubbel profiteerden – geld voor homoseks en gratis heteroseks. De zaak komt aan het licht omdat de eerste met wie hij betrapt werd veel meer ging bekennen om zijn eigen straatje zo veel mogelijk schoon te vegen. Onze dokter kreeg een jaar gevangenisstraf voor deze feiten, de mannen kwamen er vanaf met acht tot vijftien dagen, twee vrouwen met drie maanden en de koppelaarster die een centrale rol had gespeeld voor Michéa met twee jaar: een duidelijk geval van klasse-, sekse- en seksuele justitie. Van de gevangenisstraf zat Michéa acht maanden uit en hij verloor net als zijn vriend zijn Légion d’honneur.

Beide dappere voormannen van homo-emancipatie raakten in problemen, weliswaar om heel andere redenen. Michéa belandde in de gevangenis vanwege de seks die hij had, de andere voorman van homoseksuele politiek, Ulrichs, overkwam hetzelfde vanwege zijn politieke activiteiten rond de Duitse éénwording.

De zedenzaak van Michéa is interessant want het laat zien dat hij interesse had in heteromannen die in zijn aanwezigheid hun seksuele voorkeur in levende lijve demonstreerden, dat hij geen interesse had in sodomie en de geliefden geen knapen waren: geen sodomie, geen pederastie, maar een “tante” met een voorliefde voor heteromannen. Helemaal de moderne nicht van hemzelf en Ulrichs, maar nog niet helemaal (of helemaal niet?) de moderne homo van nu.





Jean-Claude Féray, L’impossible conciliation ou la vie héroique du Dr. Claude-François Michéa,
Parijs: Quintes-feuilles, 2015, 283 blz., 23 ill., € 27








 
gerelateerd
Geschiedenis van tweehonderd jaar homoseksualiteit in Nederland

Kom, spring dan Markies

Film News - François Ozon creëerde uitbundige kostuumfilm met Angel










Er heeft niemand gereageerd, jij misschien?


Claude François Michéa, tweehonderd jaar geleden geboren

Reageer:

Reactie:
Je naam: ip 54.81.68.237















Rubrieken:









Zorg dat je geen nummer hoeft te missen:

Neem nu een abonnement en ontvang Gay News discreet elke maand op je deurmat. Vanaf slechts € 18.









Meer uit Historie & Politiek
Meer uit nummer 286
Meer van Gert Hekma





Eagle


Famous Cruise Bar

meer info |visit


Ebab - locatie Zwanenburgwal


Ebab, Enjoy Bed And Breakfast

meer info |visit















bottom image




Entire © & ® 1995/2015 Gay International Press & Stichting G Media, Amsterdam. All rights reserved.
Gay News ® is een geregistreerde merknaam. © artikelen Gay News; duplicatie niet toegestaan. Opname uitsluitend na schriftelijke toestemming van uitgever, met verplichte bronvermelding gaynews.nl. Door derden overgenomen artikelen worden in rekening gebracht, en zo nodig geincasseerd. Gay News ISSN: 2214-7640, ISBN 8717953072009. Gay News op Wikipedia.
Volg Gay News:
RSS Issuu
Abonneren
zelfstandige Escortboys
CMI
Neem contact op
Adverteren